null Beeld

MooiVliegende kunst

Bont gekleurd, elegant, soms plomp: vliegende vogelkunst in een oogverblindend boek

Ze zien er mooi uit en smaken goed. Dus houden mensen van vogels. Een oogverblindend nieuw boek laat zien hoe ze de laatste vierhonderd jaar zijn afgebeeld. Puur genieten.

Monica Wesseling

Vogels laten ons niet onberoerd en heus niet alleen omdat je ze kunt eten. Oké, de jagers die 40.000 jaar geleden de eerste vogelafbeeldingen krasten in rotswanden, zagen het ­gevleugelte wellicht vooral als buit van de jacht, maar in de millennia daarna werden ze geliefd als spirituele en mythische symbolen of, recenter, om hun schoonheid én als onderwerp van diepgravende ­wetenschappelijke studies: hun schitterende kleuren, elegante, of soms ook behoorlijk plompe verschijning, hun verenkleed glanzend en ironiserend, hun vernuft, lijf en instinct.

Al deze ontwikkelingen zijn verzameld in Vogels, de veranderende kijk op vogels in de kunst van de Amerikaanse ornitholoog Roger J. Lederer, emeritus hoogleraar biologie. Een kloek en oogverblindend werk stelde hij samen met honderden reproducties van het werk van veertig ‘vogelkunstenaars’ van de afgelopen vierhonderd jaar.

Vogelboutje

null Beeld

Puur genieten is het van de kleurrijke platen, voorzien van tekst. De begintijd van de beschrijving is niet willekeurig. Tijdens het baroktijdperk, in de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw, spelen vogels een belangrijke rol in de kunst. Internationaal en ook bij Hollandse meesters als Frans Snijders, Carel Fabritius (met zijn overbekende Puttertje) en Melchior d’Hondecoeter: alledrie begaafde en ­ornithologisch begeesterde schilders. Zij vereeuwigden vogels ook toen niet alleen vanwege hun schoonheid, maar ook omdat een vogelboutje nou eenmaal niet te versmaden was. Zo schilderde Snijders naar hartenlust dode zwanen, pauwen, ganzen en eenden op een tafel, vergezeld van konijnen, een jakhals, de nodige dode vissen plus verlekkerd kijkende honden.

Kadavers

Op het werk Jachtbuit van d’Hondecoeter is er van de tien afgebeelde vogels slechts een in leven. Engelse barokke kunstenaars, onder wie Marmaduke Cradock, hadden het nogal op de exotische dieren die ontdekkingsreizigers en handelaren uit verre vreemde oorden meenamen. Veel van die dieren stierven onderweg, waardoor de schilders ofwel op grond van rotte ­kadavers ofwel aan de hand van omschrijvingen aan het schilderen sloegen. En ja; dat leverde rare vogels op, ook al omdat menig vogel een wel erg menselijke uitdrukking kreeg.

null Beeld

De vogelkennis nam toe en daarmee de behoefte aan waarheidsgetrouwe, nauwkeuriger afbeeldingen onder meer om de vogels kunnen classificeren. De Fransman Georges-Louis Leclerc beschreef in zijn Histoire naturelle des oiseaux wel tweeduizend vogels, met afbeeldingen. Exotische vogels bleven geliefd en dankzij de opgezette exemplaren waren die wat makkelijker na te schilderen, zij het dat door het snel vergaan van de ­veren de geschilderde kleuren vaak nogal onzinnig waren. De Nederlander Aert Schouman (1710-1792) nam de levende vogels in de volières van de aristocratie als voorbeeld, maar ook dat leverde lang niet altijd waarheidsgetrouwe afbeeldingen op. Hij zette vogels uit verschillende continenten net zo makkelijk genoeglijk samen op een tak. Een hanenstaartwidavink uit Afrika naast een blauwkroontje uit Azië…

Blauwe reiger

De vraag van wetenschappers die hongerden naar ornithologische kennis ging verder dan afbeeldingen van alleen de buitenkant. Dus namen schilders het ­fileermes ter hand. De noodzaak om de vogels realistisch en precies te verbeelden, maakte van schilders kenners en van kenners schilders. Zo vermeldde de Engelse schilder Thomas Bewick bij zijn houtgravures ook details over het gedrag van de afgebeelde vogel, wat die at en zijn fysieke kenmerken.

De Amerikaan John Audubon, een van ’s werelds meest vermaarde vogelschilders, trachtte exact te zijn door vogels soms op ware grootte te portretteren. Hij lijkt zich weleens te hebben misrekend; al schilderend bleek de vogel niet te passen op zijn papier, met de vreemdste poses tot gevolg. Zijn Amerikaanse blauwe reiger lijkt wel met een gebroken nek rond te lopen.

null Beeld

Ornithologen begonnen erop aan te dringen dat ­vogels in hun natuurlijke omgeving werden weergegeven. En zo werden schilders niet alleen verslaggevers van wetenschappelijke expedities aan het einde van de negentiende, begin twintigste eeuw, maar maakten ze er deel van uit. Nederlandse schilders speelden een aardig deuntje mee. In vrijwel alle ornithologische werken stonden afbeeldingen gemaakt door John Gerrard Keulemans.

Skeletten en zangorganen

De uitvinding van de fotografie begin twintigste eeuw bood niet meteen soelaas; de sluitertijden waren te lang om levende vogels vast te kunnen leggen. Kunst werd gedeeltelijk wetenschappelijke illustratie; overigens vaak ook oogstrelend. Sla een vogelboek open en een glimlach verschijnt als vanzelf. Niet alleen de simpele herkenningsgidsen bekoren vanwege de mooie kleuren en lijfjes; ook boeken voor gevorderden mogen er zijn. Pentekeningen van skeletten, ­zangorganen of veeropbouw zijn muurwaardige kunstwerken. En er is nu dit fantastische boek, dat voor puur genot zorgt, óók op een koude, donkere winterdag. Net als echte vogels.

null Beeld

Roger J. Lederer
Vogels. De veranderende kijk op vogels in de kunst
Noordboek; 224 blz. € 39,90

Lees ook:

’s Lands bekendste vogelaar: Hoe meer mensen weten over vogels en natuur, hoe belangrijker ze die vinden

Nico de Haan is al 65 jaar vogelaar. Zijn enorme vogelkennis resulteerde in een nieuwe methode om vogels te herkennen. In een gids uiteraard, want een smartphone met app vindt hij niks.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden