Review

Bijna alles over fascistische lectuur

In 1942 publiceerde de Bussumse garagehouder en NSB-propagandist Nicolaas Went een boekje onder de ronkende titel 'Hoe de leider voor volk en vaderland behouden werd'. Went deed daarin uit de doeken hoe Anton Mussert de meidagen van 1940 was doorgekomen. Veel had Went eigenlijk niet te vertellen, want Mussert had zich schuilgehouden in een boerenwoning in de buurt van Naarden om pas na de capitulatie op 15 mei 1940 weer op te duiken.

WIM BERKELAAR

Toch deed de publicist een ijverige poging van de NSB-leider een held te maken. Zijn poging werkte echter averechts. Het boekje stuitte niet alleen op verzet binnen de NSB, het werd door de veel radicalere SS bovendien aangegrepen om Mussert belachelijk te maken. Het boekje bevatte de retorische vraag 'Waar is de leider?', waar Nederlandse SS'ers graag spottend mee op de loop gingen. Op 18 mei 1944, tijdens een bijeenkomst, waar ook Duitsers bij aanwezig waren, trok een vormingsleider een oude damesmantel aan, zette een bijpassend hoedje op en begon een woeste rondedans, zingend 'Where is the tiger?'.

Dit verhaal is terug te vinden in 'Zwaard van de geest', de zojuist verschenen studie over het bruine boek in Nederland tussen 1921 en 1945 van boekhistoricus Gerard Groeneveld. De publicatie van Went is één van de ontelbare curieuze geschriften die in dit prachtig uitgeven boek de revue passeren.

Groenevelds werk heeft iets van een encyclopedisch overzicht, waarin geen titel lijkt te mogen ontbreken. Hij bespreekt alle mogelijke brochures, pamfletten, romans en wetenschappelijke studies, en ruimt plaats in voor aparte kaderhoofdstukjes met beknopte biografieën van opmerkelijke auteurs en uitgevers.

Groeneveld laat zijn boek beginnen met de antisemitische rede 'Teekenen des tijds' die de Leidse filosoof G.J.P.J. Bolland in 1921 uitsprak. Dat is een goed begin, voor dit boek dan tenminste: Bolland kan als inspirator worden beschouwd van een hele generatie van mensen die kritisch tegenover de democratie stonden.

Veel van die critici vonden na 1922 hun voorbeeld in het Italië van Benito Mussolini. Groeneveld toont aan hoeveel geschriften in de jaren twintig aan de Italiaanse dictator werden gewijd. De Brabantse priester Wouter Lutkie nam het voortouw in de promotie van Mussolini en wordt uitvoerig door Groeneveld geportretteerd. Opvallend weinig aandacht besteedt Groeneveld daarentegen aan de rebel en bohémien Erich Wichman, die tot aan zijn vroege dood in 1929 zo spraakmakend op de bres stond voor het fascisme. Slechts twee keer komt Wichman voor, en de tweede keer slechts zijdelings.

Met de opkomst van het Duitse nationaal-socialisme na 1933 verschuift de aandacht van de schrijvers en uitgevers van het bruine boek. Niet langer Mussolini, maar Hitler en de zijnen staan vanaf dat moment in het centrum van de belangstelling. Opmerkelijk is dat het nog tot december 1939 duurde voor 'Mein Kampf' een Nederlandse vertaling kreeg. Uitgevers van onbesproken gedrag als Meulenhoff en Spaarnestad vonden geen drukker bereid het risico te nemen door een zo omvangrijk werk op de Nederlandse markt te brengen. Het leek ook commercieel gezien een waagstuk. Wie zou die dikke pil kopen?

Toen het dan eindelijk in druk verscheen, bleek die uitgeversangst op niets gebaseerd. 'Mijn Kamp', zoals het in vertaling heette, liep heel goed. Uiteindelijk zouden er 110000 van worden verspreid. Verspreid, lang niet allemaal verkocht: vrijwilligers die naar het Oostfront togen, kregen deze 'bijbel van het nationaal-socialisme' gratis in hun ransel mee en dat waren er in Nederland enkele duizenden.

Niet in alle gevallen heeft Groeneveld de oplage en de afzet van het bruine boek kunnen achterhalen. Dat kan hem niet worden aangerekend, oplagecijfers zijn vaak moeilijk te traceren. Een bezwaar is wel dat Groeneveld nergens aangeeft hoe het boekenvak in het interbellum in het algemeen functioneerde. Hoe hoog was de oplage en afzet van nationaal-socialistische lectuur in vergelijking tot andere lectuur? Alleen door te vergelijken kan de invloed van het bruine boek worden gemeten. Groeneveld concludeert dat de doorbraak naar een breder publiek dan de kleine groep geharnaste NSB'ers (74000 leden in 1944) uitbleef, maar hij staaft dat niet met harde bewijzen.

Na eerdere studies over vertaler Steven Barends en over uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer (beiden betrokken bij de Nederlandse uitgave van 'Mein Kampf') kan Groeneveld met recht dé kenner van het bruine boek in Nederland worden genoemd. Maar hij is niet de eerste die zich over dit onderwerp heeft gebogen. Velen gingen hem voor, en ze worden allemaal in de literatuurlijst vermeld. Met uitzondering van Adriaan Venema.

Deze schrijver en kunsthandelaar zorgde eind jaren tachtig van de vorige eeuw voor stormen in letterkundig Nederland met een omvangrijke studie over 'Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie'. Daarin nam hij tal van schrijvers moreel de maat, hetgeen tot heftige polemieken leidde. Groeneveld kiest jaren na dato postuum partij tégen Venema door hem niet alleen demonstratief weg te laten uit zijn literatuurlijst, maar (in zijn voorwoord) ook uit te maken voor sensatiezoeker. Het is waar dat Venema sensatie niet schuwde. En het is ook waar dat Venema niet zelden te rechtlijnig oordeelde over 'goed' en 'fout' in oorlogstijd. Maar om zijn werk dan maar geheel te negeren en zelfs geen plaats in de literatuurlijst te gunnen, dat gaat te ver. Hoe slordig het historisch onderzoek van Venema vaak ook was, hij heeft toch één verdienste: dankzij Venema weten we dat het oorlogsverleden van verscheidene schrijvers minder heldhaftig was dan zij na de oorlog deden voorkomen.

In de geschiedschrijving van Groeneveld zijn vragen naar 'goed' en 'fout' afwezig. Zijn werk is typisch voor deze tijd, waarin ieder moreel oordeel over gedrag in bezettingstijd wordt gerelativeerd. Eerder dit jaar was het al historicus Chris van der Heijden die zich in 'Grijs verleden, Nederland en de Tweede Wereldoorlog' tegen het 'zwart-wit-denken' keerde. Maar Van der Heijden nam de moeite Venema te bestrijden. Groeneveld doet zelfs dat niet: hij zwijgt hem dood. Dat kan ook gemakkelijk, aangezien Venema in 1993 zelfmoord pleegde en niet meer kan antwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden