column

Bij Rob Schouten is de hang naar roem vervlogen

Beeld Maartje Geels

Over grote daden gesproken, het wordt onderhand tijd dat ik ervan afzie. Jarenlang droomde ik ervan. Vooral in mijn puberteit. Ik fietste naar school en meende dat ik weleens een groot voetballer kon worden. Dat ik het eigenlijk niet kon, zei me niet zoveel, het moest immers allemaal nog komen. 

Of schaker, ieder verliespotje beschouwde ik als een leerproces, op weg naar grote hoogte. En ik kon ook altijd nog pianist worden. Ik speelde best aardig Mozart en Schubert, wie belette mij ermee het podium te beklimmen? Grote pianisten, zoals Arthur Rubinstein, maakten ook fouten, ze zouden mij evenzeer vergeven worden.

Schilder misschien? Ooit stond er een tekening van mij in de kinderrubriek van Het Parool, onmiskenbaar een voorstudie van grootse, misschien wel abstracte werken. Op een avond lag ik in bed te denken over de oneindigheid van het heelal, gevolgd door de illusie dat er een groot wijsgeer in mij stak. Op school wilde het allemaal niet zo vlotten maar was Einstein ook niet blijven zitten of zoiets?

In feite verdrong in mijn hoofd het ene heldendom het andere. Op mijn twintigste schreef ik een dikke roman, getiteld ‘Erfelijk belast’, zo, daar zou de wereld van opkijken! Maar toen ik hem aan mijn latere uitgever voorlegde zei die: je kunt er beter korte verhalen van maken! De wereld houdt niet van grote daden, ze is er steeds op uit bij helden spaken in het wiel te steken. Denk maar aan Hercules, onmogelijke daden opdragen, dat kan ze.

Het vermeende heldendom heeft me desondanks lang achtervolgd. Op mijn veertigste meende ik nog dat het allemaal best kon komen, zelfs als ik naar ‘Studio Sport’ keek, wist ik dat ik, als alles meezat, het beter zou doen. Het concertpodium lonkte nog altijd. Tijdens een manische periode schilderde ik elf jaar geleden een reeks wc-schilderijen die ik in gedachten al op alle wc-kalenders zag staan.

Achter een dikke zuil

Maar afgelopen vrijdagavond bezocht ik een poëzieavond, mijn naam viel en ik had de neiging om me te verbergen, weg te gaan. De hang naar roem is vervlogen, laat mij maar achter een dikke zuil toekijken hoe alles eraan toegaat. Instemmend lees ik ‘De Bommellegende’ van Marten Toonder: “Heer Bommel begon last te krijgen van een zekere traagheid in het denken. Wanneer iemand hem vroeg hoe laat het was, antwoordde hij soms: ‘maandag’ of hij was nog doende zijn horloge te trekken wanneer de vragensteller zich reeds tot een ander gewend had.”

Men moet weten wanneer het tijd is om de Don Quichotterie eraan te geven. Intussen loop ik tevreden in mijn tuin rond om walnoten en appels te rapen (rijke oogst dit jaar) of ik knutsel ten behoeve van mijn modelbaan op zolder huisjes in elkaar.

Als ik bij mijn moeder ben, lossen we samen de kruiswoordpuzzel in deze krant op, waarin een doodenkele keer mijn naam valt in verband met een te vinden woord. Verder heb ik het niet geschopt. Grote daden zijn daden die nog verricht moeten worden, zei de Franse schrijver Jean de la Bruyère, die ik overigens alleen van deze uitspraak ken. Nog te doen dus, maar niet langer door mij.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u op trouw.nl/robschouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden