Beeld Trouw

Schrijverscolumn Franca Treur

Brengt het ongeluk, je eigen boeken lezen?

Ik had nog een late lezersbrief gekregen van een mij onbekend iemand die zich in de hoofdpersoon van ‘Hoor nu mijn stem’ had herkend. Om te zien wat de briefschrijfster bedoelde, pakte ik dat boek er weer even bij. Ik sloeg het halverwege open, begon te lezen alsof het over haar ging, en stopte niet meer voor ik het uit had.

Brengt het ongeluk, je eigen boeken lezen? Er zijn schrijvers die dat zeggen. Anderen vinden juist dat je je eigen werk wel móet herlezen om te zien welk gesprek je ook alweer was begonnen. Al was het maar om de vragen van je lezers beter te kunnen plaatsen. Als je iets communiceert, kunnen mensen namelijk terug gaan praten. Een andere reden om je eigen werk te herlezen is om de draad weer op te pakken. Waar was je ook alweer gebleven? En is dat misschien een startpunt voor je volgende boek?

Ik ben bezig met een nieuw boek en stel mezelf voortdurend de vraag wat ik nu eigenlijk aan het communiceren ben. Die continue reflectie heeft iets vermoeiends. Heb ik iets te pakken? Sluit dit aan op mijn vorige werk? Is de toon goed? Moet alles anders? Het zijn de eenzaamste momenten tijdens het schrijven. Je moet er doorheen.

Eerste zin op Facebook

Op Facebook zie ik collega-schrijvers eveneens worstelen met die eenzaamheid. Ze kondigen bijvoorbeeld plechtig aan dat ze weer aan iets nieuws begonnen zijn. Daar komen dan aanmoedigende reacties op, precies wat die een­zame schrijver nodig heeft. Sinds een paar jaar is er dat merkwaardige verschijnsel dat hele beginzinnen al met Facebookvrienden worden gedeeld, in de hoop op alvast een beetje applaus.

Maar het is hachelijk. Ik kopieer een vroegtijdig weggegeven openingszin van een collega die ik alleen via Facebook ken: ‘Op een dag, op een zekere plek, loopt de man van het hek, met hond Vijf op een halve meter achter hem aan, de kamer uit en de hal door.’ De eerste reactie liet niet lang op zich wachten: ‘Dan ben ik gelijk afgehaakt’, schreef iemand. ‘Ja, ik ook’, zei een tweede Facebookvriend. De derde: ‘Ik denk een kill your darling.’ De schrijfster reageerde als door een wesp gestoken: ‘Nee hoor, integendeel.’

Een vierde Facebookvriend bemoei­de zich ermee: ‘Eeehm: jawel, als dit de openingszin is vind ik hem alvast veel te lang.’ De schrijfster legde uit: ‘De vraag is altijd hoeveel van het verhaal – en vooral wat – laat je als auteur landen in die zin. En dat weet op dit moment alleen ik. In deze 30 woorden zit een belangrijk personage, een sidekick, een onbestemde locatie en een suggestie. Het kan zomaar een paar honderd pagina’s duren voordat duidelijk wordt wat het belang is.’

Maar applaus leverde dat nog steeds niet op. Iemand schreef dat er een komma verkeerd staat, wat de schrijfster absoluut niet met hem eens was, enzovoort. Ik klikte Facebook weg, kon het niet langer aanzien.

Op mijn wc hangt een kalender met spreuken, speciaal voor schrijvers en schrijvers in spe. Ik lees er ineens het ultieme antwoord op alle kritiek, in de vorm van een citaat van beeldend kunstenaar Philip Akkerman, de man die al iets van 7000 keer zichzelf heeft getekend (over eenzaamheid gesproken): ‘Vind je mijn werk slecht? Ach, we weten niet wat het doel van het leven is. Misschien is het wel het maken van middelmatige zelfportretten.’

Die ga ik onthouden. Komt vast nog eens van pas.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven. Lees ze hier allemaal terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden