Schrijver Jaap Robben schrijver aan de oever van Waal bij Nijmegen.

ReportageLiteratuur

Burgemeester Bruls wil met de Nijmeegse stadsromans een plek veroveren op het nachtkastje

Schrijver Jaap Robben schrijver aan de oever van Waal bij Nijmegen.Beeld Koen Verheijden

Wat is er nodig om veel toeristen naar Nijmegen te lokken? Wervende stadsromans, denkt burgemeester Bruls. Hij laat ze nu schrijven door Tessa de Loo, Jaap Robben en Thomas Verbogt. Robben: “Mijn boek wordt echt geen veredelde VVV-brochure.”

Hubert Bruls is een groot liefhebber van literatuur. Er gaat geen dag voorbij of de burgemeester van Nijmegen, tevens voorzitter van het landelijke Veiligheidsberaad, duikt wel even met zijn neus in een boek: fictie, non-fictie, novelles, vuistdikke romans, hij verslindt het allemaal. En hij leest ook echt alles uit.

“Literatuur geeft zoveel meer inspiratie en ontroering dan de zoveelste beleidsnota”, zegt de CDA-politicus droogjes. “Ik hou vooral van schrijvers die een mooi historisch tijdsbeeld geven van hun land. A. F. Th. van der Heijden is mijn persoonlijke favoriet. Dostojevski lees ik ook met plezier. En niet te vergeten William Faulkner – al moet je sommige zinnen bij hem drie keer lezen voor je snapt wat er staat.”

Bruls’ boekenliefde zie je terug in zijn stadsbeleid. Hij laat momenteel maar liefst drie auteurs een literair werk schrijven waarin Nijmegen een rol speelt: Tessa de Loo, Jaap Robben en Thomas Verbogt. Vanavond van 20 tot 21 uur vertellen de schrijvers over hun stadsroman-in-wording tijdens een online talkshow, te zien via de lokale omroep RN7 en via het Facebook- en YouTube-kanaal van Nijmegen. Ze gaan in gesprek met de burgemeester en lezen alvast een fragment voor. Dit alles in het kader van de Boekenweek, die aanvankelijk deze week zou plaatsvinden maar is uitgesteld naar de zomer.

De gemeente had tot dusver één keer eerder een stadsschrijver aangesteld. Dat was in 2009. De Vrede van Nijmegen was toen 330 jaar geleden, en daarom had het gemeentebestuur aan A. F. Th. van der Heijden gevraagd om er een historische roman over te schrijven. De auteur ging direct aan de slag, maar doordat zijn zoon Tonio in 2010 verongelukte, rolde het resultaat De Ochtendgave pas eind 2015 van de pers.

Promoten zonder een gladde campagne

“Die roman was eigenlijk bedoeld als iets eenmaligs”, zegt Bruls. “Maar hij sloeg zo goed aan dat we hebben besloten om er een cyclus van vijf boeken van te maken. Literatuur blijkt een originele en effectieve manier om de stad te promoten. Met boeken spreek je een publiek aan dat je waarschijnlijk niet zou bereiken met een gladde campagne. Je stad komt op een andere manier in beeld; je belandt zelfs bij mensen op het nachtkastje. Als je die lezers naar je stad kunt trekken, zou dat heel mooi zijn.”

Om enige vaart achter het project te zetten, hebben ambtenaren verschillende auteurs tegelijk benaderd. Bij sommige vingen ze bot, want die waren al met een andere klus bezig. De Loo, Robben en Verbogt hapten wél toe. Bruls is vereerd met deze hoogwaardige selectie. Ondertussen zoekt hij verder naar een vijfde schrijver.

Aan de beloning zal het niet liggen: elke stadsschrijver krijgt voor het boek 30.000 euro. Daar bovenop komt nog de opbrengst van de verkoop. Maar wat schrijvers misschien afschrikt, is dat de stadsroman valt onder ‘citymarketing’ – toch een beetje een vies woord. “We zien het als een alternatieve manier van citymarketing”, beaamt Bruls. “Maar schrijvers hebben artistiek volledig de vrije hand. Ze hoeven niet op te schrijven hoe mooi of geweldig Nijmegen is. Integendeel. Alleen maar jubelen, dat doet een verhaal geen goed. Je wil juist contrast. Literatuur is er om te schuren en om kritische vragen te stellen. Nijmegenaren kunnen zelf trouwens ook heel goed nuilen – dat is dialect voor zeuren.”

Met zo’n vrije literaire opdracht kun je alle kanten op. Nijmegen als decor, Nijmegen als personage, Nijmegen als abstractie… het mag allemaal. Jaap Robben is blij met die artistieke ruimte, al had hij in het begin wel zijn bedenkingen. Zijn schrikbeeld was dat een voorlichter de tekst achteraf zou doorlopen om zinnen te herschrijven. “Geen inhoudelijke bemoeienis, dat was mijn enige voorwaarde”, zegt Robben. “Anders had ik het nooit gedaan. Daarvoor is het schrijven mij te waardevol. Fantasie is iets teers. Het raakt makkelijk besmeurd. Dan verdwijnt de puurheid en kan ik mijn eigen intuïtie niet goed ontdekken.”

Hij was al eens stadsdichter

Robben zou het schrijfverzoek van geen enkele andere stad hebben aangenomen. Van Nijmegen wel, want daar heeft hij een positief gevoel bij. “Het is echt mijn stad. Ik heb hier gestudeerd en ben er daarna blijven wonen. Inmiddels woon ik een eindje verderop, vlak over de Duitse grens. Maar ik voel me nog altijd persoonlijk verbonden met Nijmegen.”

Toch zal hij geen veredelde ‘VVV-brochure’ afleveren, verzekert hij. Maar wat dan wel? Hoe laat Robben zich door de stad inspireren? Hij heeft eerder met dat bijltje gehakt, want tussen 2008 en 2010 was hij stadsdichter van Nijmegen. “Dat heeft mijn palet aan onderwerpen enorm vergroot”, zegt hij. “Ineens ben je gedwongen om na te denken over dingen waar je in eerste instantie niet de poëzie van zou inzien. De opening van een kinderopvang. Een Romeinse opgraving. Dat werkte bevrijdend.”

Het onderwerp voor zijn stadsroman put hij ook uit die periode. Destijds schreef hij een gedicht voor kinderen die zo jong waren overleden dat ze niet konden worden gedoopt. Een drama, want wie vóór het doopsel stierf, werd tot in de jaren zeventig begraven in ongewijde grond, in een ongemarkeerd graf.

Het gedicht moest op een monument komen te staan dat voor deze kinderen werd opgericht op de Nijmeegse begraafplaats Rustoord. De tekst (zie hieronder) is er in een houten bank gekerfd.

“Tijdens de onthulling was het heel druk”, herinnert Robben zich. “Er waren veel vrouwen van tussen de 65 en 70 jaar. Zij hadden allemaal meegemaakt hoe hun kindje ergens achter een heg werd begraven zonder dat iemand later nog wist waar. Het verdriet hadden ze hun leven lang weggestopt.”

Langzaam het behang lostrekken

Robben wilde al jaren een roman over dit onderwerp schrijven. Alleen over de locatie twijfelde hij nog, maar dankzij de stadsopdracht ligt die nu vast. De schrijver leest momenteel veel over het thema. Hij bladert ook door historische fotoboeken van Nijmegen uit de jaren vijftig en zestig. Daaruit rijzen misschien zijn personages op. “Deze oriënterende fase voelt als het aftrekken van behang”, zegt hij. “Achter het behang doemt het verhaal op. Ik moet het langzaam doen, anders scheurt het. Ik ben nog maar net de hoekjes aan het lospeuteren. Het is pril, fragiel en kwetsbaar, maar ook hoopvol. Het ís nog niks, maar het kan van alles worden.”

Het meest bijzondere aan schrijven, gaat hij verder, is dat je door verfijnde observaties waarde kunt geven aan dingen of mensen die niet opvallen. Vorig jaar schreef hij al eens Biografie van een vlieg, vijfentwintig ultrakorte hoofdstukjes over een dier dat we normaal gesproken gedachteloos doodmeppen, maar dat bij nadere beschouwing heel ingenieus in elkaar zit. En zijn recente feuilleton in Trouw ging over Poolse klusjesmannen; de meeste Nederlanders leven volkomen langs hen heen, terwijl het toch echt mensen van vlees en bloed zijn met hun eigen vreugde en verdriet. De verguisde dode zuigelingen sluiten hier naadloos bij aan: miskend, maar voor hun ouders van blijvende waarde.

Wat voor een boek dit zal opleveren, is afwachten. Dat is het spannende van zo’n vrije opdracht, zegt burgemeester Bruls. Hij heeft er alle vertrouwen in. “Ik hoop dat de schrijvers stuk voor stuk een verrassend inzicht zullen bieden. Dat ze het Nijmegen-gevoel raak typeren of een nieuw raam openen in het Nijmeegse huis. Maar het belangrijkste is dat ze een literair werk afleveren van hoog niveau. Het boek moet ook leuk zijn voor een lezer die niets met Nijmegen heeft.”

De stadsschrijver blijft een zeldzaamheid

Anders dan stadsdichters, waar het in Nederland van wemelt, blijken stadsschrijvers een vrij zeldzaam fenomeen. Er zijn maar een paar steden die auteurs opdragen om een boek te schrijven waarin de betreffende gemeente een rol speelt. Nijmegen spant nu de kroon met een geplande cyclus van vijf stadsromans. Maar Almere kan vooralsnog bogen op de meeste voltooide boeken: drie in totaal.

Stephan Sanders opende in Almere de rij. Hij schreef er zijn memoir Iets meer dan een seizoen (2013). Daarna volgden Renate Dorrestein met haar roman Weerwater (2015) en Redmond O’Hanlon met zijn reisverslag De Groene Stad (2018).

Het vierde boek is al in de maak: Niña Weijers heeft haar gastverblijf in Almere er zojuist op zitten. Ze zal haar lokale roman volgend jaar uitbrengen.

Net als Nijmegen laat Almere de boeken schrijven uit het oogpunt van citymarketing. Maar soms pakt het averechts uit. Zo veroorzaakte Dorrestein ophef door te bekennen dat ze Almere ‘een spuuglelijke stad’ vond. O’Hanlon deed er nog een schepje bovenop. Hij noemde Almere ‘by far de lelijkste stad ooit gebouwd’. De PVV in de gemeenteraad was woedend en wilde de stekker uit het project trekken. Toch gaat de stad ermee door.

Ook Amersfoort heeft ooit een stadsschrijver aan het werk gezet: Rosita Steenbeek schreef in 2009 op verzoek de roman Ander licht, ter viering van 750 jaar stadsrechten. De historische roman gaat over een 17de-eeuwse Amersfoortse schilder en zijn leerling. Dit project bleef iets eenmaligs.

Verder is ook Helmond opgestoten in de vaart der volkeren. Abdelkader Benali was er een jaar lang stadsschrijver. Hij leverde in 2016 een bundel met lokale verhalen af. Tania Heimans nam het stokje van hem over. Ze schreef een reeks Helmondse verhalen, waarvan een selectie belandde in de bundel De dag dat het naakte mannen regende.

En dan is er nog A. L. Snijders, al tien jaar lang de stadsschrijver van Lochem, in de Achterhoek. De auteur, in 2010 bekroond met de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre, verrijkt de gemeente met zeer korte verhalen.

De gemeente Eindhoven kent sinds 2016 ook een stadsschrijver. Deze wordt door een professionele jury verkozen via een schrijfwedstrijd onder de inwoners.

Het winnende verhaal wordt gepubliceerd, maar er zit geen romanopdracht aan vast.

Burgemeester Bruls en de schrijvers op het stadhuis (nog vóór corona), met Jaap Robben (links), Tessa de Loo en Thomas Verbogt. Beeld Gerard Verschooten
Burgemeester Bruls en de schrijvers op het stadhuis (nog vóór corona), met Jaap Robben (links), Tessa de Loo en Thomas Verbogt.Beeld Gerard Verschooten

Schemerleven

Je bleef te kort
om te kunnen voelen
hoe warm wangen zijn.

Hoe verlangen soms
naar een glas water smaakt.

Wat er na winter komt.

Dat een afgeknipte tak
in een vaas blijft bloeien
alsof hij zijn boom niet mist.

Enkel de zon
geen schaduw heeft.

Hoe koeien doen.

Dat het leven was
wat door jouw wimpers
schemerde.

En hoe traag daarna
elk uur opnieuw
de grote wijzer
tegen de kleine kruipt.

Gedicht uit de bundel ’s Nachts verdwijnt de wereld, Jaap Robben, met illustraties van Merel Eyckerman, uitgeverij De Geus.

Lees ook:

A. F. Th. van der Heijden: Het zou toch erg zijn als geen enkele schrijver zijn vingers aan MH17 durfde te branden?

Schrijver A. F. Th. van der Heijden zit ruim veertig jaar in het vak. Hij is productiever dan ooit en werkt aan een reeks romans rond rampvlucht MH17. De eerste, ‘Mooi doodliggen’ (2018), gaat over een schijndode Russische journalist. Maar indirect gaat het boek ook over de zoon die Van der Heijden in 2010 verloor. “Tonio is nooit ver weg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden