null Beeld
Beeld

BoekrecensieBiografische roman

Bij Toíbín is ‘tovenaar’ Thomas Mann eerder een burgerlijke opportunist dan een duivelskunstenaar

In Colm Toíbíns De Tovenaar werkt het gebrek aan bewieroking van de grote Duitse schrijver verkwikkend. Hij viel op jongens, nou en?

Rob Schouten

Een roman over Thomas Mann, waarom zou je die in vredesnaam willen schrijven? Manns leven is al door talloze biografen uit de doeken gedaan, zijn werk stuk geanalyseerd en iets nieuws verzinnen kan je bij zo’n gecanoniseerde figuur alleen maar duur te staan komen. Natuurlijk, Mann had zijn geheimen, zijn homo-erotische belangstelling en zijn alledaagse zenuwen onder een dekmantel van stoïcisme, maar die zijn ook allang in kaart gebracht. Nee, het lijkt een ondankbare opdracht om het leven van Thomas Mann voor een roman te gebruiken. Bovendien ben je onwillekeurig geneigd zo’n product te vergelijken met het werk van Mann zelf, bijvoorbeeld Dr. Faustus waarin hij met veel inlevingsvermogen het leven van een duivelskunstenaar beschrijft. Hoe zou je dat kunnen evenaren?

Toch doet de Ierse schrijver Colm Tóibín het, in De Tovenaar, genoemd naar het koosnaampje waarmee de grote man in huiselijke kring bekendstond. En het is voor Mann-kenners en liefhebbers een bijzonder boek geworden, niet zozeer om wat er allemaal in staat als wel om wat er níet in staat. Want ondanks de dikke 500 pagina’s die Toíbín aan zijn historische romanfiguur besteedt blijft Thomas Mann in dit boek een redelijk oppervlakkige figuur. Niks tovenaar, laat staan duivelskunstenaar. En dat is misschien wel het nieuwe, na al die vroegere onthullingen over ’s mans zielenroerselen en verborgen belangstellingen. Alsof Tóibín wil zeggen: de buitenkant van Thomas Mann is minstens zo interessant als zijn binnenkant.

Een bourgeois van de bovenste plank

Zo wordt er in De Tovenaar nauwelijks gerept over het scheppingsproces dat tot zijn romans en verhalen heeft geleid. Het lijkt wel of Mann de ene titel na de andere uit zijn mouw schudt en of hij zonder er zelf al te veel over na te denken de meest diepzinnige dingen wist op te schrijven. In het eerste het beste Wikipedia-artikel lees je meer over de geestelijke en culturele achtergronden van Buddenbrooks, Lotte in Weimar, De Toverberg, Felix Krull en al die andere meesterwerken dan hier.

Maar die ostentatieve oppervlakkigheid blijft niet tot zijn werk beperkt. Ook in zijn dagelijks leven wordt Mann hier neergezet als een doodgewone, zelfs ietwat banale man, een bourgeois van de bovenste plank met niet alleen burgerlijke maar ook wel laffe en opportunistische trekjes. Van het door vorige generaties aan hem toegeschreven humanisme, dat vooral gebaseerd was op zijn speeches over het nieuwe Duitsland vanuit zijn werkkamer in de VS, bespeur ik zo goed als niets, hij schreef boeken, leefde er goed van, wist op tijd aan nazi-Duitsland te ontsnappen, en koos eigenlijk nooit duidelijk partij. Daarnaast had hij, ondanks zijn geaardheid, een aardig huwelijk met zijn Katia, bracht zes kinderen groot, waarvan een aantal weerspannige, Klaus en Erika, had een vaak problematische verhouding met zijn linkse broer Heinrich en dat was het wel zo’n beetje. Onder aan de streep van zijn hier beschreven leven zou je kunnen zetten: burgerlijk schrijver.

Zenuwtrekjes en obsessies

Ik heb De Tovenaar met verbazing gelezen, juist omdat de hoofdpersoon je in het geheel niet betovert en de titel dus eerder ironisch dan magisch klinkt. En juist dat gebrek aan bewondering, overigens zonder dat het omslaat in weerzin, voor de grote schrijver is verkwikkend.

Aan de psychische gesteldheid van Thomas Mann, zijn emoties waagt Tóibín zich als gezegd niet, zelfs zijn homo-erotische dagdromen, toch behoorlijk taboe in zijn tijd, worden bij hem even koel als onbeladen weergegeven. Hij viel op jongens, nou én? lijkt de auteur te denken, meer in de geest van onze dan in die van Manns eigen tijd (overigens schreef Tóibín eerder al een roman over die andere crypto-gay, de schrijver Henry James).

En de rest van zijn leven, zijn gezinsleven, zijn verhouding met Katia en met de rest van zijn entourage, dat alles volgt precies het pad van de dagboeken die Mann zelf bijhield en die ons, nog meer dan deze roman, inlichten over zijn latente zenuwtrekjes en obsessies. Tóibín heeft er weinig aan toe te voegen, wat we eigenlijk lezen is in wezen een heel licht geromantiseerde biografie. Wie deze roman legt naast de bestaande biografieën zal zien dat Toíbin zich keurig aan de historische werkelijkheid heeft gehouden, ook als het om details gaat, zoals de geschiedenis van Alma Mahler die met Bruckners manuscripten rondreisde om ze aan Hitler te verkwanselen, of de komische verhalen rond Albert Einstein met wie Mann samen ergens een eredoctoraat ophaalde.

Thomas Mann, afgebeeld op een postzegel. Beeld Polaris
Thomas Mann, afgebeeld op een postzegel.Beeld Polaris

Hybride schrijver

De meest onthullende passage over Thomas Mann zelf is die waarin hij, bij monde van Tóibín, nadenkt over wat hij zelf níet is: ‘Er waren twee mannen die hij niet was geworden, en als hij die op de juiste manier wist op te roepen, kon hij daar een boek omheen bouwen. De ene was hijzelf als hij geen talent en ambitie had gehad maar wel zijn verstand. Iemand die zich volledig op zijn gemak voelde in een Duitse democratie. (…) De ander was iemand die geen voorzichtigheid kende en een verbeelding had gehad die al even vurig en halsstarrig was als zijn geslachtsdrift, een man die iedereen die van hem hield te gronde richt, die kunst wilde scheppen die nietsontziend was en tegen alle tradities in ging, kunst die even gevaarlijk was als de wereld zich aftekende.’

Tóíbín speculeert hier op Zeitblom en ­Leverkühn, de twee hoofdpersonen uit Dr. Faustus maar het is duidelijk dat hij Thomas Mann ergens tussen hen in situeert, als een hybride.

Dat hybridische van Mann komt ook tot uiting in de openhartige en hoogst pijnlijke brief die zijn jongste zoon Michael aan hem schreef na de dood van Manns oudste zoon Klaus en die Toíbín in z’n geheel opnam: ‘De wereld is u vast en zeker dankbaar dat u uw boeken altijd uw onverdeelde aandacht hebt geschonken, maar wij, uw kinderen, voelen jegens u geen enkele dankbaarheid, en ook niet jegens mama, trouwens, die altijd aan uw zijde stond. Ik kan amper geloven dat u samen in een luxe hotel bent gebleven terwijl mijn broer begraven werd’ en ‘het doet u hoogstwaarschijnlijk niet veel dat uw kinderen niet delen in deze aanbidding’. Thomas Mann verstopte die brief en dat karakteriseert hem misschien nog meer dan wat erin stond.

null Beeld
Beeld

Colm Tóibín
De Tovenaar (The Magician)
De Geus; 582 blz. € 25,99

Lees ook:

Quarantaine voor gevorderden

De Toverberg van Thomas Mann

Column van Rob Schouten

Thomas Mann schreef zinnen waarin je je een weg moet banen als in de geest zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden