Bij de Schots-Engelse grens gelden andere wetten

Tegelijk met de almaar voortrazende bouwwoede van nieuwe musea rijst de vraag wat we eigenlijk met al die nieuwe gebouwen aan moeten. Worden het de zoveelste uitbreidingen voor nog meer tentoonstellingen, of ligt er een andersoortig gebruik van de ruimte en de collecties in het verschiet? In het buitenland zijn op verschillende plaatsen al nieuwe vormen van museaal beheer te zien, in recent geopende gebouwen waar afwijkende presentatievormen worden gehanteerd. Een verkenningstocht door een nieuw museumland. De derde aflevering van een serie over het nieuwe museum. De vorige afleveringen verschenen op 22/7 en 5/8.

Er straalt enige trots van af dat de Noord-Engelse stad Carlisle zich The great Border City noemt. Dat valt te vertalen met 'De grootse grensstad'. Maar het begrip 'grens' reikt hier veel verder dan alleen maar onze notie van een demarcatielijn. De 'Borders' is in het noorden van Engeland een strook grensland van enkele tientallen kilometers breed en diep waarvoor in het verleden menigmaal strijd werd geleverd. 'Debatable lands', grond die ter discussie staat, vanwege het feit dat de grens met Schotland nooit goed gedefinieerd kon worden en van een wettig kader werd voorzien.

Over deze streek bestaan nog altijd historische verhalen die aan de hand van een permanente tentoonstelling mooi kunnen worden verteld. Dat was ook de inzet toen enkele jaren geleden werd besloten om het plaatselijke museum van Carlisle stevig uit te breiden. Een historisch museum was aanwezig, in de vorm van Tullie House, een van de prachtige patriciërshuizen die het historische stadje rijk is.

Gelegen vlakbij het middeleeuwse kasteel en op loopafstand van andere historische gebouwen als het gildehuis en de kathedraal zou het museum een sleutelrol in het culturele leven kunnen leiden. Maar zoals zo vaak met een statische collectie in een tot stijlkamers omgetoverd regentenhuis het geval is, van dat historische verhaal kwam niet veel.

Toen besloten werd tot een uitbreiding bleken de ambities opeens niet gering. Tullie House moest niet alleen onderdak verschaffen aan een grote verzameling oude kunst, er moest voortaan ook moderne, hedendaagse kunst zijn te zien. En natuurlijk moest het historische verhaal worden verteld, een geschiedenis die verder reikt dan de laatste drie eeuwen.

Maar eerst en vooral moest Tullie House bekend komen te staan als een cultureel 'service centre'. Ook daarmee werd met een oog naar het verleden gekeken. De Engelsen uit deze streek hebben een typerend karakter, zeggen ze zelf. Ze zijn, vanwege al die grensconflicten, redelijk vrijgevochten, laten zich de wet niet voorschrijven. Vroeger heetten de mensen uit dit gebied de Border Reivers, oftewel de bandieten uit het grensland. Veel familienamen in dit gebied hebben een ook buiten Engeland bekende klank: Armstrongs, Elliotts en Grahams kwamen oorspronkelijk uit deze streken. En omdat zij vaak verhuisd of geëmigreerd zijn, komen ze met hun vragen over hun afkomst naar Carlisle. Neil Armstrong, de Amerikaanse astronaut die als eerste mens voet op de maan zette, was een van de bezoekers van de Borders-databank.

De uitbreidingsplannen van Tullie House hadden vanuit een stedelijk oogpunt bezien, vergaande consequenties. De nieuwe ruimte die als een halve maan om het oude woonhuis is geplooid, is vele malen groter dan het oorspronkelijke museum. Dat betekent dat het huis zelf praktisch uit het zicht verdwenen is. Bovendien is heeft de entree een koerswijziging van 180 graden gemaakt, zodat het bezoek eerst door de nieuwbouw moet lopen vooraleer de oudbouw kan worden bezocht.

Bouwen op beladen grond levert altijd risico's op en die deden zich dan ook al snel voor, toen bij de eerste schop in de grond de fundamenten van een Romeins fort en een stadsmuur werden blootgelegd. Nu is dit archeologische deel handig ingepast in de collectie, voorzover die vanaf het souterrain te zien is. Bijzonder is dat de onderste laag van de buitenwereld is afgescheiden met een halfdoorzichtige 'fluistermuur'. Wie een blik werpt op de vele objecten die in glazen vensterdozen zijn opgenomen, hoort uit minia;tuurluidsprekertjes het verhaal achter deze alledaagse, maar toch zo heel historische voorwerpen.

Eenmaal binnen wordt de bezoeker duidelijk dat hij zowel vermaakt als deskundig geïnformeerd kan worden. Elke afdeling heeft haar eigen verhaal te vertellen, al blijft dat juist bij de presentaties van de eigentijdse kunst achterwege. Waarschijnlijk ligt dat aan het feit dat tekst in deze zalen als storend zal worden ervaren en er meestal een catalogus voorhanden is. Maar waar de collecties een historisch thema belichten -dat kan ook de meer dan een halve eeuw oude kunst zijn- haalt de bezoeker die van lezen houdt, zijn hart op. Werk van kunstenaars als Helen Sutherland en Winifred Nicholson (de vrouw van de eerste Britse abstracte schilder Ben Nicholson) die uit deze streek zijn voortgekomen, is in de verzameling ruim aanwezig en zal altijd te zien zijn.

Spektakel daarentegen voor de bezoeker die de trap naar de bovenetage neemt. Hier wacht een blik op het dagelijkse leven op de nabijgelegen Hadrian Wall, daar draait een compleet audiovisueel programma over de Grensland-bandieten, gevolgd door een presentatie van de spoorweggeschiedenis, compleet met luid gesis van stoomlocomotieven. Ook in de zalen waar de tijd van het Romeinse rijk (onder keizer Hadrianus werd hier tussen 122 en 128 na Christus een grensbewakingssysteem ingevoerd) herleeft, heerst een kabaal van jewelste als je hoort dat een legionair met zijn paard over de keien komt klossen en van verre bevelen schreeuwt. Elke afdeling krijgt een specifieke belichting die nogal obligaat is: de 'donkere' Middeleeuwen zien er inderdaad nogal spookachtig uit, net als het bandietenhoekje dat een obscuur aanzien heeft. Toch blijkt er een doordacht concept aan deze presentatievorm ten grondslag te liggen. Raakt de bezoeker vermoeid, dan wordt die op een lokaal stationnetje met alle comfort in de watten gelegd. Uiteraard ontbreekt een restaurant met uitloop naar de beeldschoon aangelegde tuin niet. Die tuin is op zich al een museum waar het hier heersende milde klimaat het kweken van zeldzame bloemen en planten toestaat. Vormde de tuin al voor de nieuwbouw een ware oase in een verder zo dichtbebouwde omgeving, door de uitbreiding die er als een warme schouder omheen ligt, heeft ze al helemaal het karakter van een reservaat gekregen. Dat lijkt in tegenspraak te zijn met de aard van het museum dat zich zo ten dienste wil stellen aan de bevolking. Wie echter beseft dat de (aangelegde) natuur ook een vorm van cultuur-beleving kan zijn, ziet dat Tullie House een perfecte balans van genieten en zich laten informeren heeft bereikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden