Bonhomie en zeurkouserigheid

Het is heel goed denkbaar dat Bas Heijne, literair criticus en columnist van NRC Handelsblad, zich heeft laten inspireren door de expositie 'Van Gogh en Gauguin', die vorig jaar te zien was, voor zijn toneelstuk 'Van Gogh'.

Hij schreef het stuk als opdracht van Het Toneel Speelt, dat het samen met ZT/Hollandia heeft uitgebracht in een dubbelregie van Johan Simons en Leonard Frank. En met een voorbeeldige bezetting. Het stuk begint op de dag dat de schilder Vincent van Gogh wordt begraven in het dorpje Auvers-sur-Oise, 30 juli 1890. Het stuk gaat dan ook alleen op een indirecte manier over de schilder, en wel over wat hij bij anderen heeft aangericht.

In de vrij goed geschreven eerste scène van het stuk maken we zo kennis met dokter Gachet, wiens patiënt Van Gogh de laatste zeven weken van zijn leven is geweest voor hij zelfmoord pleegde. Hans Croiset speelt de dokter met een fraaie mengeling van bonhomie en zeurkouserigheid. Zijn zoon van zeventien, Paul (Aus Greidanus jr.), blijft meer een raadsel: pas in de zesde en laatste scène van het stuk, dat in 1914 speelt, kan hij uitleggen dat hij toen in de korte tijd dat hij Vincent had leren kennen, een grote liefde voor hem had opgevat. Die heeft hem zijn hele leven tot nu toe, nu hij een veertiger is, geobsedeerd. De schilder heeft zijn waanzin als het ware op hem overgedragen; de zwarte kraaien van zijn laatste schilderij, 'Korenveld met kraaien', dat Paul hem heeft zien schilderen, achtervolgen hem nog steeds als doodskraaien op elke wandeling.

Ook de schilder Gauguin ontbreekt in Heijne's stuk, maar wel is er zijn vrouw Mette die rondzeult met zijn schilderijen die manlief haar gegeven heeft toen hij naar Tahiti vertrok, om te verkopen en zo in het levensonderhoud van haar en haar vijf bloedjes te voorzien. Het is vooral een komische rol die door Chris Nietvelt met de zuidelijke heftigheid die zij zo goed kan oproepen tot een aanstekelijk portret wordt gemaakt.

Alleen gaat het niet meer over Van Gogh, zelfs niet over de idealen die de twee schilders een tijd lang hebben gedeeld. Wel veel filosofisch en religieus gedachtegoed stopt Heijne in de aan syfilitische krankzinnigheid vijf maanden na Vincent stervende Theo van Gogh (Daniël Boissevain). Maar hier gaat het stuk aan z'n eigen woordzuchtigheid te gronde, en vooral aan het manco dat er soms wel veel dramatische hevigheid op het toneel wordt opgewekt, maar dat het geen theater wordt. Het verbaast me dan ook dat Heijne, met zoveel oude rotten in het vak om zich heen, niet tot beter toneelschrijven te brengen was. Zoals ik een dame op de rij achter me hoorde kreunen: 'Dit duurt te lang'.

De andere zwakke schakel in Heijne's dramaturgie is Johanna Bonger, de vrouw van Theo. Wel deed Betty Schuurman haar uiterste best haar diepte en karakter te geven, maar eigenlijk heeft de schrijver niet zo veel meer over haar te melden dan dat er veel gezwoeg is waarmee een mens zich aftobt onder de zon.

En zo vervolgt deze 'Van Gogh' moeizaam zijn weg naar het slot, traag zijpaadjes volgend die nergens toe leiden. Al die goede acteurs kunnen Heijne niet redden, zodat het erop lijkt dat de schrijver, een lange traditie in de Nederlandse toneelliteratuur volgend met groten als Reve ('Commissaris Fennedy'), Hermans ('Dutch Comfort') en Mulisch ('Tanchelijn'), ook zijn stuk voor de toekomstige vergetelheid heeft geschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden