Britta Böhler: ‘Als ik in de ­jaren dertig had geleefd, was ik dan als advocaat bereid geweest een ariërverklaring te ondertekenen? Het ­antwoord weet ik niet.’

InterviewBritta Böhler

Britta Böhler: Zonder Trump had ik deze roman niet geschreven

Britta Böhler: ‘Als ik in de ­jaren dertig had geleefd, was ik dan als advocaat bereid geweest een ariërverklaring te ondertekenen? Het ­antwoord weet ik niet.’Beeld Thekla Ehling

De fascinatie van voormalig Eerste Kamerlid en strafrechtadvocate Britta Böhler met het grijze gebied tussen goed en kwaad is terug te vinden in haar nieuwe roman De juiste houding.

Als strafrecht­advocate ­verdedigde Britta Böhler (60) bekende criminelen als Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn. Als politica zat ze voor GroenLinks in de Eerste Kamer. Tien jaar geleden stopte ze met beide takken van haar carrière en legde ze zich toe op het schrijverschap. Eind vorige maand verscheen haar nieuwste boek De juiste houding, een roman over ge­sjoemel met kunst en de scheidslijn tussen nep en echt.

In haar vorige boek De beslissing kroop Britta Böhler in de huid van niemand minder dan de Duitse Nobelprijswinnaar en schrijver Thomas Mann die eind jaren dertig besloot het naziregime openlijk te veroordelen. “Ik ben altijd geïnteresseerd in dat grijze gebied tussen goed en kwaad”, verklaart Böhler de thema’s van beide boeken. “Daar waar je de moeilijkste beslissingen moet nemen, die morele worsteling, als je denkt: dit kan ik zo niet meer accepteren. Terwijl dat grote gevolgen heeft.”

In uw nieuwste roman beschrijft u een geraf­fineerde oplichtingszaak rond een schilderij. Bent u in uw vroegere advocatenpraktijk tegen deze zaak aan gelopen?

“Nee, helemaal niet. Hoewel een van de hoofd­personen, Elias, wel een jurist is en advocaat is geweest. Maar ik heb zelf nooit dit soort zaken gedaan. Mijn ­motivatie voor dit onderwerp komt van twee kanten. Ik wilde heel graag een roman schrijven die in het huidige Amerika speelt. Daarmee bedoel ik het Amerika in de tijden­­ van Donald Trump. De tijd van fake news, nepnieuws. Feiten doen er niet meer toe, alles is perceptie, zeg maar. Vervolgens zag ik een documentaire over de Duitse kunstvervalser Wolfgang Beltracchi. Hij schilderde in de stijl van beroemdheden als Kees van Dongen, Max Pechstein en Max Ernst. En verkocht zijn werk als echt. Hij is daar in 2011 voor veroordeeld. Toen ik zijn verhaal zag, kwamen die twee zaken samen. Ik dacht: wat is echt en wat is vals? En is echtheid nog belangrijk in het tijdperk van nepnieuws? Zo is mijn boek ontstaan. Haha, zonder Trump had ik dit boek dus niet geschreven.”

Wie is Britta Böhler?

Britta Böhler (Freiburg, 1960) werkte na haar studie rechten een aantal jaar als advocaat in München en Frankfurt. In 1991 verhuisde ze naar Amsterdam en ze werkte vanaf 1995 als partner bij een advocatenkantoor. Ze verdedigde onder andere PKK-leider Abdullah Öcalan en Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn. Ook trad zij op voor politica Ayaan Hirsi Ali tijdens de kwestie rondom haar nationaliteit. 

In 2007 kwam zij voor GroenLinks in de Eerste Kamer, daarvoor gaf ze haar Duitse nationaliteit op. Ze bleef senator tot 2011. Een jaar daarvoor stapte ze ook uit de advocatuur. 

Momenteel is zij, naast auteur, hoogleraar advocaat & ethiek aan de Universiteit van Maastricht en lid van het College voor de Rechten van de Mens te Utrecht. Onlangs verscheen haar roman De juiste houding. Eerder schreef ze onder meer De beslissing (roman, 2013), De goede advocaat (non-fictie, 2017) en onder het pseudoniem Britta Bolt samen met Rodney Bolt een thrillertrilogie (2012). 

De slechterik in het verhaal is kunstverzamelaar Tony, hij vormt het hart van de oplichtingszaak. Is hij dus gevormd naar voorbeeld van Trump?

“Ik heb wel wat dingen uit Trumps geschiedenis in dit personage verwerkt, toch is het zeker geen kopie. Wel heeft hij bijvoorbeeld een vader die heel rijk ge­worden is, net als Donald. In mijn verhaal komt die rijkdom door een worstfabriek, dat heeft niks met de ­familie Trump te maken. Het is een vergelijkbaar personage, zal ik maar zeggen. Iemand die geheel in zijn eigen wereld leeft. De realiteit interesseert hem niet, dat zie ik bij Trump ook. Deze kunstverzamelaar Tony vindt het dus helemaal niet belangrijk of dat schilderij echt is of niet. Wat maakt het uit, als iedereen maar denkt dat het echt is. En als men het ook nog mooi vindt, dan is het toch ook goed? Daar ziet hij geen enkel probleem. En als lezer kan je die vraag ook stellen: is het eigenlijk wel belangrijk? Want iets wat vals is, kan ook goed zijn. Met die gegevens speel ik in dit boek. Zo komt er een ­immigrant in voor met onechte papieren. Voor hem pakt die valsheid goed uit.”

Heeft uw fascinatie met goed en kwaad of nep of niet-nep met uw Duitse achtergrond te maken, denkt u?

“Vast wel. Ik ben in 1960 geboren en dus opgegroeid in de jaren zeventig met het Raf-terrorisme in Duitsland en met het centrale thema van de verwerking van het naziverleden. Mijn ouders en grootouders zijn allemaal niet-Joods. Ik zit dus niet aan de kant van de slachtoffers maar van de daders. Net als vele anderen in die tijd vroeg ik me op een gegeven moment af: en wat had ik gedaan? Had ik mij tegen de nazi’s uitgesproken? Als ik in de ­jaren dertig had geleefd, was ik dan als advocaat bereid geweest een ariërverklaring te ondertekenen? Die vraag is voor mij een belangrijke worsteling geweest. Het ­antwoord weet ik niet.”

De Rote Armee Fraktion is verantwoordelijk voor tientallen terreurdaden en moorden. Kon u die terroristen van de Raf begrijpen?

“Nou ja, in theorie wel. Maar ik ben afgehaakt bij het gebruik van geweld. De strijd van de Raf ging voor een groot deel over het niet verwerken van het naziverleden. Er zaten in Duitsland allerlei mensen in functies die heel fout geweest waren. Dan heb ik het niet over de mensen die in Neurenberg veroordeeld zijn. Maar als je kijkt naar rechters, naar artsen, heel wat mensen zaten destijds heel fout en gingen na de oorlog gewoon door met hun werk. Dat is lang onder het tapijt geveegd. En voor de linkse beweging een belangrijke punt om in ­actie te komen. De Raf-mensen zeiden: wij kunnen niet binnen dit systeem vechten, want dit systeem is verrot. Het heeft niet afgerekend met het oude systeem. Dat kon ik zeker begrijpen. Het andere punt was de Vietnamoorlog en de rol van Verenigde Staten daarin. Ook die afkeer kon ik goed begrijpen.”

Kon u zelf in gesprek met uw ouders over de ­oorlogstijd en hoe zij gehandeld hebben?

“Mijn ouders zijn allebei rond 1930 geboren dus die waren nog vrij jong. Mijn vader was vijftien toen de oorlog over was en mijn moeder dertien. Zij hadden vrij linkse politieke opvattingen. Ik was enig kind. Dus mijn ouders stelden zich die vraag: als ik tien jaar ouder geweest was, wat had ik gedaan? Het zijn juist mijn ouders

die het stellen van deze morele vragen bij mij hebben gesti­muleerd. Mijn grootouders waren allemaal al ­overleden voor ik geboren ben. Dus ik kon die discussie met hen niet meer voeren. Maar ik verwacht niet dat zij betere mensen waren dan de gemiddelde Duitser. Teksten als ‘we wisten niet wat er gebeurde’, kunnen zij ook best eens gebezigd hebben, maar dat weet ik niet zeker.”

'Vrouwen gelijkwaardig behandeld? Dat dacht ik dus. Ik ben daarvan teruggekomen.'Beeld Thekla Ehling

U bent deze zomer zestig geworden. Hoe vond u dat? Een keerpunt?

“Ik kon het niet vieren vanwege corona, dat was jammer, maar verder ging alles gewoon door. Een echt keerpunt in mijn leven was mijn vijftigste verjaardag. Daarvoor had ik wel al non-fictie gepubliceerd, maar geen fictie. En dat was wel een diepe wens. Ik heb toen besloten uit de advocatuur en de politiek te stappen en auteur te worden. Deze zomer heb ik meer gekeken naar: heb ik bereikt wat ik toen wilde. En ja, met deze nieuwe roman ben ik daaraan wel tegemoet gekomen, denk ik. Nu is de vraag: wat komt hierna? Het feminisme is een thema dat mij bezighoudt. En hoe daarmee ­omgegaan wordt in de huidige literatuur.”

U heeft een YouTubekanaal waarin u Engelstalige boeken bespreekt. Gaat u dat uitbreiden?

“Ik wil misschien een boek schrijven over mijn ­leeservaringen, dus geen fictie in dat geval. Het thema zou mijn ergernis kunnen zijn over de manier waarop populaire Engelstalige romanschrijfsters stereotype vrouwen gebruiken. Neem Sally Rooney met haar ook in Nederland zeer populaire roman Normale mensen. Zij is een fenomeen, ze schrijft over het klasseverschil in de verhouding tussen de twee hoofdpersonen en dat doet ze mooi. Maar tegelijk vind ik, eerlijk gezegd, de wijze waarop zij haar vrouwelijke hoofdpersoon neerzet ­behoorlijk seksistisch. Zo’n standaardtype meisje waar mannen van dromen. En die dan ook nog aan het einde laten zeggen: ‘Ik wacht op je’. Daarvan gaan mijn nek­haren recht overeind staan.”

“Dit is mijn mening, hé, geen wetenschap. Maar er zijn meer boeken die mij op zijn zachtst gezegd een beetje tegenstaan. Girl woman other van Bernardine ­Evaristo, ook een gevierd boek op dit moment. Deels ­terecht, want over het racisme in Engeland schrijft ze heel scherp. Maar dat bijna alle geportretteerde hetero-vrouwen eigenlijk vooral een man willen, dat ergert me. Dat is niet mijn vrouwbeeld van de 21ste eeuw. Natuurlijk is het niet het hoofdthema van dit boek. Maar toch: in de laag onder het verhaal zit dit beeld wel. Dat vind ik ­spannend en ergerlijk tegelijk. Daar zou ik in mijn volgende boek iets mee willen doen.”

Naast uw fascinatie voor goed en kwaad heeft u altijd al interesse gehad voor de vrouwenzaak?

“In de jaren negentig van de vorige eeuw, aan het begin van mijn carrière als advocaat, dacht ik nog dat het goed ging met de gelijke kansen voor vrouwen. Oké, je krijgt wat stomme opmerkingen over je rokje, maar die zijn toch vooral van oude kerels. Verder worden wij gelijkwaardig behandeld als vrouwen. Dat dacht ik dus. Ik ben daarvan teruggekomen. Er is helemaal geen sprake van een opgaande lijn qua rechten van vrouwen die tot totale gelijkwaardigheid gaat leiden. Nee, zeker op dit moment zie ik eerder een neergaande lijn. Juist omdat nu alles best goed is geregeld in de wet. We hoeven niet meer te strijden voor stemrecht of gelijke behandeling. We hoeven, althans in Nederland, niet te strijden voor het recht op abortus. Maar we zijn er nog niet met alleen die wetten, dat blijkt wel.”

Waar blijkt dat uit?

“Kijk maar eens naar hoeveel vrouwen er in het ­parlement zitten, of in de ministersploeg. Dan zegt ­premier Mark Rutte: we kijken niet naar sekse maar naar kwaliteit. En dan denk ik:  jaja, dus er zijn niet ­genoeg goede vrouwen? Kom nou. Of er wordt gedaan of het de schuld van vrouwen zelf is dat ze nog steeds in minderheid in belangrijke grote posities van beurs­genoteerde bedrijven zitten. Dat klopt natuurlijk ­absoluut niet. Vrouwen verdienen nog altijd minder dan mannen voor hetzelfde werk. En bij kinderopvang wordt het argument genoemd: dat is belangrijk zodat vrouwen kunnen werken. Dan denk ik: maar er is toch ook een ­vader? Kennelijk is de zorg van kinderen toebedeeld aan vrouwen, zo zien we dat nog. De vasthoudendheid aan die stereotypering is zo groot. Ik zie dat in moderne ­boeken terug. Daarover zou dus mijn volgende boek ­weleens kunnen gaan.”

Britta Böhler
De juiste houding
Cossee; 200 blz. € 20,99

Lees ook:

Bestsellerauteur Ferdinand von Schirach ontdekte op school dat zijn grootvader een hooggeplaatste nazi was

Zijn toon is laconiek, maar zijn verhalen gaan over grote thema’s als goed en kwaad, en rechtvaardigheid. In Koffie­­ en sigaretten schrijft Ferdinand von Schirach voor het eerst over zichzelf en zijn familiegeschiedenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden