Interview

Biografe Elsbeth Etty over Willem Wilmink: Hij had een gevoel van miskenning in zich

Beeld Patrick Post

Deze week verscheen ‘In de man zit nog een jongen’ over de Twentse dichter en schrijver Willem Wilmink. “Een man die glorieerde als hij in het middelpunt stond, maar kromp als hij zich vernederd voelde”, aldus biograaf Elsbeth Etty.

Dichter en schrijver Willem Wilmink (1936-2003) was bijna zeven toen er geallieerde bommen vielen op zijn geboortestad Enschede op 10 oktober 1943. Vliegveld Twenthe was het doelwit, maar de Hoogelandbuurt waar Willem (toen nog Wim) woonde, werd ook geraakt. Er vielen 151 doden. Willem overleefde met zijn familie in de schuilkelder terwijl een buurhuis boven hen werd weggeslagen.

Het was een oorlogsramp die de familie in hevige beroering bracht, maar in Wilminks latere weergaven van deze nachtmerrie overheerste altijd de goede afloop, schrijft biograaf Elsbeth Etty in haar ‘In de man zit nog een jongen’. Dat kenmerkte de dichter en kinderboekenschrijver.

Verlangen naar geborgenheid

Willem werd gerustgesteld door zijn ouders, en volgens Etty is hij zijn hele leven blijven verlangen naar die geruststelling - niet alleen voor zichzelf maar ook voor de kinderen voor wie hij zijn liedjes en teksten schreef. Als volwassene verlangde hij terug naar de geborgenheid van toen: “Ik voelde heimwee naar de schuilkelder waar ik altijd zong: ‘Een veldmuis in ’t beukenbos / een lege notendop’’’, noteert hij in zijn ‘Verzamelde verhalen’.

Een creatieve maar gekwelde geest, voortgedreven door een brandende ambitie, genegen tot mythomanie over zijn eigen leven, dat hij in zijn teksten en versjes sterk romantiseerde, zo portretteert Etty de Twentse dichter in een onthullende biografie. “Een man die glorieerde als hij in het middelpunt van de belangstelling stond, maar kromp als hij zich vernederd voelde”, zegt Etty thuis in Amsterdam.

Trots toont ze de net gearriveerde, fraai uitgegeven dikke biografie. Willem Wilmink was de ster van het Schrijverskollektief waar ook Hans Dorrestijn en Karel Eykman deel van uitmaakten. Met hen schreef hij in de jaren zeventig teksten en liedjes voor legendarische kindertv-programma’s als ‘De Stratemakeropzeeshow’ en ‘De film van Ome Willem’ (‘Deze vuist op deze vuist’). Op Youtube is nog een komisch stijf oud interview met drie bedeesde leden van het Kollektief te vinden met Wilmink (zachte stem, Twents accent) als middelpunt.

Apolitiek

Hij schreef de beste liedjes en ze waren in een mum van tijd af, schrijft Etty. Componist Harry Bannink roemde zijn muzikaliteit en gevoel voor ritme, Wieteke van Dort benadrukt dat er nooit iets aan zijn teksten veranderd hoefde te worden. Hij schreef geroemde smartlappen als ‘Frekie’ (al waren er ook mensen die dat liedje kitsch vonden, meldt Etty), over een jongen met Downsyndroom, het geprezen gedicht ‘Ben Ali Libi’, over een in de oorlog vermoorde Joodse goochelaar. Na de vuurwerkramp in 2000 wordt op de herdenkingsbijeenkomst zijn ‘Enschede huilt’ voorgedragen.

Beeld TR BEELD

Voormalig NRC-journalist Elsbeth Etty is als gelauwerd biograaf van de vroeg 20ste-eeuwse dichter Henriette Roland Holst niet degene aan wie je als eerste denkt voor het levensverhaal van de Twentenaar. Uitgever Vic van de Reijt, eerst student, later redacteur, vriend en levenslang fan van de schrijver, benaderde Etty omdat Wilmink zelf Etty’s biografie van Roland Holst bewonderde. Wilmink voelde zich verwant met Roland Holst. “Ze was zeker niet zijn favoriete dichter. Hij vond haar persoonlijkheid interessant. En hij was geïnteresseerd in de vroege socialisten, die vond hij beter dan de socialisten in zijn eigen tijd”, aldus Etty.

Etty kende Wilmink als docent aan de universiteit waar hij colleges poëzie gaf toen zij er Nederlands studeerde, maar ze verkeerden niet in dezelfde kringen. De apolitieke Wilmink onttrok zich aan de ideologische richtingenstrijd van die jaren. Hij gaf colleges close reading, vanuit zijn enthousiasme voor dichter Hans Lodeizen, voor de Groninger Hendrik de Vries, met wie hij zich identificeerde, voor de Middelnederlandse tekst ‘De reis van Sint Brandaan’.

Kende u zijn werk?

“Niet in extenso. Ik had zijn verzamelde liedjes wel in huis. Wat me in deze opdracht aantrok was dat ik te maken zou krijgen met interessante mensen die intensief met hem samen hebben gewerkt. Bij mijn vorige biografie over Roland Holst waren alleen Stuiveling en de oude Drees nog in leven. Ik kreeg volledige vrijheid en beschikking over het privé-archief dat aan het Letterkundig Museum is geschonken. Ook hoorde ik dat Wobke Wilmink, zijn weduwe, mij graag wilde als biograaf. Toen ik met haar ging praten liet ze me zijn exemplaar van mijn boek over Henriette Roland Holst zien. Daar stond een opdracht voor hemzelf in. ‘Sint 1996, voor Willem’. Dat vond ik zo aandoenlijk. Toen dacht ik: okay.”

In haar recente Huizinga-lezing schrijft Jolande Withuis dat ze toen ze gevraagd werd voor ‘Juliana’ eerst twijfelde omdat bewondering ontbrak. Was dat voor u een punt?

“Ik vind niet dat een biografie uit bewondering moet ontstaan, dat kan ook tegen je werken. Mijn biografie van Henriette Roland Holst was ook geen biografie uit bewondering. Dat boek had wel meer met mezelf te maken omdat ik toen wegging uit de CPN en kritiek had en ik benieuwd was hoe zij dat had verwerkt en gedaan. Ik had daarbij misschien een intensere belangstelling, voor tijd en context, socialisme en communisme. Maar bij Wilmink was ik ook geïnteresseerd in de tijd waarin hij leefde, eerst als docent aan de universiteit in de jaren zestig, en later als tekstschrijver en dichter in de anti-autoritaire jaren zeventig.”

In uw inleiding roept u de vraag op hoe hij is beïnvloed door zijn tijd. Hij stond er eigenlijk buiten, zo lijkt het: antifeministisch, apolitiek, nostalgisch.

“Hij maakte er wel deel van uit in de zin dat zijn succes mede is voortgekomen uit de anti-autoritaire stroming van die jaren. Die kinderlol raakte hij goed, met humor, maar zonder de bijbehorende ideologie van toen.

“Dichter Jean Pierre Rawie zei tegen me dat het hem moeilijk leek om te schrijven over Wilmink omdat er eigenlijk geen ontwikkeling plaatsvindt in zijn werk. Wat hij aan het begin van zijn carrière schreef, lijkt sterk op wat hij aan het einde ervan schreef. Alles zit er al in: het idealiseren van het verleden, zijn liefde voor de Middeleeuwen, ‘het land zonder boosheid’, zoals hij als 20-jarige al vastlegt in een schrift dat hij aan zijn moeder geeft. Hij dichtte dat hij als kind al heimwee had naar de Enschedese Javastraat waar hij woonde. Dat verbaasde hem zelf: hoe kun je nou heimwee hebben naar iets als je er nog bent? Herman Finkers zei: dat is nou typisch een religieus gevoel, dat verlangen.”

Beeld Patrick Post

Kwam dat niet door zijn gevoel een buitenstaander te zijn?

“Nee, het zat hem meer in een verlangen naar onschuld, naar overgave.”

Elsbeth Etty onthult in haar biografie gedetailleerd de moeilijke kanten van Wilminks persoonlijkheid: een door angststoornissen en woedeaanvallen geplaagde, kinderlijke man die niet voor zichzelf kon zorgen en snel ontplofte als het leven tegenzat. Dat kon om een vastgelopen file zijn of om een slechte voetbalwedstrijd, om zijn miskenning door de universiteit, zijn rivaliteit met Annie M.G. Schmidt, het overspel van zijn eerste vrouw.

U hoorde van veel mensen over zijn driftaanvallen. U suggereert een autistisch trekje.

“Zoiets merkten Wobke Wilmink en haar dochters op. Ik ben geen psychiater, en al was ik het dan was het nog niet aan mij om dat etiket op hem te plakken. Maar mij viel op dat hij meestal voorvallen beschrijft die aan een kind met autisme doen denken. Hoe hij als jongetje blokken onder zijn fietspedalen krijgt, daar van af wil en ze dan tegen de muur gaat smijten. Dan raakt hij een raam en ziet hij mannen splinters uit hun gezicht halen. Of dat hij als kleuter een meisje lastigvalt en een straatverbod krijgt. Hij beschrijft van een in zichzelf opgesloten kind en dan voegt hij toe dat ‘mensen altijd denken dat ik een provocateur ben en dat ben ik helemaal niet. Ik doe gewoon zoals ik ben’.”

U schrijft over zijn onmacht en eenzaamheid als beginnend student, zijn onaantrekkelijkheid. Hoe hij meisjes het bed in probeert te krijgen door ze een knietje te geven.

“Hij vertelde in de documentaire ‘Dit is een dichter’ van Rense Royaards over dat knietje. Daar schaamde hij zich helemaal niet voor. Dan kan ik het moeilijk weglaten.

“Tegenover goede vrienden was hij sowieso volkomen schaamteloos. Het heeft ook iets ontwapenends als iemand zo eerlijk is in zijn feilbaarheid. Was hij teleurgesteld, dan hield hij dat niet voor zich, maar kwam het er allemaal uit. En dat ging over alles. Zoals in zijn eerste huwelijk, dat ze niet bij elkaar sliepen, dat vertelde hij aan iedereen.

“Voor mij was het verhaal van medestudente Pauliska opzienbarend. Hij schrijft in gedichten en memoires dat hij het uit kwam maken en zijn boeken terug wilde halen bij haar. Zij vertelde me dat het omgekeerd was. Zij zei ‘nee’ op zijn huwelijksaanzoek. Hij reageerde stampvoetend. Toen bedacht ik dat er een patroon in zat. In zijn autobiografie verdraait hij de dingen om zichzelf uit de wind te houden. Wat hij opgeschreven heeft, ben ik gaan checken. Als biograaf ga je aan de omgeving vragen hoe het zit. Tijdens zijn eerste huwelijk was hij onzeker, obsessief jaloers en vaak in paniek. Zijn tweede huwelijk veranderde veel. Zijn tweede vrouw kwam zelf uit een lastig huwelijk en vond hem een knuffelbeer. Zij stelde zich ten dienste van hem. Zij heeft hem opgevangen en opgelapt. Dat had hij nodig.”

Is dit een feministische biografie?

Aarzelend: “Nou, dat weet ik niet. Ik denk wel dat ik meer oog heb voor bepaald gedrag. Ik heb me ook wel afgevraagd hoe hij halverwege de jaren zeventig, ten tijde van ‘De schaamte voorbij’ en zo, nog een vrouw kon krijgen die alles voor hem deed. Ik denk dat als een niet-feminist deze biografie had geschreven die er wel anders uit had gezien.”

Was Wilmink zijn tijd niet ook vooruit? Zijn verzet tegen de scheiding hoge cultuur en lage cultuur bijvoorbeeld. Zou hij als populaire dichter niet nu minder miskend worden?

“Maar dat gevoel van miskenning zat vooral in hemzelf. Hij werd niet miskend. Hij kreeg de ene prijs na de andere. Toen hij 50 werd, werden er tentoonstellingen aan hem gewijd. Kees Fens (zijn promotor) zei een keer: waarom wilde hij toch altijd erkend worden voor iets wat hij niet kon? Zo ook die vreemde wens om te promoveren toen hij al lang weg was bij het instituut Neerlandistiek.”

Hij promoveerde in 1988 op dichter Hendrik de Vries. Met zijn biografische belangstelling ging hij tegen de stroom in.

“Zeker. Hij had een leuke rubriek in Vrij Nederland: Schriftelijke cursus dichten. Daar haalde hij alles bij: biografie en de ouderwetse close reading. Maar een proefschrift kan niet louter associatief en intuïtief zijn. Dat moet je verantwoorden en dat weigerde hij. Geen noten, geen verantwoording. Ze hebben hem de bul wel gegeven en toch voelde hij zich vernederd. Daar schreef hij over in brieven aan vrienden. Maar later schreef hij in zijn autobiografie dat de promotie een triomf was, een eerbetoon voor zijn werk voor de jeugdliteratuur. Terwijl zijn verdediging verschrikkelijk was, volgens iedereen die erbij aanwezig was.”

Hoe zou u hem nu typeren?

“Ik denk dat dat kinderlijke in hem, wat hij zelf lang als handicap heeft ervaren, zijn belangrijkste kapitaal was. Als hij een evenwichtig mens was geweest had hij nooit zulke ontroerende teksten kunnen schrijven. Er zat iets obsessiefs en monomaans in hem. Daar komt bij: omdat hij zo kinderlijk was gebleven, kon hij zich in kinderen verplaatsen; het zware kon hij licht maken, en het alledaagse universeel.”

Wat zullen ze in Twente van uw biografie vinden, denkt u?

“Ik heb er nog niks over gehoord. Misschien schrikken ze. Aan de andere kant: als ik van een dichter of schrijver hou, dan wil ik ook alles van hem weten.” 

Elsbeth Etty

Elsbeth Etty (1951) studeerde Nederlands in Amsterdam. Van 1989 - 2017 was zij redacteur literatuur van NRC Handelsblad. Etty promoveerde in 1996 cum laude op een proefschrift over het leven van Henriette Roland Holst. De handelseditie van die biografie won De Gouden Uil en werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs.

Elsbeth Etty, In de man zit nog een jongen. Willem Wilmink - de biografie, (Nijgh & Van Ditmar); 552 blz. € 34,99

Lees ook: 

Columnist Guus Middag: Willem Wilmink maakte alles leesbaar en interessant

Hoewel hij zelf neerlandicus was, had hij de academische wereld gedesillusioneerd de rug toegekeerd. Volgens Wilmink hoef je niet gestudeerd te hebben om literatuur te begrijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden