'Blond en blauwe ogen zie je alleen nog bij ouderen'

null Beeld

"Ik kijk altijd onder elke steen of er een verhaal zit. Op een gegeven moment vind je goud, daar heb ik vertrouwen in."

Nicole Lucas

"Dat gebeurde ook toen ik in 2005 in Argentinië was", aldus schrijfster Carolijn Visser. "Ik hoorde in Buenos Aires dat er vijfhonderd kilometer verderop, in het plaatsje Tres Arroyos, een Hollandse kolonie was. Daar ging ik op bezoek bij Ida van Mastrigt, de consul. Ik zat bij haar in de tuin, met een grote Hollandse molen, toen ze mij een tas gaf vol met papieren van haar vader Rinus.
In een mapje zaten alle brieven die hij geschreven had toen hij in 1937 en 1938 van Rotterdam naar Nederlands-Indië fietste om werk te zoeken. Die ontroerden mij zo dat ik dacht; dit moet worden vastgelegd. Het zegt veel over hem en over die tijd, dat hij zoiets ondernam. Hij zag zijn leven hier voor zich, troosteloos en uitzichtloos, en dacht; dat wil ik niet. Maar de boot naar Nederlands-Indië kostte 550 gulden en hij verdiende zeven gulden per week. Dat was geen optie, dus ging hij op de fiets.
Ik kwam er alleen niet meteen aan toe om dat verhaal te schrijven, ik moest nog verschillende andere boeken afmaken. Een paar jaar later werd een kist gevonden met nog meer correspondentie, en ben ik er wel echt mee aan de slag gegaan. Toen wist ik bovendien dat ik niet alleen een familiegeschiedenis wilde schrijven, maar ook het verhaal van de Nederlandse gemeenschap in Argentinië.
Daar kwam Rinus na de oorlog terecht. Hij had in een jappenkamp gezeten, was teruggekeerd naar Nederland, kon niet meer aarden en vertrok weer. Zijn dochters, Ida en Miep, kwamen hem later achterna. Zij zagen hun vader die eerste jaren zelden. Hij was geen goede vader. Hun redding was dat ze door de Nederlandse gemeenschap heel hartelijk werden ontvangen. Ze gingen er naar school en mochten wonen bij meester Slebos.

Het verhaal van die gemeenschap begon in 1889 toen de eerste straatarme Friese, Groningse en Zeeuwse landverhuizers op de pampa aankwamen. De omstandigheden waren in het begin echt erbarmelijk. Er zijn veel kinderen overleden. Maar met vereende krachten lukte het ze een school, een landbouwcoöperatie, een gereformeerde kerk en een verzorgingshuis te bouwen. Ze creëerden een soort miniversie van Nederland in Argentinië.
Dat wilde ik vastleggen, omdat duidelijk was dat de gemeenschap aan het verdwijnen is. Net na 1945 dacht een derde van de Nederlanders aan emigreren. Maar met de enorme welvaartsgolf die over Nederland spoelde, verdween dat verlangen.
Het Argentijnse platteland werd minder aantrekkelijk, de laatste Hollanders kwamen in 1956 in Tres Arroyos.
De immigranten zijn getrouwd met Argentijnen, hun kinderen spreken Spaans en zijn niet meer te onderscheiden van de andere Argentijnen. Alleen de ouderen zijn nog blond en hebben blauwe ogen. Ze spreken soms nog wel Nederlands, maar meestal met gepaste tegenzin. Ze houden van Argentijnse barbecues, van maté. En ze zijn in weinig meer de stijve, gereformeerde Nederlanders die ze ooit waren. Ik was nog net op tijd om de herinneringen van de oudste generatie te noteren."

Carolijn Visser
Argentijnse avonden.
Van de Zwartjanstraat naar de Pampa.
Augustus, Amsterdam; 253 blz. € 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden