Brian Eno, een ongrijpbare omnivoor in de popwereld

De Brit Brian Eno is een alleskunner in de popmuziek. Zijn biografie staat bol van de interessante details, maar is helaas onevenwichtig.

De kans is groot dat de naam Brian Eno (Brian Peter George St. John le Baptiste de la Salle Eno, om precies te zijn) niet meteen een belletje doet rinkelen bij de gemiddelde muziekliefhebber. Maar de kans is klein dat die gemiddelde muziekliefhebber hem niet gewoon thuis in de platenkast heeft staan.

Eno (1948) werd vooral bekend door zijn samenwerking als producer met uiteenlopende artiesten. Zo werkte hij onder anderen met David Bowie, Devo, Gavin Bryars, Harold Budd, John Cale, Robert Fripp (de tape-delay onder de naam ’frippertronics’ is Eno’s vinding), Laurie Anderson en Coldplay; zette hij Talking Heads met een Afrikaans getinte klank voorgoed op de kaart; en produceerde hij zeven albums met U2.

Verder hield Eno er als musicus na zijn begin bij Roxy Music ook een solocarrière op na, was hij de uitvinder van de ’ambient’ en generatieve muziek, componeerde hij het opstartdeuntje voor Windows 95, richtte hij het platenlabel Obscure Records op, maakt hij video-installaties en treedt hij al jaren op als orakel tijdens symposia over de meest uiteenlopende onderwerpen – van parfum tot technologie, van muziek tot politiek.

Dat er tot nu toe nog maar weinig over Eno geschreven werd, is in het licht van zijn grote invloed op de muziek sinds de jaren zeventig vreemd te noemen, maar niet onbegrijpelijk. Bij zo’n lijst aan activiteiten zakt je als potentiële biograaf waarschijnlijk de moed in de schoenen: waar moet je in hemelsnaam beginnen?

Dat verzucht ook David Sheppard in zijn biografie over de inmiddels 61-jarige Eno, de eerste ooit, geautoriseerd en getiteld ’On Some Faraway Beach’: „Schrijven over Eno voelt af en toe alsof je een wolkenkrabber in een koffer probeert te proppen.”

Al in 1989 ging musicoloog Eric Tamm in zijn belangrijke studie ’Brian Eno: His Music and The Vertical Color Of Sound’ in op Eno’s composities en esthetiek. Tamms boek is tegenwoordig gratis te downloaden via zijn website (www.erictamm.com/be.zip). Zelf schreef Eno in 1996 eigenhandig ’A Year with Swollen Appendices’: een hilarisch geschreven, openhartig dagboek met een enorme appendix waarin de kunstenaar zijn gedachten over allerlei onderwerpen laat dwalen.

Het schrijven van ’On Some Faraway Beach’ moet David Sheppard, zelf popmuzikant en -criticus, veel onderzoek hebben gekost. Zijn boek puilt uit van de feiten, anekdotes, voetnoten en curieuze wetenswaardigheden. Bovendien lijkt hij iedereen uit Eno’s verleden en heden te hebben gesproken.

Het is fascinerend te lezen hoe Eno als zoon van een postbode in het landelijke Suffolk in Zuid-Engeland via de ’happenings’ op de kunstacademie de muziek ontdekte en min of meer per ongeluk een rockster werd. Een instrument bespelen kon hij namelijk niet, maar zoals gitarist Robert Fripp in Sheppards boek zegt: „In plaats van zijn vingers gebruikt hij zijn oren.” Eno ontdekte in de jaren zeventig de studio als zijn echte instrument en compositiewerktuig: achter de knoppen verandert hij in een ware virtuoos, met een enorme invloed op de klank.

Sheppards barok geschreven biografie puilt uit van de anekdotes die een interessant en soms grappig licht werpen op de persoon achter de publieke figuur ’Brain’ Eno, zoals zijn bijnaam luidt. Zo lees je dat Eno zijn liedteksten maakt door onomatopeeën te zingen bij instrumentale tracks en die vervolgens uit te werken tot Engelse woorden: waarschijnlijk kun je daarom soms geen touw aan zijn songs vastknopen.

Je leest ook dat Eno een ware seksmaniak is, hoewel hij alweer jaren keurig is getrouwd met zijn manager Anthea Norman-Taylor. Tot grote ergernis van Bryan Ferry bestudeerde Eno aan het slot van elke Roxy Music-tournee de vele polaroidfoto’s die hij van zijn vrouwelijke veroveringen had gemaakt. En tijdens een vakantie in Thailand in 1979 werd hij herkend door de Duitse eigenaar van een gogo-bar: Eno’s verblijf was vanaf die tijd gratis, meisjes inbegrepen, waarover de kunstenaar schaamteloos verslag doet.

David Sheppard heeft duidelijk affiniteit met zijn onderwerp, maar is ook kritisch – over Eno’s instant-gefilosofeer bijvoorbeeld. Wel valt op dat de schrijver driekwart van zijn biografie besteedt aan de periode tot 1981 en dat hij zich in de resterende honderd pagina’s over de tweede helft van Eno’s leven jammer genoeg wat op de vlakte houdt. Ook wemelt de biografie van de kleine fouten.

Toch kun je alleen maar respect hebben voor de hoeveelheid materiaal die Sheppard boven water heeft weten te krijgen omtrent de ongrijpbare mens Eno, zijn sociaal-culturele omgeving en zijn drijfveren – ’On Some Faraway Beach’ is niet alleen voer voor Enofielen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden