Review

Breda is een Nassau-stad. Woensdag komt de 'Pronk en Praal' van de Oranjes uit de kast. Een expositie in de Grote Kerk.

Het is een hele mond vol als titel van een tentoonstelling, maar de bezoeker die zijn geschiedenislessen allang is vergeten kan zo wel al een paar conclusies trekken: Breda speelde een grote rol in de geschiedenis van de huidige koninklijke familie, en dat die familie tot de grote Europese adellijke geslachten gerekend wenste te worden, valt aan het interieur van de kerk aldaar af te lezen.

door WILFRIED VAN DER BLES

Breda staat sinds 24 augustus in het teken van de Nassaus. Op die dag was het precies 600 jaar geleden dat Engelbrecht I, telg uit het verarmde Duitse gravengeslacht der Nassaus, trouwde met de elfjarige Johanna van Polanen, erfgename van de heerlijkheden van Breda en van nog veel meer, en dus steenrijk. Dat kwam mooi uit: geld en adeldom kwamen hier samen om -maar dat is achteraf gepraat- de basis te leggen voor een geslacht dat zes eeuwen later nog steeds nummer één is in de Nederlanden.

Het zou toen, augustus 1404, nog enkele tientallen jaren duren, voordat Holland, Zeeland en Brabant werden ingepalmd door het Bourgondische rijk. Toen het zover was, vormde het Bourgondische en later het Habsburgse hof voor de Nassaus dé kans op glansrijke carrières. De Bourgondische vorsten gaven belangrijke functies aan het hof immers bij voorkeur aan de wat lagere adel, en niet aan de gevestigde oude adel, om zo loyale dienaren te creëren die hun positie volledig aan hen hadden te danken. Engelbrecht I en zijn zoon en opvolger Jan IV bekleedden aan het hof nog bescheiden posities. Maar hun opvolgers Engelbrecht II en Hendrik III schopten het tot de hoogste ambten aan het hof. Zij werden legeraanvoerders en naaste adviseurs van achtereenvolgens Karel de Stoute, Maximiliaan van Oostenrijk en keizer Karel V. Engelbrecht en Hendrik III werden zelfs toegelaten tot de Orde van het Gulden Vlies, een teken dat ze inmiddels door de Bourgondische vorsten tot de hoogste adel werden gerekend.

Het feest was voor de Nassaus compleet toen ze via huwelijk (van Hendrik III met Claudia van Chalon) en vererving in het bezit raakten van het Zuid-Franse vorstendommetje Orange (Oranje) met de daaraan verbonden erfelijke prinsentitel. Doordat René van Chalon, de enige zoon van Hendrik en Claudia, op jonge leeftijd kinderloos stierf, gingen de Nederlandse en Franse bezittingen van de (inmiddels) Oranje-Nassaus over in handen van René's volle neef Willem, de latere Vader des Vaderlands.

De (Oranje-)Nassaus staken hun nieuwverworven positie niet onder stoelen of banken. Willem van der Vis, directeur van de Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk en organisator van de tentoonstelling, spreekt zelfs van 'patsers': in hun Bredase periode leefden ze aanvankelijk boven hun stand. Hoe dan ook, Breda heeft er volop van geprofiteerd, zoals in de Grote Kerk te zien is. Topattractie is de Prinsenkapel, die door prins Willem-Alexander woensdag na jarenlange restauratie wordt heropend. De gewelfschildering, in de huiskleuren blauw en goud van de Nassaus, is hersteld, op een enkele plek na, waar reconstructie niet meer mogelijk was. De schildering, vermoedelijk van Tommaso Vincidor da Bologna, een leerling van Rafaël, is het eerste staaltje Renaissance-kunst in Noord-Europa. Opdrachtgever was Hendrik III, die ook al het in Renaissance-stijl opgetrokken grafmonument voor zijn oom Engelbert II en zijn echtgenote Cimburga van Baden, liet maken, eveneens in de Prinsenkapel.

De grafkelder onder dit monument werd vlak voor de Tweede Wereldoorlog geopend. Toen bleek dat niet Engelbert II en diens vrouw daar waren bijgezet, maar Hendrik III, zijn zoon René van Chalon, Anna van Buren, de eerste vrouw van Willem van Oranje en hun oudste dochtertje Maria. Engelbert II en Cimburga liggen, zo bleek in 1996, vlak in de buurt maar wel in een andere grafkelder onder de kerk, bij het laat-Gothische grafmonument voor Engelbrecht I en Jan IV.

Voor het eerst sinds jaren is in de Prinsenkapel ook weer 'De vinding van het ware kruis' te zien, een altaarstuk uit de school van Jan van Scorel. Getoond worden eveneens de originele schetsen van het schilderij en het grafmonument die aan de achterkant van dit drieluik zijn gevonden .

Verder is voor het eerst sinds 1550 het veelluik 'Sacramentsretabel van Niervaart' terug in de kerk. Het veelluik herinnert aan de wonderlijke hostie die in het dorpje Niervaart werd gevonden en later werd overgebracht naar Breda dat daarmee een pelgrimsoord werd. Vlak voor de Beeldenstorm verdween het veelluik dat na veel omzwervingen in het bezit kwam van het Breda's Museum. Na afloop van de tentoonstelling zal het als uitleen van het museum in de kerk blijven.

Op de tentoonstelling zijn verder topstukken te bewonderen uit musea en archieven uit binnen- en buitenland. Dankzij cd-rom en beeldscherm kunnen bezoekers de monumenten bekijken zoals ze willen: vanaf zes meter hoogte, van achter- of onderkant. Zelfs een kijkje in de grafkelder is op die manier mogelijk. Een digitale verteller, Justinus van Nassau, leidt de bezoekers door de tentoonstelling. Deze is ook voor kinderen (vanaf 10 jaar) aantrekkelijk gemaakt dankzij een educatieve flyer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden