Bill Viola ervaart de wereld als grenzeloos

“De mensen die het Stedelijk goed kennen, zullen verbaasd staan en het museum nauwelijks terugherkennen. De architectonische transformatie zal totaal zijn.” De Amerikaanse kunstenaar Bill Viola (New York, 1951) heeft er zin in. Op het moment van het gesprek duurt het nog ruim een week tot de opening van zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum. In de zalen brandt nog volop licht, maar dat zal spoedig gaan veranderen. Stuk voor stuk zal Viola met zijn video-installaties bezit gaan nemen van de ruimtes, zodat compleet nieuwe werelden ontstaan, waarin de zintuigen heersen over de hersenen.

Een man komt op een meer dan manshoog videoscherm aanlopen. Hij staat stil en er valt een druppel op zijn hoofd. De druppel wordt een straal, wordt een golf van water, wordt een waterzuil. Het water onttrekt de man aan het zicht en zodra de waterval afneemt tot gespetter blijkt hij helemaal verdwenen te zijn.

Er recht tegenover komt tegelijkertijd nog een man aanlopen op een even groot videoscherm. Hij staat stil en aan zijn voeten begint een klein vuurtje te branden. Het vuur wordt een fors kampvuur, wordt een uitslaande brand, wordt een inferno. De vlammen onttrekken de man aan het gezicht en nadat ze uitgedoofd zijn tot een paar likkende vlammetjes blijkt ook hier de man verdwenen. Beide projecties zijn voorzien van geluid, wat op het hoogtepunt bijna oorverdovend is. “Een van de meest basale signalen van gevaar voor mensen is donkerte gecombineerd met een plotseling hard geluid. Dat zit zo diep in ons, dat het bijna is ingeprogrammeerd in onze botten. Dieren begrijpen die taal ook. Wanneer je geconfronteerd wordt met zo'n situatie, dan reageer je daar dus bijna automatisch vanuit het diepst van je lichaam op. En dat is precies de reactie die ik met mijn werk wil oproepen.”

“De taal van het werk”, gaat Viola verder, “is de taal van het lichaam. Wanneer je naar spirituele theorieën kijkt, westerse of oosterse, dan spreken ze het lichaam aan om de geest te veranderen. Emoties zijn niet louter sentimenten, maar een vorm van kennis. Ze zijn onontbeerlijk om kennis te vergaren.”

Wat Bill Viola zegt, klinkt nogal new age, maar zijn werk heeft niets zweverigs. Sterker nog, het is vaak huiveringwekkend helder en to the point. Alsof alle emotionele defensieve barrières doorkliefd worden. “De taal in mijn tentoonstelling is anders dan in 'conventionele' musea. Ik kan volledig opgaan in een schilderij, maar je staat nog steeds in een verlichte ruimte en kijkt naar een ingelijst vlak aan de muur. Ik probeer de lijst te laten verdwijnen. De ruimte zelf wordt de lijst. Wanneer je in een zaal stapt, kom je niet binnen om het werk te bekijken, maar stap je in het werk. De donkerte in de zalen versterkt die fysieke ervaring, los van het feit dat het technisch nodig is om de projecties te kunnen zien.”

“Je mentale vermogens, die tijdens de opvoeding zo zijn getraind dat de hersenen boven het hart verkozen worden, zijn in mijn werk gereduceerd in belangrijkheid. Ik wil dat de ervaring voorafgaat aan reflectie en analyse. Zo gaat het feitelijk in het gewone leven ook. Je hebt ervaringen die je niet meteen begrijpt, omdat ze te overdonderend of te subtiel zijn, en die je pas later kunt plaatsen.”

“Veel musea proberen het andersom te doen. Ze geven je eerst de reflectie, in de vorm van een wandtekst of de manier waarop de tentoonstelling is opgebouwd, terwijl dat niet de manier is waarop kunstenaars werken. Kunstenaars duiken meteen het water in, curatoren analyseren eerst het water en het zwembad voordat ze nat worden. En soms worden ze niet eens nat! Ik kan je verzekeren: bij mij zul je absoluut nat worden!”

Viola zegt het met een volle lach op zijn gezicht. Even later is hij weer ernstig. “Het gaat mij er niet om de kijker te manipuleren, te vermaken of te choqueren. Ieder kunstmuseum transformeert de kijker met het werk dat ze aanbieden. De eerste keer dat ik in het Rijksmuseum kwam en Rembrandt zag, werd ik getransformeerd. Onze musea fungeren als veilige zones. Vanaf het moment dat je er binnenkomt doe je ervaringen op, die je op straat niet ondergaat.”

Bill Viola heeft nooit overwogen om te gaan schilderen. “Ik ben van het mediatijdperk. Het maken van een beeld dat beweegt, zoals mogelijk werd toen videospullen beschikbaar kwamen, was iets heel vanzelfsprekends, anders dan bij de generaties voor mij. Als elfjarige speelde ik met een cassetterecorder die mijn vader van zijn werk mee naar huis man. Nu is het niets, zo'n ding, maar toen was het nog redelijk bijzonder. Ik nam er mijn eigen programma's mee op, maakte een soort van geluidswerken. Toen ik dertien was leende ik de 8mm-filmcamera van mijn vader. Met vrienden maakte ik daar dan filmpjes mee.”

“Eentje daarvan is wel een soort voorbode van wat ik later ging doen. Met twee vrienden filmde ik de kamer waarin we stonden, steeds een paar frames per keer, terwijl we constant van plek verwisselden. Uiteindelijk zie je ons de hele tijd plotseling her en der opduiken. Later kreeg ik de kans om 'artist in residence' te worden bij een non-profit televisiestation in New York - een periode waarin ik technisch enorm veel heb geleerd - en daar stortte ik mij helemaal in monteerwerk. Mijn filmpjes waren heel heftige, verspringende montages, wat dus vergelijkbaar is met dat jeugdfilmpje.”

“Techniek is altijd een onderdeel geweest van de kunst”, stelt Viola. “Het is verbazingwekkend dat in de jaren zeventig een stroming ontstond die 'Art & Technology' heette. Dat is onzinnig. Vermeer is ook 'Art & Technology'. Of Van Eyck met zijn innovatieve gebruik van olieverf. Techniek is juist waar het om gaat. Dat stelt je als kunstenaar in staat om te doen wat je wilt en de dingen over te brengen die je over wilt brengen. Ik gebruik tijd, zoals een schilder kleur gebruikt.”

“Hoezeer het medium televisie ook wordt voorgesteld als een raam op de wereld of een manier om beelden bij de mensen te krijgen, wat ze in feite doet is afstand creëren tussen jou en de dingen die getoond worden. Er is geen directe interactie. Ik ben niet geïnteresseerd in het presenteren van de wereld als een serie beelden. Ik wil mijn ideeën presenteren in de vorm van directe ervaringen.”

“In mijn medium heb je natuurlijk ook heel veel commerciële producers en filmers. Zij kijken bij het uitwerken van een idee buiten zichzelf, terwijl een kunstenaar bij zichzelf naar binnen kijkt. Filmmakers in Hollywood hebben misschien het idee op zich ook wel in zichzelf gevonden, maar vervolgens voelen ze de noodzaak om vanuit het kijkerspubliek dat ze willen bereiken naar hun eigen idee te kijken. Kunstenaars werken niet zo.”

Thematisch is Bill Viola erg bezig met religieuze en filosofische thema's. Als bron kan hij net zo goed de bijbel gebruiken als oosterse geschriften, de gedichten van de Spanjaard Juan de la Cruz uit de zestiende eeuw, of de verzen van de Perzische dichter Rumi uit de dertiende eeuw. In formele zin kijkt hij onder meer naar de renaissance - één werk is direct geïnspireerd op een schilderij van Pontormo -, naar de manier waarop een triptiek functioneert of naar scènes uit een film als '2001: A space odyssey' van Stanley Kubrick.

“Een triptiek is fascinerend vanwege haar symbolische plaats in rituelen. Neem bijvoorbeeld het Isenheimer-altaar van Grünewald, dat in het kloosterziekenhuis hing. Zieken die genezing zochten, gingen eerst urenlang voor dit altaar bidden. In feite speelt bij dat altaarstuk tijd dus ook een belangrijke rol. Een triptiek volgt daarnaast de structuur van ons bewustzijn. Als Europeanen hebben we in ons hoofd het concept hemel-aarde-hel zitten. Het bepaalt de manier waarop wij naar de wereld kijken. Met dat soort onderbewuste structuren wil ik omgaan en in een triptiek manifesteert zich dat heel sterk.”

In veel van Viola's installaties komen mensen onder water voor. Ooit vertelde hij aan een interviewer dat hij als tienjarig jongetje bijna was verdronken, maar op het laatste moment toch uit het water werd geplukt. De kunstenaar heeft geen idee of uit dat voorval al die onder water zwevende figuren voortkomen. “Ik heb dat in één interview verteld en daar ik heb nu bijna een beetje spijt van. Het is heel privé en iedereen leest dat steeds maar weer. Ik denk echter niet op die manier over de beeldelementen in mijn werk na.”

“Ik weet natuurlijk wel waarom ik water zo interessant vind. Water is verbonden met deze wereld, maar het staat er ook los van. Het is fysiek materiaal, het is een levensbron - dieren leven onder water -, maar het is voor mensen ook een vijandige omgeving, het kan ons verstikken, laten verdrinken. Maar er is ook de oppervlakte, die wel een barrière is, maar geen hard vlak. Je kunt het makkelijk doorbreken. Tegelijkertijd is het een oppervlak dat de wereld reflecteert, wanneer je er onder een bepaalde hoek tegen aankijkt. Je ziet dan niet wat eronder zit. Op andere momenten is water weer zo transparant dat je niet het idee hebt dat het er is. Zo raakte ik geïnteresseerd in water als de fysieke representatie van de andere wereld waarmee we in ons onderbewuste leven. Ik zie het als een heel krachtige metafoor voor die andere, spirituele wereld.”

Eenzelfde soort fascinatie heeft Bill Viola voor de woestijn. Het was zelfs de reden dat hij van New York naar Los Angeles verhuisde. “Ik kwam voor het eerst in 1973 in Death Valley en dat veranderde mijn leven. Vanaf dat moment wilde ik er terugkeren. Sinds 1982 woon ik er permanent dichtbij. De horizon fascineert me, de leegte. Het is zo'n onderdeel van de geschiedenis. Jesus had zijn visioenen in de woestijn. De wijsgeren in de Nijl-vallei tussen de tweede en vijfde eeuw trokken naar de woestijn. Het is er vrij van objecten, vrij van cultuur. Het is ook een fysiek harde omgeving. Er is geen groen, het is het land van de dood. Daarnaast is het een projectiescherm. Jij creëert daar de realiteit. Het is als een witte kamer.”

Een kamer die Viola voor zijn video-installaties toch verduistert. “De binnenkant van je brein is zwart. Technisch is het nodig, maar het begon ook een onderdeel van het werk te worden. Ineens ontdekte ik dat de ruimtes zich in het museum bevonden en daar tegelijkertijd ook niet waren. Je ging door een kleine tunnel en ineens bevond je je bijvoorbeeld onder water, in een parallelle wereld. Het idee van een verduisterde ruimte sluit voor mij mentaal ook aan op het idee van de woestijn. Er is geen tastbare grens. De grenzen zijn verdwenen.”

Ineens klinkt in het museum een bel. Vlak ervoor had Viola al gezegd dat hij weg moest. 'This is God' is zijn glimlachende reactie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden