null Beeld
Beeld

Tv-column

Boeren tussen idylle en catastrofe

Twee programma’s over het platteland: het ene schetst een idylle, het andere een catastrofe. En dat op één avond, met een tussenpoos van slechts anderhalf uur. Laten we met de catastrofe beginnen. BNNVARA bracht de eerste aflevering van De Boerenrepubliek, een documentaireserie die aan de hand van de mond- en klauwzeer-uitbraak van 2001 in beeld wil brengen wat er mis ging tussen boer en politiek.

Een objectieve start van dit vierluik. Veel mensen mogen dan een afkeer hebben van de protestboer met zijn trekker, De Boerenrepubliek stipte fijntjes aan dat agrariërs slechts overheidsbeleid uitvoeren. Of zoals Marco Glastra – als directeur van het Groninger Landschap toch een onverdachte bron – het verwoordde: “Vijftig jaar landbouwpolitiek waarin het alleen draaide om een hoge voedselproductie tegen een lage prijs, ondersteund door Europese subsidies”.

Het resultaat is een landschap waar niets meer bloeit, en waar biodiversiteit en broedvogels zijn verdwenen. We lijden onder ‘landschapspijn’, zo introduceerde Glastra een nieuwe term, als gevolg van een halve eeuw intensieve landbouw, waarbij tweederde van de opbrengst is bestemd voor de export.

Ons land is er simpelweg te klein voor

Door de enorme dierdichtheid ontstaan steeds weer nieuwe ziektes onder het vee, zoals in 2001 mond- en klauwzeer. Er werden boeren gefilmd in het Gelderse Oene, die huilend terugblikten op de crisis, waarbij 270.000 dieren preventief het leven lieten. Toenmalig landbouwminister Brinkhorst sprak in retrospectief van een oorlogssituatie en voegde daaraan toe: “We moeten de intensieve landbouw nu eindelijk terugdraaien. Ons land is er simpelweg te klein voor.” De barre werkelijkheid is dat twintig jaar later, ondanks een drastisch reductie-advies van de commissie-Wijffels in mei 2001, er niets is veranderd. Hopelijk geeft het vervolg van de reeks antwoord op de vraag wiens schuld dat is: van de politiek, de boer of van allebei.

Dan de idylle. Kruispunt (KRO) ging op bezoek bij drie jonge Randstedelingen die, stilgezet door corona, wilden verhuizen naar het platteland. Makelaar Suzanne had die stap al gezet: van de hoofdstad naar de Betuwe. Vanuit haar dorp aan de Linge begeleidt ze stedelingen die eveneens weg willen uit de drukte. Zoals Linda en Floris uit Utrecht, die hun oog hadden laten vallen op Dwingeloo. “Ik ben in één uurtje dáár vaker begroet dan de rest van mijn leven in Utrecht”, sprak Floris enthousiast. Inmiddels heeft de trek naar buiten voor stadse taferelen gezorgd. Ook op het platteland zijn de huizenprijzen enorm gestegen, vertelde Suzanne, en gaat elke verkoop op inschrijving.

Heel weinig dorp of dorpsleven

Hebben we eigenlijk nog wel veel platteland, vroeg ik me gedurende het programma af? We zagen Sarah, kandidaat nummer drie, die terug was gegaan naar Ede, de plaats van haar jeugd. Maar Ede is een stad met meer dan honderdduizend inwoners en een winkelcentrum met van die lelijke gevels – ze kwamen in beeld – die je in steden ook volop ziet. Sarah was er nog niet helemaal uit of ze er wilde blijven. “Het liefst met één been in Amsterdam en één been in Ede”, zei ze.

Dat was het manco van deze uitzending: heel weinig dorp of dorpsleven. Voornamelijk pratende stedelingen die vanuit hun (stadse) woning het platteland bezongen.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas, Maaike Bos en Willem Pekelder columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden