Bonkig en stug

Permeke bleef Vlaming met de Vlamingen. Te zien in een aardse tentoonstelling.

Nagenoeg aansluitend op de presentatie van het Vlaamse expressionisme in Nederland die het Groninger Museum als een nieuw specialisme naar buiten bracht, toont het Haags Gemeentemuseum andermaal een Belgische expressionist in de figuur van Constant Permeke (1886-1952). Een monografische presentatie, die recht doet aan de enorme veelzijdigheid van een schilder die tegelijk een begaafd tekenaar èn beeldhouwer was.

Permeke's kunstenaarsschap was een leven lang doortrokken van een zoektocht naar de essentie van vorm en kleur. Veel van Permeke's tijdgenoten, met name de vroege modernisten als Mondriaan en Picasso zagen de oplossing van het vormvraagstuk aanvankelijk in de ontwikkeling van hun stijl naar volledige abstractie. Het kubisme bood aanvankelijk daartoe een goede voorzet. Picasso ontwikkelde (overigens samen met Braque) het kubisme uit zijn voorliefde voor de primitieve kunst. Bij Permeke is juist het tegenovergestelde te zien: zijn vertrekpunt lag in het kubisme van waaruit hij een 'primitief' aandoende stijl destilleerde.

Dit primitivisme heeft echter geen exotische trekken: Permeke streefde in de weergave van zijn figuren, die hij zo van het Vlaamse platteland moet hebben opgepikt, naar een wat bonkige, stugge vervorming die hem uiteindelijk in monumentaal vaarwater deed belanden. Een expressionist in de zin van verheviging van het koloriet (zoals de Groninger Ploeg en vooral de Duitsers als Kandinsky, Nolde en Kirchner) is Permeke niet geweest. Hij bleef in zijn palet van aardse tinten die hij vaak pasteus, bijna materiëel aanbracht, eigenlijk dichtbij huis. Zijn huis stond in dit geval in West-Vlaanderen: Permeke, in Antwerpen geboren, bracht zijn jeugd en jongelingsjaren in Oostende door, de stad van James Ensor tegen wie hij hoog opzag, de stad ook van Léon Spilliaert die tot grote symbolistische hoogte zou reiken. Permeke kwam door de Eerste Wereldoorlog in Wales terecht en niet zoals zijn collega's Rik Wouters, Frits Van den Berghe en Gustave De Smedt in Nederland, waardoor hij gedurende vier jaar een min of meer geïsoleerd bestaan kende. Na de Grande Guerre leefde hij hoofdzakelijk in Oostende en in het niet ver daar vandaan gelegen Jabbeke. Wie wel eens een bezoek aan het Permeke Museum in het plaatsje heeft gebracht, weet waar het in het werk van de schilder om gaat: een houding die wars van intellectualisme is, die diep wortelt in de mentaliteit van een boerenbevolking die op dat moment nog alles met het land, de aarde had. Permeke mag dan bij voortduring schilderkunstige bedoelingen hebben gekoesterd, hij is altijd een Vlaming met de Vlaming geweest aan wiens werk is af te zien dat de mens uit de aarde voortkomt en daar ook weer in terechtkeert.

Wat deze grote overzichtspresentatie in Den Haag duidelijk maakt - ze is trouwens geheel in Vlaanderen samengesteld, door museumdirecteur Willy Van den Bussche van het PMMK in Oostende - is het ontbreken van een eenduidige ontwikkeling in Permeke's schilderwijze. In alle decennia van zijn schildersloopbaan heeft Permeke getracht om experimenten die links en rechts om hem heen ontstonden, te adapteren om ze voor korte of lange tijd eigen te maken. Zo zie je hem een kortstondige vrijage aan gaan met de tweede generatie van de befaamde School van Sint Martens-Latem, de kunstenaarskolonie in de omgeving van Gent die aanvankelijk een verlate reactie op het Vlaams impressionisme te zien gaf. Maar ook zijn ontwikkeling naar een meer 'boerse' stijl met de befaamde aardkleuren verloopt niet langs kaarsrechte wegen, maar kent allerlei zijsprongen. Toch bereikte Permeke al vlug een soort monumentaliteit die hij in de laatste dertig jaar van zijn leven niet meer zou verliezen.

Wat dat betreft zijn de schilderijen 'De verloofden' en 'Het zwarte brood' uit 1923 echte sleutelstukken. Het zijn geen portretten in de ware zin van het woord, wat zou betekenen dat ze een voorstelling te zien geven van herkenbare personen. Meer zijn het gevoelige weergaven van een mentale houding, een soort van 'mentale portretten' dus die nooit karikaturaal worden. Voor 'Het zwarte brood' geldt dan nog dat Permeke het gegeven massaliteit binnen dezelfde voorstelling pareert met een ongewone verfijning door de schildertechniek met tekeningen af te wisselen.

Van den Bussche schaart deze voorstellingen onder Permeke's zoektocht naar de diepste vormen van essentie die hij een picturale voorstelling geeft en daarmee is eigenlijk alles gezegd. Om er meteen aan toe te voegen, aldus Van den Bussche dat Permeke ook een sfeerschilder is, die voortdurend veranderende sferen weergeeft.

Maar wat moet je dan met die schilderijen waarin Permeke wel het boerenland opzoekt, maar geen knoestige figuren weergeeft? Zoals het schilderij 'De zeug' dat gezien zijn titel alleen al als een karikatuur beschouwd kan worden. Het varkensbeest met de biggetjes is voor Permeke geen onderwerp om humoristisch uit te halen. Hij ziet ook in deze dieren een gerechtvaardige aanleiding om naar een monumentale kracht te zoeken. Overigens, in samenhang met die betrachte monumentaliteit wilde Permeke dat de voorstelling forse maten moest hebben. Het schilderij werd aangekocht door de bekende Brabantse kunstverzamelaar dokter Wiegersma uit Deurne. Om het schilderij in de huiskamer op te hangen moest Wiegersma besluiten tot een complete verbouwing vooraleer het doek een zichtbare plaats kon krijgen.

Permeke ging op latere leeftijd ook beeldhouwen. Vanaf de jaren '30 maakte hij in brons en hout zware, gesloten vormen van weerbarstige mannen en vrouwen die, ook al zijn ze naakt, weinig erotische potentie uitstralen. De beelden kunnen niet los worden gezien van de schilderijen en zeker niet van de tekeningen die over pure monumentaliteit gaan. Net als in de tweedimensionale voorstellingen gaat het Permeke in de sculpturen niet om het construeren van een volume of een vorm van massaliteit, maar, ook hier, om het uitbeelden van een mentale gesteldheid. De afwisseling die zo typerend is voor de schilderijen ontbreekt in de beelden en dat maakt ze wat gemakkelijker te duiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden