Review

Bij Torres trekken de boeren aan het kortste eind

De korte roman 'Dit stuk grond' van de Braziliaanse schrijver Antonio Torres (1940) zet in met een brief van de auteur aan zijn overleden neef die op het eerste gezicht buiten het eigenlijke boek staat. Gaandeweg echter blijkt hoe nauw de ontstaansgeschiedenis van het verhaal, die in de proloog wordt geschetst, met het verhaal zelf is verweven, er als het ware de kiem van vormt.

ILSE LOGIE

Net zoals het personage Nelo, oudste broer van de ik-verteller Totonhim uit de roman, is de neef van de auteur uit zijn geboortedorp Junco weggetrokken en heeft zijn heil gezocht in de miljoenenstad Sao Paulo. Enkele jaren later strandt zijn droom en pleegt hij zelfmoord, waarop Torres zich voorneemt de drijfveren van deze tragische geschiedenis te achterhalen en in kaart te brengen. In 'Dit stuk grond' is hem dat meer dan behoorlijk gelukt.

Een man van veel woorden is Torres niet. Net als zijn personages is hij afkomstig uit het kurkdroge noordoosten van Brazilië, uit de haast onleefbare sertao, een door en door traditioneel landbouwgebied waar een totaal andere orde heerst dan de ons vertrouwde. Begrippen als persoonlijke vrijheid vinden er slechts schoorvoetend ingang en moeten het afleggen tegen onwrikbaar plichtsbesef en absurde, vrouwonvriendelijke erecodes.

De vergrijzende bevolking, die in het verhaal belichaamd wordt door de vader van Nelo en Totonhim, is ongeletterd maar trots op haar eigen 'schriftuur' (,,het trekken van bruine strepen over de geploegde aarde''). De jongere generaties hebben schoon genoeg van die onwaarschijnlijke, feodale bekrompenheid en wijken massaal uit. Zo zien we dat de meisjes van het dorp hun neus ophalen voor 'de kinkels uit de buurt', terwijl ze opkijken naar de praatgrage bankemployés uit de stad, met hun ruimvallende kasjmierwollen pakken, hun flitsende zonnebrillen en hun opwindende transistors.

Ook Totonhims oudste broer Nelo waagt zijn kans. Junco heeft hem niets meer te bieden, het gehucht is ten dode opgeschreven. Het groeit nog slechts 'als de staart van een ezel', en wanneer de staart van een ezel groeit - zo leert ons een Braziliaanse volkswijsheid - wordt hij spoedig door de eigenaar afgeknipt. Daarenboven is Nelo, op hevig aandringen van zijn moeder maar tegen de zin van zijn vader, naar school gegaan, waar hij de lokroep van de vrijheid heeft gehoord. Het gezin gaf er de lap grond in Junco voor op, en kwam in een huis in een groter dorp terecht dat tien keer erger was dan het vorige. Desondanks hield de moeder koppig vol dat dat nu eenmaal de tol was die de vooruitgang eiste.

We leren Nelo kennen wanneer hij na twintig jaar afwezigheid zogezegd geslaagd maar in feite berooid zijn herintrede in Junco doet. Niet dat hij er op begrip rekent. Hij weet dat zijn dorpsgenoten van geen fiasco willen horen. Hij logeert er tijdelijk bij Totonhim, die een beetje een hekel aan hem heeft. Het had hem gestoken dat het altijd Nelo was geweest, die op handen gedragen werd door hun moeder die rotsvast geloofde dat haar oudste zoon het helemaal had gemaakt.

Hij vermoedt dan nog niet dat de financiële opdoffers en de emotionele vernederingen Nelo gebroken hebben. Wanneer hij zijn broer op een dag verhangen aantreft, is hij dan ook met verstomming geslagen en stort zijn wereld in. In een poging om die wanhoopsdaad beter te begrijpen reconstrueert hij, aan de hand van flarden dialoog en brokstukken herinnering, het leven van de onfortuinlijke Nelo.

Deze associatieve en slechts ten dele chronologische vertelwijze waarbij plaats van handeling en gezichtspunt voortdurend verspringen, doet terugdenken aan het werk van de Mexicaanse auteur Juan Rulfo. Ook Rulfo's huiveringwekkende verhalen uit 'De vlakte in vlammen' en zijn roman 'Pedro Páramo', die zich in de tierra caliente van Jalisco in Centraal-Mexico afspelen, portretteren het langzame verval van een haast oudtestamentische wereld, en worden gekenmerkt door een fragmentarische opbouw, bruuske perspectiefwisselingen en bezwerende monologen.

Net zoals die van Torres zijn Rulfo's personages stugge boeren die steeds aan het kortste eind trekken, niet opgewassen zijn tegen de ijzeren logica van het ontluikende kapitalisme, en aan de drank raken of hun zelfbeheersing verliezen omdat hun onmacht groter is en hun verweer kleiner dan die van opgeleide mensen. Beide auteurs zijn tevens bijzonder spaarzaam met woorden. Dat komt omdat de wereld waarin ze zijn opgegroeid er een was van opgekropte frustraties en zelden geuite gevoelens, van vragen die niet werden gesteld maar die ,,als visgraten in je keel bleven steken''. Woorden die niet worden uitgesproken bederven echter, ,,zoals eieren waar dode kuikentjes inzitten'', en verzieken relaties. De onderhuidse spanningen en de ontspoorde gezinsverhoudingen in Junco moeten vroeg of laat wel een neerwaartse spiraal op gang brengen waar iedereen het slachtoffer van wordt.

Aan het eind rest er de vader enkel zijn bodemloze eenzaamheid en het vakmanschap waarmee hij een kist voor zijn zoon timmert. Nelo's moeder is er zo mogelijk nog erger aan toe. In schrijnende taferelen wordt haar ongeloof beschreven, haar categorische weigering om de neergang van haar wonderkind te aanvaarden. Ten slotte verliest ze haar verstand. Totonhim merkt op dat ,,de as waarom haar ogen draaien beschadigd moet zijn. Ze draaien niet meer. Het lijken twee stoffen knopen die verschoten zijn en hun glans hebben verloren.''

En toch blijft de droom van de stralende toekomst in een ver en spannend oord overeind. Tegen beter weten in koestert Totonhim nu de hoop dat hij in Sao Paulo zal bereiken wat zijn broer werd ontzegd. Over hoe het hem vergaat blijft de lezer in het ongewisse.

Antonio Torres beseft terdege dat er aan de emancipatie van zijn streekgenoten geen halt kan worden toegeroepen, hoewel de kloof tussen de harde maar besloten wereld van zijn jeugd en de moderne anonimiteit van de grote stad pijnlijk onoverbrugbaar is. Bijna tastbaar en met gemengde gevoelens roept hij het einde van een tijdperk op en brengt een genuanceerde, erg intense hulde aan 'dat (ontvolkende) stuk grond' waarvan hij zich intussen zelf mijlenver heeft verwijderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden