Review

'Bouw' boeiend verbouwd

Het themanummer 'organisch bouwen' van het compleet gerestylede architectuurtijdschrift Bouw begint veelbelovend. ,,Nadat Alberts en Van Huut tien jaar geleden al faam maakten met kantoren van NMB (Amsterdam) en Gasunie (Groningen) lijkt met de eeuwwisseling voor de deur de tijd rijp voor een nieuwe golf organische gebouwen.'' Zo'n uitdagende stelling wekt verwachtingen. Het suggereert in ieder geval dat al iets van die golf zichtbaar zou zijn. Bij het doorbladeren en lezen van Bouw blijkt de golf beduidend kabbelender dan de introductie doet vermoeden. Alle écht organische voorbeelden in het blad zijn gemaakt door drie bureaus: Alberts & Van Huut, Thomas Rau en Frans van der Werf.

Robbert Roos

Het laatste opvallende gebouw van Alberts & Van Huut is dat van de Gasunie in Groningen, een jaar of vier geleden. Wat daarna verrees waren slechts slappe aftreksels van een eens zo sterk concept, die Bouw ook niet haalden. Rau is een leerling van de inmiddels overleden Ton Alberts. Hij is wel onlosmakelijk verbonden met die school, maar gaat zo zijn eigenzinnige weg dat hij steeds verder van Alberts' 'religie' afdwaalt en opschuift richting expressionistisch bouwen. Frans van der Werf kwam geheel eigenhandig tot zijn stijl, maar sommige details in het in Bouw gepresenteerde woningbouwcomplex De Pelgrimshof in Zevenaar lijken wel erg veel op onderdelen van het NMB-kantoor. Bouw lijkt de 'organische golf' op te hangen aan Rau's inderdaad opmerkelijke stadskantoor in Zutphen, maar zoals de goede Nederlandse taal ons al leert: één zwaluw maakt nog geen zomer.

Interessant in de special is een interview met Jan Doets van ING Vastgoed. De bank bepaalde, nog als NMB, dat de huisstijl voor de bijkantoren organisch zou zijn. Voor het nieuwe hoofdkantoor van de ING Groep is echter gekozen voor een hightech ontwerp van Meyer en Van Schooten. Doets: ,,We hebben liever een ontwerp dat een doorbraak betekent voor een jonge architect dan het laatste werk van een ervaren architect.'' De enige overeenkomst tussen de twee hoofdkantoren is dat ze beide duurzaam en energievriendelijk zijn.

Die duurzaamheid wordt halverwege de special min of meer het subthema. Een beetje een noodgreep, want het is appels met peren vergelijken. Organische architectuur is vrijwel altijd duurzame architectuur, maar het gros van de duurzame bouwwerken heeft niets te maken met organische architectuur. Zo verzandt de special een beetje in een mengelmoes van invalshoeken.

Inhoudelijk had de nieuwe Bouw dus scherper gekund, maar wat opzet betreft is het vernieuwde tijdschrift veelbelovend: heldere opmaak, mooie kleurenfotografie zonder al te protserig glossy te worden en een aantal interessante nieuwe rubrieken (onder meer vaste berichten uit de Haagse politiek en een discussiepagina). Het enige nadeel is dat artikelen niet langer mogen zijn dan twee pagina's. Alleen het portret van Rau kreeg vier pagina's toebedeeld. In de filosofie van de redactie wordt Bouw zo ongetwijfeld leesbaarder (de artikelen zijn hapklare brokken), maar het lijkt vooralsnog ten koste te gaan van de diepgang. Je wordt compact geïnformeerd, maar blijft bij meerdere verhalen met vragen zitten. Bij een iets langere adem hadden die wel aan bod kunnen komen. Als derde architectuurblad van Nederland (na Archis en de Architect) geeft Bouw echter een verfrissende en brede kijk op het architectuurbedrijf, dat zowel insiders als architectuurliefhebbers zal boeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden