Boekrecensie

Boekhandelvertier aan de IJssel

Ida Gerhardt signeert ‘De Adelaarsvarens’ voor Tonio van der Heijden, november 1988. Beeld Uit het besproken boek

Ad ten Bosch tekent smakelijk zijn herinneringen op; over een kribbige Ida Gerhardt en een gereserveerde James Salter.

De foto’s in het boek met herinneringen zijn een beetje grijzig afgedrukt, maar die van Ida in de kloostertuin vond Ad ten Bosch de mooiste. Ida is Ida Gerhardt. De kloostertuin ligt in de binnenstad van Zutphen. De achterzijde van de boekhandel ziet erop uit. De boekhandel die jarenlang werd gedreven door Ad ten Bosch. Ten Bosch heeft aan die periode ( en ook aan de rest van zijn leven) een boek gewijd, ‘De IJssel stroomt feller dan de Amstel’. Ondertitel: Herinneringen van een boekverkoper, uitgever en schrijver’. Maar de herinneringen van de boekverkoper vormen de kern. En herinneringen aan Ida Gerhardt, die op latere leeftijd met haar partner Marietje van der Zeyde in het nabije Eefde was gaan wonen. Die boekhandel nam Ad in 1977 over van zijn vader. Hij had eerder een opleiding gevolgd aan de Grafische School in Utrecht, lithografie en grafische kunsttechnieken. Daarna was hij op avontuur gegaan in Canada, had er kort bij een drukkerij gewerkt en op enorme vrachtwagens gereden. Maar aarden deed hij niet.

In Zutphen, terug in de zaak, ontwaakte zijn liefde voor het boekenvak. Er is een fijne passage gewijd aan het goede, mooi gedrukte, gebonden boek. 1977 was ook het jaar waarin ‘Het Sterreschip’ verscheen, de dichtbundel waarmee Ida Gerhardt doorbrak.

Lezen, schrijft Ten Bosch, “is een activiteit van de geest, maar met een gedrukt boek ook enigszins van het lijf. Je ruikt het papier, je ruikt de inkt, je voelt het boek in je handen, je voelt het papier bij het blad omslaan, je ziet de glans van het licht op de strijklaag. In druk zijn vele variaties denkbaar, op een beeldscherm alleen in typografie. Voor een typograaf is een boek als ‘Het Sterreschip’ volmaakt uitgegeven. Opengeslagen blijft het open liggen, want het is echt gebonden, de katernen zijn aan elkaar genaaid met een draadje, en niet bruut afgesneden en tegen elkaar geplakt zoals bij een pocket (...) Het binnenwerk is gedrukt in lood, met voor elke beginkapitaal een extra drukgang in rood, op het mooiste papier – licht getint houtvrij offset.”

Signeersessies

Hier spreekt een liefhebber. En Zutphen was een stad van boekhandels, grafici en goede drukkerijen. Ad ten Bosch’ herinneringen bestaan uit soepel in elkaar grijpende anekdotes van ontmoetingen met schrijvers en dichters en uitgevers. Want die kwamen graag in zijn boekhandel, voor presentaties of signeersessies. Een hoofdrol is in zijn boek weggelegd voor Ida Gerhardt, de ongemakkelijke en kribbige oude dame, met wie Ten Bosch een zekere vriendschap wist te sluiten, al kreeg hij nooit haar telefoonnummer; Gerhardt vond gebeld worden een inbreuk op haar leven, wat haar er niet van weerhield met regelmaat Ten Bosch in zijn boekhandel te bellen en van hem volledige aandacht te verlangen.

Ida Gerhardt

Het knappe is dat Ten Bosch de onhebbelijkheden van de mensen die hij ontmoet niet verbloemt, maar er toch in slaagt met liefde over hen te schrijven. Over zijn eerste kennismaking met de joviale en ook wat theatrale uitgever Johan Polak, die met zijn eigen vermogen het fraaie fonds van Athenaeum - Polak & Van Gennep had opgezet, schrijft hij: “Zo’n figuur als Johan Polak was ik niet eerder tegengekomen. Een diepe toon van spreken, een hoffelijke manier van doen die in mijn ogen over alle grenzen ging, waardoor ik me soms ronduit belazerd voelde. Het was die middag geen geschikte moment om kennis te maken.”

Een van de eersten die kwamen signeren, was Maarten ’t Hart, over wie Gerhardt in een brief aan Ten Bosch schreef: “Hij zag er beroerd uit, hij zou eens kopje-onder moeten in de branding.” En als Ten Bosch niet uit eerste hand iets smeuïgs of onderhoudends weet dan kan hij nog anderen citeren, zoals de oude Rico Bulthuis, voormalig recensent van de Haagsche Courant (en vader van actrice Sacha Bulthuis), die na zijn pensionering in Zutphen woonde en die veel schrijvers kende. Als jongetje had hij Louis Couperus op een bankje in een park zien zitten en hem naar een aangelijnd hondje horen roepen: “Hondje, hondje, kom eens bij Louis Couperus.”

Grote memmen

Ad ten Bosch Beeld J.W. Kaldenbach

Zo rijgen zich in de herinneringen de figuren aaneen, Gerard Reve die kip at met bot en al (‘dat klonk alsof heel traag koffie werd vermalen’), Harry Mulisch die Rilke’s ‘Herbsttag’ een allemans vriend noemde en ‘Der Panther’ diens beste gedicht vond, Jeroen Brouwers die Ida Gerhardt overviel met appelflappen (waarbij Gerhardt weigerde hem te tutoyeren of hem bij de voornaam te noemen), Geert van Oorschot, uitgever van de onvolprezen Russische Bibliotheek in dundruk, die op straat onwel werd, een dronken Jan Siebelink die naar bordelen informeerde en zei ‘grote memmen’ op prijs te stellen. En zo nog veel meer. U begrijpt, een vermakelijk en vlot geschreven boek, soms gedoopt in enig venijn en met hier en daar een kleine onthulling die misschien nog nuttig is voor biografen.

De ambities van Ten Bosch hielden niet op bij de boekhandel, hij schreef ook romans en ging zelf boeken uitgeven. Daarvoor was hij naar Amsterdam verhuisd, onderwijl naar Zutphen heen en weer pendelend. Daaraan refereert de titel met die feller stromende IJssel en die Amstel, die pakhuizen weerspiegelt. Ten Bosch stuitte op het werk van de geweldige Amerikaanse schrijver James Salter en weet met hem een afspraak te maken in een New Yorks restaurant. In het begin is Salter gereserveerd, maar de toevallige verschijning van twee jonge vrouwen in dunne zwarte cocktailjurken breekt het ijs. Ten Bosch zou uiteindelijk beschonken het restaurant verlaten, wat vermoedelijk een gedetailleerder verslag in de weg stond, maar men kan niet zeggen dat het hem aan bravoure heeft ontbroken.

En er is nog iets dat dit boek bijzonder maakt, al is dat misschien persoonlijk. Ten Bosch schrijft aanstekelijk over ‘Het Symposium’ van Plato, door Polak uitgegeven in de sublieme vertaling van Gerard Koolschijn. Ik las er in het Grieks delen uit op de middelbare school maar heb nu die vertaling alsnog aan­geschaft. Het is heerlijk. Een boek dat boeken lezen doet. Hoeveel mooier kan het zijn.

Oordeel: Een boek dat lezen doet. Hoeveel mooier kan het zijn.

Ad ten Bosch, De IJssel stroomt feller dan de AmstelVan Oorschot; 320 blz. € 22,50

Lees ook: 

Ook slapend is Zutphen van een uitgesproken kleinstedelijke schoonheid

Wim Boevink schrijft in zijn ‘Klein verslag’ over zijn geliefde Zutphen.

Strenge, maar geliefde lerares

Bij Ida Gerhardt gaan het alledaagse en het eeuwige schijnbaar moeiteloos samen. Ze was religieus, maar ook een criticus van benepen calvinistische milieus, schrijft Rob Schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden