Opinie

'Bij mij geen Rembrandt aan de muur'

Beeld anp

Het was niet de eerste de beste die een steen wierp in de rustige vijver van mijn zekerheden. De plaats van handeling: een boekpresentatie in mijn geadopteerde moederstad Madrid. De hoofdrolspeler: een vooraanstaand kunstfilosoof, kenner van het werk van Goya en artistiek geweten in het Spaanse beeldende-kunstdebat. Een goede vriend bovendien, maar dat doet hier minder ter zake.

"Wanneer ik naar een museum of expositie ga", hield hij zijn publiek voor, "vraag ik me niet alleen af wat die werken allemaal willen zeggen, of dat gelukt is en of ze goed gemaakt zijn. Maar ook of ik ze bij mij thuis aan de muur zou willen hangen. Dan valt er meteen al een heleboel af."

Zoveel onbekommerdheid kan alleen iemand zich veroorloven die alles al gezien heeft en geen zorgen meer hoeft te hebben over zijn reputatie. "Want wat is dat voor subjectief en burgerlijk kunstcriterium?", zouden de verzamelde critici en artistieke bobo's uitroepen.

Alsof kunst al niet heel lang zoveel méér is dan een aardig schilderijtje boven de bank. Onwillekeurig denk je aan de scène in Woody Allens film 'Hannah and her Sisters' waarin een kunstenaar een popster zijn atelier uit jaagt omdat die alleen geïnteresseerd is in het formaat van de schilderijen voor zijn nieuwe villa: "I'm looking for something big... I got a lot of wall space there..."

Pedanterie en pretentie
Maar de beeldende kunst is intussen al genoeg door pedanterie en pretentie overwoekerd om bij enig nuchter relativisme baat te kunnen hebben. En waarom zou de vraag of ik een schilderij in mijn private levenssfeer zou willen toelaten dan géén relevant criterium zijn?

Een betere test voor de zeggingskracht ervan is nauwelijks denkbaar. Tegen intieme omgang, dag-in dag-uit en waarschijnlijk vele jaren lang is alleen een werk bestand dat mij steeds weer opnieuw kan verbazen, ontroeren en toespreken - bijna als een geliefde levenspartner. In die omstandigheden vallen valse schijn, hoogdravendheid en gewiekste flauwiteiten onverbiddelijk door de mand.

Een authentieke Rembrandt
Deze week werd bekend dat er een nieuw jeugdwerk van Rembrandt is ontdekt. 'De flauwgevallen jongeman' behoort tot een reeks van vijf schilderingen, gewijd aan de vijf zintuigen. Drie ervan waren al eerder opgedoken; de vijfde is nog altijd zoek. Nummer vier heeft de reuk als onderwerp, en sommige kunstkenners zeiden het direct als een authentieke Rembrandt te hebben herkend.

Het zal wel; zij weten er veel meer van dan ik - maar enige overeenkomst met het dubbelportret van Maerten en Oopjen dat vanaf deze week in Parijs te zien is kan ik er niet in ontdekken.

Sterker nog: de vraag of ik Rembrandts 'Reuk' met veel plezier aan de muur zou hangen brengt me in grote verlegenheid. 'Bij mij geen Rembrandt in huis' zegt niemand zonder een fikse dosis aanmatiging - al was het maar vanwege de astronomische prijs die in het geding is.

Uitgesproken lelijk
Maar eerlijk gezegd vind ik het paneeltje uitgesproken lelijk. Geen wonder dat het de Amerikaanse catalogus waarin het ter veiling werd aangeboden het omschreef als 'Europese school, negentiende eeuw'. Een heel derderangs negentiende eeuw, zou ik eraan toevoegen.

Beeld anp

Grote kunstenaars - of mensen die op weg zijn dat te worden - hebben ook wel eens een slechte dag. In Parijs zag ik ooit een schilderij van een liggend naakt dat zo gruwelijk mislukt was dat je er op Place du Tertre om zou grinniken.

Van enige anatomie was nauwelijks sprake; de heup bolde zo wanstaltig uit het lichaam op dat de arme vrouw de omschrijving 'gehandicapt' ver voorbij leek. Toch werd het trots getoond als een authentieke Van Gogh, uitgeleend door een Amerikaanse particuliere verzamelaar wie een slimme handelaar ongetwijfeld op zijn beurt een poot had uitgedraaid.

Keizer zonder kleding
Of niet. Want op de tentoonstelling werd het door de bezoekers met evenveel bewondering bekeken als door de bezitter in zijn privé-museum ongetwijfeld met trots en voldoening. De kunstwereld is de laatste plaats waar iemand ooit hardop durft te zeggen dat deze of gene keizer geen kleren draagt.

Zo erg is het met Rembrandts 'Reuk' niet gesteld. Ook dat paneeltje verdwijnt nu in een Amerikaanse privé-collectie en ik wens de nieuwe eigenaar de grootste trots en voldoening toe met zijn nieuwe bezit. Ik zal het niet missen, behalve als getuigenis van de onwaarschijnlijke wegen die zelfs een groot talent soms moet bewandelen om tot genialiteit uit te groeien.

Van díe Rembrandt zou ik best iets aan de muur hebben - maar dat zit er helaas niet in. Ik doe het met werk van mindere goden die me persoonlijk bijna even dierbaar geworden zijn. Ongehinderd door geld of 'wall space'. Ik ken ze met al hun tekortkomingen - en heb ze er misschien wel temeer lief om. Als de levensgezellen die ze voor mij geworden zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden