null Beeld
Beeld

Het oog vanDe Wolf

Bij Turner blijft de Rijn verleidelijk stromen

Joke de Wolf

Kunsthistoricus Joke de Wolf richt de blik op een kunstwerk dat bij de actualiteit past. Deze week: de Rijn.

Onze grote rivieren zijn niet zo vanzelfsprekend als we denken, blijkt in deze extreem droge tijd. En we kunnen niet zonder ze. Al eeuwen vervoeren ze niet alleen goederen, ze brengen ook verhalen, dromen en kunst.

Je zou meerdere musea kunnen vullen met alle schilderijen, tekeningen en foto’s die kunstenaars vanaf het begin van de mensheid van en over die rivieren hebben gemaakt. Toen de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer in 1520 naar Nederland kwam, reisde hij als vanzelfsprekend over de Rijn, en hij maakte er schetsen van de rotsen die hij in Duitsland aan zich voorbij zag trekken.

Aan het begin van de negentiende eeuw waren de rivieren nog meer dan nu de levensaders. De oevers van de Rijn ten zuiden van Keulen stonden bekend om hun schilderachtige uiterlijk. De Britse kunstenaar William Turner reisde per koets vanuit Londen naar Keulen via Waterloo, dat na Napoleons nederlaag twee jaar eerder al een toeristische attractie was geworden. Hij verkende vanaf eind augustus 1817 de Rijnoevers te voet, zodat hij genoeg tijd had om de indrukwekkende oevers vast te leggen. Uit zijn Waterloo en Rijn- schetsboek zou hij tot het eind van zijn leven putten.

Zeven keer de Lorelei

Vooral de omgeving van de Lorelei-rots maakte indruk op hem, hij maakte er maar liefst zeven schetsen van. Dit is de eerste schets die hij er maakte, in waterverf met krijt. Rechts helt de 130 meter hoge rots vervaarlijk over. De vissersboot aan de voet is niet meer dan een stipje. Op de achtergrond, in het licht, zien we het silhouet van het dorpje Sankt Goarshausen.

Schets in waterverf en krijt van de Loreleirots in de Duitse Rijn, door William Turner (1817), in bezit van het British Museum.
 Beeld British Museum
Schets in waterverf en krijt van de Loreleirots in de Duitse Rijn, door William Turner (1817), in bezit van het British Museum.Beeld British Museum

Spel van licht en donker

In zijn reisgids had de kunstenaar gelezen over het gevaar van deze plek op de Rijn, vooral bij laag water: direct onder de rots was een draaikolk waar schepen in konden verdwijnen, om pas veel verder stroomopwaarts weer op te duiken. Hoewel de schets nauwkeurig lijkt gemaakt, is al wel duidelijk dat Turner het spel van licht en donker op het water spannender vond dan de mensen of gebouwen op de oever.

Bij de naam van de rots moeten we nu meteen denken aan de Lorelei-legende: over een nimf die geen afscheid kon nemen van de Rijn toen de mensen de oevers kwamen bevolken, en met haar treurige gezang en lange gouden haren de schippers betoverde waardoor ze hun schepen op de rotsen lieten varen. Nadat een boze ridder haar de schuld kwam geven van zijn onoplettendheid, zou ze na een laatste lied zijn opgenomen door de golven van de Rijn.

Vreemd genoeg bestond deze legende nog niet toen Turner in 1817 bij de rots halt hield: dichter Heinrich Heine zou pas in 1824 een vers schrijven over de Loreleiverleiding. Het werd in de loop van de negentiende eeuw zo’n geliefd thema dat er gesproken werd van Rheinromantik. Maar ook zonder dit drama was het voor Turner al een onuitputtelijke bron voor zijn verbeelding.

Lees ook:

Outsiderland laat zogenaamde buitenstaanders de kunstwereld binnen

Jan Hoek vindt dat de kunstwereld ook open moet staan voor kunstenaars ‘met wie zogenaamd iets is’. Hij bedacht Outsiderland, waar zij juist als kunstenaar serieus genomen worden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden