Review

Boekje open over de echte klassieken

Vale, vale Oedipus, miser Oedipus noster, te amabam, Oedipus, tibi valedico'

In treurige berusting groet het koor der Thebanen zijn koning Oedipus ten afscheid: de pest zal wijken want het kwaad is ontmaskerd: de koning zelf was de schuldige, onwetend, door het noodlot getroffen. In de statische zang van deze laatste scène laat Igor Stravinsky in zijn opera-oratorium 'Oedipus Rex' de woorden 'te amabam' (ik hield van je) melodisch even oplichten. Een golfje menselijke emotie breekt door de orenschijnlijk strenge partituur van strakke ritmen, vriesnachtkoude akkoordovergangen en gestyleerde expressies.

Deze weken is het beroemde verhaal in de versie van Jean Cocteau en Igor Stravinsky te beleven bij De Nederlandse Opera. Groots is de rol van het koor in dit spel: niet genoeg lauweren kunnen worden aangedragen om het mannenkoor van de Opera te prijzen om de grandioze wijze waarop het de duivels lastige (vele ritmische valkuilen) partituur verwezenlijkt in combinatie met een gebarenspel dat regisseur Peter Sellars er invlocht. Die bewegingen, daar begint iedereen direct over, alsof het zingen bijzaak is!

'Oedipus Rex'. Klassieke literatuur. Met regelmaat staan ze op het podium van onze muziektheaters: de èchte klassieken, de Griekse en Romeinse goden en helden, alsmede historische en legendarische figuren uit de Oudheid. Daarover gaat een doortimmerd naslag- en leesboek getiteld 'De Oudheid in klank' dat - geprezen zij het toeval - dezer dagen op de markt komt. De samensteller is G.J.M. Bartelink, emeritus-hoogleraar in het oudchristelijke Grieks en Latijn en het middeleeuws Latijn van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Zijn 278 pagina's (inclusief registers) tellende boekwerk lijkt de vrucht van vakkennis (klassieke Grieks en Latijn) en liefde (muziek). Want anders doe je zulk gedetailleerd napluis en uitzoekwerk niet. Zo lees je over vergeten meesterwerken als 'Amor di un'ombra e Gelosia di un'aura (Liefde voor een schaduw en Jaloezie tegenover een briesje) van Domenico Scarlatti uit 1714 en over een nog te ontdekken meesterwerk 'Cassandra' van Vittorio Gnecchi uit 1909.

Hij heeft zijn onderzoek naar 'mythologische en historische motieven uit de antieke wereld als inspiratiebron voor componisten (na ca. 1600)' zeer systematisch uitgewerkt. Eerst voert Bartelink de lezer door een prima inleiding die reikt van de oudste resten van de echte klassieke muziek tot en met de filmmuziek bij klassieke onderwerpen. Hij beschrijft onder meer hoe sinds 1600 de achtereenvolgende culturele periodes de klassieke verhalen gebruikten: van zuiver vertelling tot allegorie op de eigen tijd, dicht bij de ware historie blijvend tot wegvliegend in fantasie-gebeurtenissen.

Daarna biedt hij zijn stof gerangschikt aan: een hoofdstuk componisten (blijkbaar die hij belangrijk vindt en daar is Hündel merkwaardig genoeg niet bij), gevolgd door goden/helden, dan de godinnen/heldinnen, dan de historische en legendarische figuren en tenslotte literaire teksten. Het klinkt als een klassieke bescheidenheidsfrase dat Bartelink in het voorwoord schrijft dat 'het allerminst in de bedoeling ligt een uitputtend encyclopedisch overzicht van al het materiaal te bieden'.

De actualiteit van 'Oedipus Rex' geeft aanleiding om het hoofdstuk Oedipus er even uit te lichten. Bijna vijf pagina's krijgt hij. Onbetwist de meeste aandacht gaat uit naar Orpheus: 11 pagina's. Hoe kan het ook anders want bij hem begon zo ongeveer het westerse muziektheater. In de afdeling vrouwen liggen Ariadne en Antigone op kop: ieder viereneenhalve pagina.

Oedipus dus. “In de twintigste eeuw is de legendarische Thebaanse koning Oedipus door zijn rol in de psychologie van Freud een van de bekendste figuren van de Oudheid geworden.” Aldus Bartelink. Maar hij kan tot 1585 teruggaan voor de eerste vermelding: toneelmuziek in de vorm van koorliederen en blazersstukken bij de 'Oedipus rex' van Sophocles door Andrea Gabrieli. Met 'Edipo tiranno' zou het Teatro Olimpico in Vicenza (nog steeds bestaande schepping van Palladio) worden ingewijd.

Het duurt twee eeuwen voor Oedipus weer opduikt op het toneel in relatie tot muziek: in 1787 gaat in Parijs 'Oedipe à Colone' van Antonio Sacchini (1730-86). Het werd een kassucces waar zelfs twee Nederlandse vertalingen van bestaan. Mendelssohn (toneelmuziek bij 'Oedipus in Colono') en Moesorgski (koorwerk) vormen de eenzame begeleiders van onze held in de negentiende eeuw.

De twintigste eeuw ontdekt hem pas echt: Edgar Varèse begon in 1915 aan een opera 'Oedipus' die hij niet voltooide; Ruggiero Leoncavallo (beroemd van 'Pagliacci' en befaamd om de andere 'Bohème') sloot zijn opera-componeren af in 1920 met een eenacter, 'Edipo re'; de Roemeense componist George Enescu begon in 1913 zijn componeren juist met 'Oedipe' en sleepte het werk met zich mee om het pas in 1936 te voltooien. Het zijn enkele van de vele Oedipus-composities (opera of ballet, en bij toneel) uit deze eeuw. Maar zij worden ruimschoots overschaduwd door dat werk van Jean Cocteau en Igor Stravinsky: 'Oedipus Rex', 1926.

Bartelink gaat er diep op in: op Stravinsky's voorliefde voor Latijn als toneeltaal, 'een medium dat niet dood maar versteend is en dat zo monumentaal geworden is dat het immuun werd voor het gevaar van vulgarisatie', zo haalt hij Stravinsky aan. Hij beschrijft hoe Stravinsky streefde naar afstandelijkheid, scherpte, vermijding van iedere sentimentele of individuele uitweiding. Regisseur Peter Sellars heeft lak aan dat streven. De door hem ingevoegde rol van dochter Antigone met fel-emotionele spreektekst is een wending van het on-persoonlijke neo-classicisme naar de romantiek. Zeker in die tijd werden mythen juist beladen met problemen en stelde men ze in dienst van een zaak of een gedachte, aldus Bartelink. Daar zette Stravinsky zich juist tegen af.

Heel interessant dus dat Sellars als regisseur zich een vrijheid permitteert met de klassieken zoals voor hem vele componisten/librettisten deden, maar dan over een bestaand kunstwerk heen! Sellars kapittelt er het niet-kiezen mee van Cocteau/Stravinsky. Maar hij volgt hen wel in de hoekige tekstuele en muzikale stylering met een even afgemeten gebarenregie. Dat hij bovendien Oedipus koppelt aan de 'Symphonie des psaumes' vind ik een vondst: de culturen liggen over elkaar en in elkaars verlengde. Van die vrijheid had Bartelink nog geen weet. Het valt zelfs buiten zijn speurgebied. Misschien kan hij toch ook eens een boekje open doen over 'De Bijbel in klank'. De merites van deze emeritus nodigen er toe uit. 'De Oudheid in klank' (Uitgeverij Aristos Den Bosch; gebonden; 69 gulden) biedt dus toevallig een goed contrapunt bij actueel theater, en is een bron van leesgenoegen en naslagplezier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden