Boekrecensie

Bonzende harten en krols gekreun

Beeld RV

Een Nederlandse en een Vlaming bewerken ‘Duizend-en-een-nacht’ voor jong publiek, met zeer verschillende uitkomst. 

Imme Dros
En toen, Sheherazade, en toen?
Ill: Annemarie van Haeringen.
Leopold, 188 blz. € 24,90. Vanaf 11 jaar.

Ed Franck
Twintig parels
Ill: Martijn van der Linden.
Davidsfonds/Infodok, 222 blz. € 24,99. Vanaf 15 jaar.

Noem eens twee sprookjes van Duizend-en-een-nacht? Grote kans dat u denkt aan ‘Aladdin en de wonderlamp’ en ‘Ali Baba en de veertig rovers’. Maar die zijn waarschijnlijk verzonnen door de Franse oriëntalist Antoine Galland, die in de achttiende eeuw de eerste Europese vertaling van Duizend-en-een-nacht maakte. Niet erg dus dat juist deze verhalen ontbreken in twee nieuwe bewerkingen van de ‘Arabische’ verhalen, door Imme Dros en Ed Franck.

In hun nawoorden vertellen de ervaren bewerkers over de ontstaansgeschiedenis van de sprookjes: de oudste kwamen vanuit India en Perzië naar de Arabische wereld, maar er zijn ook elementen uit Joodse en Griekse verteltradities ingeslopen. Door de eeuwen en culturen heen kwam zo een veelvormige verzameling tot stand van reisverhalen, dierenfabels, kluchten, tragedies, erotische verhalen en verzen.

Geen consensus

Geen duizend-en-een, maar rond de 260 - er bestaat geen consensus over het precieze aantal, omdat er niet één oertekst is. Het oudste nog bestaande handschrift stamt uit Syrië van de vijftiende eeuw. Franck baseerde zich voor zijn bewerking op de Nederlandse standaardvertaling van Richard van Leeuwen uit de jaren negentig. Dros nam de negentiende-eeuwse, Engelse vertalingen van John Payne en Richard F. Burton als uitgangspunt.

Voor kinderen verschenen in Nederland vooral bewerkingen van losse sprookjes, maar onlangs geen bundels met meer verhalen. Niet verwonderlijk, want veel van de originele sprookjes en de raamvertelling die ze bijeenhoudt, hebben een tamelijk volwassen lading door de gewelddadige en erotische passages.

Raamverhaal

Dat raamverhaal gaat over koning Sjahriar (Sjahriaar bij Franck), die na het overspel van zijn vrouw alleen nog maagden wil trouwen om die na de huwelijksnacht om te brengen. Als er nauwelijks nog meisjes over zijn, biedt de belezen dochter van de vizier van de koning zich aan.

’s Nachts vertelt deze Sheherazade (Sjahrazade bij Franck) een verhaal en stopt bij het ochtendgloren met een cliffhanger. Sjahriar wil het einde horen, dus laat haar leven. En zo vertelt Sheherazade avonden lang over sultans, gewone mensen en djinns, over list en bedrog, moord en doodslag, hebzucht, trouw en zegevierende slimheid.

Dros richt zich met ‘En toen, Sheherazade, en toen?’ op kinderen vanaf elf jaar, Franck met ‘Twintig parels’ op jongeren vanaf vijftien jaar en volwassenen. Dat is te merken aan hun selecties. Dros koos voor veel dierenfabels en beschrijft uitgebreid de reizen van Sinbad de Zeeman, die doen denken aan de door Dros eerder bewerkte avonturen van Odysseus.

'Panoramisch zicht'

Franck stelde zich een ‘panoramisch zicht’ op de ‘variatie in verhaalsoorten’ tot doel. Hij vatte ‘Sinbad’ juist samen en koos slechts één dierenfabel om ruimte te maken voor andersoortige vertellingen.

Beide bewerkers grepen flink in in de originele, wijdlopige verteltrant. De talloze herhalingen en de vele matige gedichten die het proza telkens onderbreken, moesten eraan geloven. Dros voegde in plaats van de poëzie spreekwoorden toe - een leuke vondst. Ook dwong zij zichzelf beknopt te schrijven door een strak metrum aan te houden, dat prettig leest. Franck probeerde de oorspronkelijke, gedragen stijl juist te benaderen: hij schrijft gedetailleerder en bloemrijker.

Koppen rollen er in beide boeken, maar seks krijgt een andere benadering. Dros zegt keurig dat personages zich ‘overgeven aan het spel van de liefde’, terwijl Franck schrijft: “Sjahzamaan keek met bonzend hart toe hoe Massoed bleef toestoten als een lansvechter in het heetst van de strijd en hij drukte zijn handen tegen zijn oren om het krolse gekreun van de koningin niet te moeten aanhoren.”

Pikanterietje

Annemarie van Haeringen, die het boek van Dros fraai illustreerde, permitteert zich een pikanterietje: op een kleine tekening van een vrijend koppel is een glimp van een erectie te ontwaren. Martijn van der Linden houdt zich in Francks bundel in: hij zet alleen de contouren van een liefdespaar met enkele lijnen neer.

De sprookjes zijn tamelijk vrouwonvriendelijk (vrouwen zijn doorgaans onbetrouwbaar, mannen heldhaftig), al valt daartegenin te brengen dat Sheherazade, die zeker bij Franck mooi profiel krijgt, de grootste heldin is: zij temt slim een moordzuchtig man. Hoe dan ook, in Francks bewerking roepen mannen ‘sloerie’ en ‘slet’ - in de oorspronkelijke tekst komen soortgelijke woorden voor. Dros laat dit achterwege.

Portrettering van zwarte mensen

Zo gaan de auteurs ook anders om met de portrettering van zwarte mensen, in deze sprookjes bijna altijd slaven. Dros heeft het alleen over ‘slaven’, zonder hun uiterlijk te beschrijven, maar Franck doet geen moeite om de verhalen op dit punt te ontdoen van hun scherpe randjes. Zwarte mannen worden in dit fragment zelfs dierlijk beschreven: “Terstond sprong er een atletische zwarte man uit een boom. Met pantersprongen snelde hij naar haar toe en vlijde zich tussen haar dijen.”

Verderop drijven zeilers af naar een ‘Negereiland, waar kannibalen woonden’. En wanneer een sultan zich wil voordoen als slaaf, schrijft Franck: “Met diepe keelklanken, om het typische stemgeluid van zwarten na te bootsen, zei de sultan: ….”

Het is onbegrijpelijk dat Franck deze stereotyperingen heeft gehandhaafd (de pantersprongen komen bovendien uit zijn eigen koker). Hij beoogde immers geen historisch-wetenschappelijke vertaling, waarin de brontekst nauwgezet gevolgd dient te worden, maar een bewerking voor moderne (jonge) lezers. Daartoe deed hij talloze ingrepen, dus deze details had hij net als Dros kunnen schrappen.

Niet zo uitnodigend

Door de kleine letters en het geringe aantal illustraties, ziet ‘Twintig parels’ er niet zo uitnodigend uit als ‘En toen, Sheherazade, en toen?’. De veelal donkere platen van Van der Linden ogen wat statisch en brengen daardoor weinig leven in de brouwerij; slordig dat ze niet altijd bij de juiste passages staan. Van Haeringen kiest juist voor een kleurrijke, beweeglijke aanpak met veel wit, die misschien voorbijgaat aan de soms duistere sfeer van de sprookjes, maar wel een lust voor het oog is. De luchtige lay-out, het leeslint en de linnen rug maken dat boek helemaal af.

Franck biedt, kortom, een gevarieerder, volwassener beeld van Duizend-en-een-nacht (met bedenkelijke details) en schrijft meeslepend, Dros’ vloeiende bewerking is bondiger en prachtig vormgegeven.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden