Review

Biografie van classicist Perponcher Teergevoelig maar niet sentimenteel

Francis Bulhof: Ma patrie est au ciel - Leven en werk van Willem Emmery de Perponcher Sedlnitzky (1741-1819). Hilversum, Verloren; 256 blz. - f 40.

Elke reactie is goed, behalve waarschijnlijk de (gematigd) fysieke die volgde, toen iemand het omstreden beeld bekladde. Een inhoudelijke, rationele discussie over de waarde en de bedoeling van kunstwerken is hedentendage eigenlijk niet meer mogeljk. Kunst behoort tot de wereld van het subjectieve en irrationele.

Achttiende-eeuwers zouden daar niet veel van begrepen hebben. Ze produceerden kunst van wisselende waarde: architectuur en muziek van sublieme kwaliteit, aardige schilderijen, een enkele keer een redelijk stuk proza en in het algemeen onverdraaglijke poezie en toneel. Maar wat konden ze er verschrikkelijk aardig en enthousiast over theoretiseren!

De man die de discussie destijds in Nederland aanzwengelde, was Willem Emmery de Perponcher Sedlnitzky, een baron, opgegroeid aan het Haagse Voorhout, met een familiebasis en landbezit in het Zeeuwse (Goes en Wolphaartsdijk), die zijn levensdagen voornamelijk doorbracht als deelnemer aan het politieke en maatschappelijke leven in Utrecht.

Hij was voorzitter van de Staten en op zijn oude dag nog presidentcurator van de universiteit. In 1795 onderhandelde hij over de overgave van Utrecht en daarmee van de Republiek aan de Fransen. Net voor de bevrijding in 1813 werd hij als gevangene weggevoerd naar Parijs.

Honderd boeken

Perponcher schreef bij wijze van hobby in honderd boeken enkele tienduizenden bladzijden bij elkaar over een hele reeks onderwerpen: rechten, literatuur (romans, rijmloze gedichten, waarvan er drie een befaamde bloemlezing van Komrij haalden), theologie - hij geloofde hartstochtelijk in de alverzoening - en wijsbegeerte als levenskunst. Naast eigen werk zaten er heel wat vertalingen of liever intensieve bewerkingen tussen: Perponcher liet hele hoofdstukken weg, veranderde passages en voegde zijn eigen opvattingen toe. Zoiets was toen normaal.

De achttiende eeuw is wel de eeuw van de esthetica (schoonheidsleer) genoemd. De aandacht ervoor vond zijn oorsprong in het succes de natuurwetenschappen. Steeds beter leerde men met behulp van de zintuigen de werkelijkheid kennen. Men ging zich ook steeds meer vragen stellen over de relatie tot die zinnelijke realiteit. Hoe werd die beleefd? Sommige voorwerpen maakten een aangename indruk, in de natuur, maar ook produkten van mensenhanden en -breinen.

In de kunst was de vraag: ligt de schoonheid of het verhevene nu in het ding zelf, of eerder bij de aandachtige beschouwer? Waaraan moest een kunstobject voldoen? Hoe valide was het aloude principe van navolging van de natuur? En hoe moest men de natuur dan imiteren? Direct-realistisch, of hoorde er een idealiserend, selectief element in? Of diende kunst juist uit te gaan van het autonome ideaal, zoals dat gevormd werd in de geest van de kunstenaar?

Langzaam verschoof de norm van imitatie naar effect. De kunstenaar werd van ambachtsman, via iemand die genie had - Shakespeare was het paradigma van de man die met veronachtzaming der klassieke regels toch grote kunst had geschapen -, tot iemand die zelf als genie gevierd werd.

Young en Sterne

Dit soort discussies initieerde Perponcher door de verdietsing van enkele onderling niet geheel overeenstemmende geschriften van de Franse theoretici Pouilly, Andre en Batteux. Perponcher sloeg de opkomende romantiek met belangstelling gade, maar zoals hij in de politiek na een flirt met het patriottisme toch maar voor Oranje koos, bleef hij in de kunst het classicisme trouw.

In een debat met Riedel-vertaler Hieronymus van Alphen bestreed hij diens idealiserende kunstopvatting. En tegen het moderne, volgens hem overspannen sentimentalisme van Rhijnvis Feith kwam hij op voor de aloude teergevoeligheid. Edward Young en Laurence Sterne, dat waren schrijvers naar zijn hart.

Francis Bulhof, werkzaam aan de Carl-von-Ossietzky Universitat in Oldenburg, heeft een buitengewoon leuk en aanstekelijk boek geschreven. Met de juiste mix van betrokkenheid en distantie toont hij aan, hoe je als twintigste-eeuwer nog enorm kunt genieten van de beleefde discussies van keurige achttiende-eeuwse heren. Misschien kunnen we van hen leren weer wat systematischer en inhoudelijker over kunst te debatteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden