Review

Bij Toon Tellegen blijf je verrast je ogen uitwrijven

“De vaderlandse kinderboekenwereld schudde zachtjes in haar voegen”, zei Bregje Boonstra eens in een lezing over het kinderboekendebuut van huisarts/dichter Toon Tellegen (55) 'Er ging geen dag voorbij' uit 1984. “Wij wreven ons de ogen uit, wisten er geen raad mee en vonden er geen woorden voor.”

Nu, dertien jaar later, zijn er handenvol woorden gevonden om zijn werk te typeren, al blijft het stotteren: fantasierijk, geestig, bizar, surrealistisch, ontroerend, melancholiek, poëtisch, filosofisch, dromerig, vluchtig, met niets te vergelijken... Zoveel en zo lovend, dat hij aanstaande vrijdag 12 september de hoogste Nederlandse onderscheiding voor jeugdliteratuur in ontvangst mag nemen: de driejaarlijkse Theo Thijssenprijs.

Nu al klassiek

Aanvankelijk waren het vooral de dierenverhalen die bewondering afdwongen: na zijn debuut volgden nog vier bundels die de ene na de andere prijs kregen en tenslotte werden samengevoegd tot 'Misschien wisten zij alles' (1995), dat nu al een moderne klassieker is.

Wat was het, dat zo aansprak? Het viel op dat Tellegen zich aan bepaalde regels hield, zoals: van elke diersoort is er maar één, ze zijn allemaal ongeveer even groot en sterk, en ze hebben geen verleden of toekomst. Maar wat vooral trof was het onmogelijke, dat Tellegen mogelijk maakte, het absurde in taal en betekenis dat niemand anders verzon: de rups die zijn jas viert, de waterslak die zo graag zou willen kabbelen, de mier die ervan droomt lucht te zijn, de olifant die op bezoek gaat bij de slak. En natuurlijk de talloze briefjes die via de wind verstuurd worden en die vorig jaar culmineerden in een weergaloos mooi apart boek: 'Brieven aan niemand anders', over de macht en onmacht van de geschreven taal. Brieven van eéé letter, in geheim- en oerschrift, brieven die blijven steken bij Beste. Brieven als een gedicht, als een boek, brieven met zinnen die zichzelf meteen waar toveren. Smeek-, dreig- en stamelbrieven, brieven aan de tafel, brieven die op visite gaan, en de mier zelf die tot brief wordt.

Weer bestaat alles wat je kunt bedenken. Tenminste, volgens de mier in zijn antwoord aan zijn hartsvriend de eekhoorn, als die vraagt: 'Bestaat dat: niets weten?'

Verassen

Tegen de tijd dat critici die toch wat te kritiseren wilden hebben begonnen te morren 'Hij kan gewoon niets anders dan die dierenverhalen' - ze waren zijn poëzie voor volwassenen zeker vergeten - verraste Tellegen met iets totaal anders: het wrange, hevige 'Juffrouw Kachel' (1991), over een onderwijzeres, zó weerzinwekkend en bedreigend, dat bij haar vergeleken Roald Dahls juffrouw Bulstronk uit 'Mathilda' een lieverdje is.

Er verschenen meer boeken die 'anders' waren dan de eerste dierenverhalen: 'Jannes' (1993) bijvoorbeeld, en 'Teunis' (1996), beide verhalen over een jong olifantje, en beide een soort gedachtenexperiment, uitgaande van opnieuw een bepaalde regel. In 'Jannes' is dat dan de regel dat een wezentje - het peuterolifantje Jannes - consequent onder soortgenoten leeft, en in 'Teunis' dat net zo'n wezentje, maar wat ouder, in een wereld leeft met wezens van een andere soort: mensen. Logisch dat in 'Jannes' dus de warmte en veiligheid van het peutertje Jannes overheersen, en in 'Teunis' het leren omgaan met en accepteren van anders-zijn, het zoeken naar eigen identiteit. Verrassend is daarbij dat de zo tijdloos schrijvende Tellegen hier een actueel maatschappelijk thema aanroert.

Fantaseren

Weer anders bleek 'Mijn vader' (1994), waarin Tellegen de kleuter Jozef laat fantaseren over zijn vader, voor wie hij een mateloze bewondering heeft. In Jozefs ogen kan zijn vader alles: boeven het slaapkamerraam uitslingeren, branden blussen met zijn blote voeten, vulkanen doven en oorlogen en overstromingen tegenhouden. Zelfs kan hij gewoon zijn. Of zo klein dat hij als een knikker in Jozefs broekzak past. De wereld scheppen is voor hem een peulenschil en hij heeft besloten om nooit dood te gaan. Weer kan alles, maar nu volgens een magische kleuterlogica. En opnieuw vergroot Tellegen die logica uit tot in het absurde, waardoor Jozefs vader de mythische trekken van een almachtige krijgt. Toch heeft deze geen echt goddelijke uitstraling, daarvoor heeft Jozef teveel het alleenrecht op hem, en daarvoor is hij te clownesk: 'Mijn vader liep over dunne zijden touwtjes tussen de toppen van de hoogste bergen.' Het is vreemd dat deze schitterende en ontroerende ode op een vader geen prijs gekregen heeft.

Het nieuwste boek van Toon Tellegen, 'Dokter Deter', heeft wel wat weg van 'Mijn vader'. Ook dokter Deter is een soort almachtige die iedereen in een handomdraai beter maakt, en ook hier overheerst het absurde, zoals ontstekingen die 's nachts uit de grond kruipen en hersenschuddingen die over straat stuiteren. Het boek verschijnt echter pas volgende maand, met schitterende illustraties van Gerda Dendooven. Wel verschijnt nu ter gelegenheid van de Theo Thijssenprijs het vorig jaar als miniboekje uitgegeven dierenverhaal 'De ontdekking van de honing' (1996) in een ruimer jasje, het zoveelste bewijs van een talent dat binnen de kinderliteratuur absoluut uniek is. Want wie anders laat de mor dansen met de honing, de schijnrat verlangen naar verdriet en de kraai de achterdocht ontdekken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden