Broeder Dieleman: muziek geworteld in het Zeeuwse land

Broeder Dieleman aan de Otheense Kreek. 'Ik ben opgegroeid in een wereld die straks niet meer bestaat.' Beeld Roos Pierson

De Zeeuwse zanger Broeder Dieleman vangt op zijn vierde album ‘Komma’ de verhalen van zijn geboortegrond én het gebied zelf in muziek. Trouw wandelde met hem mee door het Land van Axel.

Broeder Dieleman zit opgevouwen op de bijrijdersstoel. Bij de eerste rotonde buiten Middelburg buigt hij zich naar voren, over het dashboard. Kijk, aalscholvers op de lantaarnpalen. Verder geen woord, de zanger kijkt tevreden naar boven.

Dieleman zal deze middag vaker een zin onderbreken om terloops op een vogel te wijzen. Een buizerd boven het weiland, een grauwe reiger, een futenpaar, in het riet van het krekengebied waarnaar we op weg zijn. Het is een driehoekje tussen de dorpjes Spui, Zaamslag en Magrette, even buiten Terneuzen: het Land van Axel. Een postzegeltje grond waarin de familie Dieleman al tien generaties geworteld zit.

Uit dit stukje onveranderd land groeide het vrijdag te verschijnen dubbelalbum ‘Komma’, uitgegeven met een fraai fotoboek. Het is het vierde album van Broeder Dieleman, alias Tonnie Dieleman.

Twee jaar lang zorgde Dieleman (42) dat hij zo nu en dan eens een lege dag had. Dan pakte hij vanuit Middelburg de bus, door de Westerscheldetunnel, om vanaf de halte het weiland door te steken naar de kreek: het Gat van Pinte, een vertakking van de Otheense kreek, die langs Terneuzen richting de Westerschelde kronkelt. Hij volgde de oevers. Langzaam ontstond tijdens die wandelingen het idee om dit Zeeuws-Vlaamse land op muziek te zetten.

We draaien met de auto even voorbij Terneuzen de provinciale weg af, naar het dorpje Spui. Hier komt zijn moeder vandaan, zijn vader komt uit Schapenbout, een steenworp verderop. Dieleman wijst op de oude molen: daarnaast had Jane Pape haar winkeltje, van wie werd gezegd dat ze een heks was. Bij Magrette slaan we de Groeneweg op, die met een stenen bruggetje over het Gat van Pinte voert.

Het spookte

Het is zo’n landweggetje waar spookverhalen vandaan komen. Het verhaal over Jane Pape is er zo een, Dieleman schreef er een nummer over. “Haar man overleed, zij moest in haar eentje dat winkeltje overnemen. Vanaf dat moment wordt gezegd dat ze ging spoken, dat ze mensen kon beheksen.”

Dieleman vond het verhaal in ‘Het Spookte in Zeeuws-Vlaanderen’, te boek gesteld door streekhistoricus Johan de Vries. “Hij schrijft hoe men zei dat ze een vies oud vrouwtje was. Een heks. Maar het was gewoon een weduwe over wie lelijk werd gedaan. Noem het eerherstel. Want ze heeft echt bestaan en die verhalen gaan meer dan honderd jaar na haar dood hier nog steeds rond.”

Beeld Roos Pierson

Zijn ‘Komma’ begint met het nummer ‘Christophorus’, naar Sint Christoffel, de heilige die reizigers de rivier hielp oversteken. In Dielemans nummer zit hij maar te drinken. “Want hij is overbodig geworden”, verwijst hij naar de tunnel waar we zojuist doorheen zijn gereden. Hij refereert in het lied ook aan een volksverhaal over de drie zusters, die volgens de overlevering in de buurt woonden en net als Christoffel reizigers naar de overkant droegen. “Of dat waar is, weet ik natuurlijk niet.”

De auto staat inmiddels langs de kant van de weg. Dieleman gaat voor, op stevige wandelschoenen beent hij langs de oever van de Otheense kreek. Hij wijst even naar de knoestige boomstronken die liggen te vergaan in het water. In de verte zien we de kerktoren van Zaamslag, even voor Axel, waar hij zelf geboren is en waar zijn zussen en zijn vader wonen, waar hij als kind schaatste en op karpers ging vissen.

Afkomst

Maar dit project heeft niks met nostalgie te maken, bezweert hij. “Nostalgie vind ik oninteressant. Maar het is wel zo dat je een afkomst hebt. Een basis. En die basis, die is hier aan het verdwijnen. Ik ben opgegroeid in een wereld die straks niet meer bestaat. En dat gaat best snel.” Hij wijst op de windmolens aan de horizon, bewust niet gefotografeerd in zijn fotoboek.

“Dit Land van Axel is nog zoals het vroeger was. Elke bocht, elke verhoging in het landschap, elk bosje heeft zijn eigen naam, zijn eigen verhaal. Het voelt hier als geschiedenis.” Hij heeft het over de N-wegen die deze cultuurgrond in stukken snijden, de oprukkende industrie rond Terneuzen die het uitzicht van zijn ooms en tantes onherroepelijk verandert. Hij verzet zich daar niet tegen, hij begrijpt heus dat tijden veranderen en bruggen nu eenmaal de plaats innemen van Sint Christoffel. “Maar ik wil hiermee wel vasthouden aan mijn identiteit. Niet uit nostalgie, eerder uit plaatsbepaling.”

Psychologiseer gerust door, en noem dit de reden dat Dieleman in het rauwe Zeeuwse dialect zingt. “Want ook dat is aan het verdwijnen. De jeugd spreekt het nauwelijks nog. Zonde.” Overigens, merkt hij op, zijn liedjes doen het buiten Zeeland stukken beter dan hier.

Broeder Dieleman als hoeder van de Zeeuwse cultuur? Hij lacht. “Nee, dat vind ik te zwaar. Ik wil niet preken. Ik vind het gewoon fascinerend. Heel veel van die verhalen zijn al vastgelegd, in een boek, in het archief. Maar dat is dan het eindstation. Ik wilde het omzetten in iets nieuws. Vandaar Jane Pape. Ik ga niet dat spookverhaal nog eens vertellen, maar ik vind het wel mooi haar een nieuwe rol te geven.”

“Kijk, die reiger, die vliegt zo op.” We naderen de plek waar de Otheense Kreek vertakt in Het Gat van Pinte. Het gras staat hoog nu het einde van de zomer nadert. Alles heeft hij er meegemaakt. De winter, het voorjaar. Mooi om het land te zien veranderen.

Beeld Roos Pierson

Het is natuurgebied, zegt hij, maar wel gecultiveerd. Deze bomen zijn geplant. Meestal worden populieren gekapt, vanwege de vele takken die eraf vallen. Hier hebben ze ze door laten groeien.

Tussen de bomen een kleine kwelder, de drinkput voor de gevlekte koeien, die op een afstandje nieuwsgierig naar ons staan te loeren. Deze populieren en die drinkput komen voor op zijn album: “De wilgen zilver uutgesproken / ik zie je stilstaan en je ruukt / onder populieren om de drienkput / die je as ruggesteun gebruukt”.

Hij loopt naar een van de bomen, wijst naar de uitsparing in de stronk. “Hier zitten, dat is zo mooi. Als je de tijd neemt – er zitten kikkers in de put – dan er gebeurt altijd wel iets. Als je maar rustig wacht. Dan zie je een torenvalk, een kiekendief.” Hij zat hier vaak, en lang. Uren achtereen. Met een sigaretje – hij is nu gestopt – en zijn zwarte notitieboekje. “Ik schrijf heel langzaam. Want het is niet zo makkelijk om zonder cliché’s over natuur te schrijven.” Of hij plantte zijn opnameapparaatje tussen het gras.

Die opnames gebruikte hij voor de tweede helft van dit dubbelalbum: lange, instrumentale tracks, met daarover geïmproviseerde muziek. “Die buizerd die je net zag vliegen, staat er waarschijnlijk op. Deze bomen staan erop. Het riet hier.”

Toeval

Hij legt zijn bedoeling uit. “Als je hier een tijdje zit, merk je dat er continu lagen zijn, die bewegen. Het water daar, de wind komt voorbij, de koeien zijn een factor, de luchtvochtigheid… en in een keer kan dan de zon doorbreken, of er landt ineens een roofvogel. Dat zijn momenten dat alles in één keer kan samenvallen.

“Dat wilde ik ook in mijn muziek hebben. Dat zulk toeval net als in de natuur ook in de muziek een factor is. Ik had een viersporenrecorder, en dan nam ik op elk spoor iets willekeurigs op, alleen in dezelfde toonsoort. Dat speelde ik dan tegen elkaar af om het toeval letterlijk onderdeel te maken in van de muziek. En die natuurgeluiden zijn dan weer zo’n laag. Het is muziek die een beetje komt aanwaaien.”

Dieleman haalt zijn hand door een bosje muntplantjes. “Hier, ruik je dat?” We lopen weer een stukje verder, het bruggetje over, langs de mossige oever.

Op ‘Alles is beweging’ zingt hij: ‘Geloven, dat is keuzes maken, omdat je daar je hart in legt.’ Of hij dat kan uitleggen? Hij is even stil. Nee. Eigenlijk niet. Dan: “Het komt eigenlijk rechtstreeks van Omèr. Het gaat over zijn roeping, en hoe je voor iets moet gáán, als je iets doet.”

Hij doelt op Omèr Gielliet. Een beroemdheid in Zeeland. De pastoor van Breskens – tevens beeldhouwer, vorig jaar op 91-jarige leeftijd overleden – was wars van dogma’s. Dieleman zong op zijn vorige album al over de door hem bewonderde pastoor, en dat krijgt op ‘Komma’ een vervolg. Zelf zette Dieleman zich af tegen het strenge geloof waarmee hij werd opgevoed. En nog altijd weet hij niet precies wat te geloven. Schuilt daarin misschien zijn bewondering voor de eigenzinnige pastoor? Een zachte grinnik, terwijl we door het hoge gras stappen. “Nou, dat zou heel goed kunnen.”

“Omèr heeft tweemaal een roeping gehad. Een keer als kind, toen hij in het gele koolzaadveld lag. Hij rook de geuren, de bloemen, de geluiden en hij dacht: daar hoor ik bij. Dat is mijn bestemming. Hij omschreef het alsof hij een duwtje kreeg van binnen. De tweede roeping, als beeldhouwer, kwam later, toen hij een afgewaaide tak zag liggen. Hij dacht: dat ben ik óók.”

Warboel

Nee, zo’n duwtje heeft Dieleman nooit gevoeld. “Maar het is me wel duidelijk dat het maken van muziek is wat ik moet doen in het leven. Muziek heeft enige orde aangebracht in de warboel.”

We gaan nog even zitten onder de populieren, voor we naar de auto teruglopen. Dieleman zucht en vertelt hoe hij het nu een tijd écht wil proberen, helemaal te leven van de muziek. Lastig, met twee kinderen. Het is geen vetpot. “De volgende keer wil ik oprecht eens een wat commerciëlere plaat maken. Ik wil kijken hoe ver ik kan gaan, zonder mezelf te verloochenen.”

Misschien moet hij dan in het vervolg instrumentale nummers van twintig minuten gelardeerd met vogelgeluiden achterwege laten? Weer die zachte grinnik. “Ja, die laten we dan weg.”

We blijven nog even zitten. Hier hangen de wolken lager, maar lijken de luchten hoger. De Veluwe, de Achterhoek, het Limburgse heuvelland – Nederland is overal mooi. “Maar daar kun je niet zo ver kijken. Daar word ik na een paar dagen helemaal kriegel. Dan wil ik horizon hebben.”

Er steekt een wind op, de machtige populieren beginnen boven ons te ruisen. “Zie je”, glundert hij. “Er gebeurt hier continu iets.”

Broeder Dieleman - ‘Komma’ verschijnt vrijdag aanstaande bij Snowstar.

Lees muziekrecensies in ons dossier.

Lees ook: 

D'r is genade genoeg, en dapper probeer ik me te vermannen

Er drongen zich andere dingen op, heilloze toestanden in een al te beloofd land, daardoor kon ik u niet eerder vertellen over het wonder dat zich eind vorige week voltrok aan de Simonstraat te Rotterdam, schrijft columnist Stevo Akkerman. Maar waar het wonder begon, was bij de verschijning van Broeder Dieleman, zanger uit Zeeuws-Vlaanderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden