Orfeo (Samuel Boden) te midden van de groep van zangers en dansers die één organisme vormen.

InterviewMonique Wagemakers

Bij de Nederlandse Reisopera weten ze precies waarom Orpheus omkijkt

Orfeo (Samuel Boden) te midden van de groep van zangers en dansers die één organisme vormen.Beeld Marco Borggreve

Bij de Nederlandse Reisopera maken vier vrouwen een bijzondere productie van Monteverdi’s ‘L’Orfeo’, waarin muziek, zang en dans gecombineerd worden met de wondere wereld van Studio Drift. En regisseur Monique Wagemakers weet waarom Orpheus omkijkt. ‘Het zit in zijn natuur. Hij is alleen maar bezig met zijn verleden.’

Het is aardedonker op het toneel. In het Wilminktheater in Enschede wordt geconcentreerd gerepeteerd aan de derde en vierde akte van Claudio Monteverdi’s opera ‘L’Orfeo’ (1607). En dus zijn we in de zwarte onderwereld, waar het licht van de aarde niet door kan dringen.

Orfeo (Orpheus) probeert daar de goden en geesten met zijn zang te vermurwen zodat hij zijn dode geliefde Euridice mee terug naar boven mag nemen. Boven de orkestbak steken drie enorme halzen van theorbes (grote luiten) uit, ook de bovenkant van een barokharp is zichtbaar.

Op het toneel beweegt zich een kluwen mensen. Het lijken allemaal dansers, maar al gauw blijkt dat zich tussen die dansers ook meedansende zangers bevinden. Verrassend als zich uit die groep ineens iemand losmaakt die professioneel zanger blijkt te zijn.

Ego

Boven het toneel hangt een installatie van Studio Drift. Van 16 kilometer ultradunne, uiterst kwetsbare nylondraad is een enorm doek geweven, dat zich als een levend organisme in allerlei vormen kan plooien. Fascinerend om te zien hoe dat object, dat de naam ‘Ego’ kreeg, lijkt te zweven boven de gebeurtenissen, om dan weer heel snel in een box te worden opgeborgen.

Achter de regietafel in de zaal zitten alleen vrouwen. Er wordt door hen driftig door de goddelijke muziek van Monteverdi heen gekletst, maar dat is normaal in deze fase van het repetitieproces als er nog veel puntjes op de i moeten worden gezet. Terwijl de akte zich muzikaal en scenisch ontrolt, worden opmerkingen gemaakt, aantekeningen gemaakt. Af en toe wordt er wat vanuit de zaal naar een zingende zanger op het toneel geroepen, dat hij meer in het midden van de scène moet gaan staan om het licht goed te vangen. Die zingt rustig door en verschuift een beetje van positie.

We zijn bij de voorbereidingen van een nieuwe productie van de Nederlandse Reisopera. Het team voor deze ‘Orfeo’ is een unieke samenwerking opgetuigd tussen regisseur Monique Wagemakers, choreograaf Nanine Linning, kunstenaar Lonneke Gordijn van Studio Drift en mode-ontwerper Marlou Breuls. Tien dansers van Linnings eigen Dance Company en tien solo-zangers vormen de groep op het toneel. Het barokensemble La Sfera Armoniosa staat onder leiding van Hernán Schvartzman. Zo krijgt de ruim vierhonderd jaar oude opera van Monteverdi de allure van een modern Gesamtkunstwerk.

Gezamenlijk concept

“Petje af voor de durf van de Reisopera”, zegt Monique Wagemakers aan het eind van een lange middag. “Dat ze deze bijzondere samenwerking zagen zitten. Ik vond het een grote uitdaging. Samenwerken met Studio Drift, met mensen die geen ervaring hebben met theater, hoe zou dat uitpakken?

Orpheus kijkt om en verliest Euridice opnieuw in Monteverdi’s ‘L’Orfeo’ bij de Nederlandse Reisopera. Boven de scène hangt ‘Ego’, de beweegbare installatie die Studio Drift voor deze enscenering ontwierp.Beeld Marco Borggreve

“Ik wilde vanaf het begin ruimte geven aan alle kunstenaars om me heen, met hun eigen inbreng, dus ben ik niet met ‘het concept van de regisseur’ aan komen zetten. We zijn samen begonnen en hebben een gezamenlijk concept neergezet.

“Waar de regie ophoudt en de choreografie begint? Geen idee. Alles is regie, en alles is choreografie in deze enscenering. Nanine kwam met haar eigen dansers, en die wisten de zangers vanaf het begin mee te nemen. We hebben bij de audities van de zangers natuurlijk wel gekeken naar hun beweeglijkheid en danservaring. Want dat is een voorwaarde hier.

“De groep van zangers en dansers vormen één organisme. Ze zijn allemaal hetzelfde gekleed in de huidkleurige kostuums van Marlou, met ieder een uniek patroon. De kleur is aangepast aan de huidskleur van de danser of de zanger; iedereen viert hier zijn eigen huidskleur. Zangers en dansers vertegenwoordigen allemaal een deel van Orfeo’s wezen. Zo bestaat Euridice pas als personage als Orfeo haar uit die eenvormige massa haalt. Het proces was niet altijd gemakkelijk, maar het werkte uiteindelijk geweldig door elkaar de ruimte te geven. We maken elkaars werk beter. De enscenering is een cumulatie van al onze ideeën.

“Ik ben erg enthousiast over waar Lonneke en Studio Drift mee kwamen. Drie jaar geleden zag ik in Eindhoven al werk van hen, ik kende de installatie in het Rijksmuseum en de expo in het Stedelijk was spectaculair. Ze werken met de natuur, zoeken op de grens tussen dood en leven, tussen licht en donker. Die visie van Lonneke past zo goed bij een werk als Orfeo. Met deze van nylondraad geweven installatie heeft Lonneke eigenlijk een extra personage ontworpen, een levenloos ding met een hartenklop.

“We hebben in Carré verschillende soorten proefmateriaal opgehangen om te kijken wat het best zou werken. Ego is een technisch hoogstandje, heeft een eigen wil en is heel kwetsbaar. In een ijskoude loods heeft Studio Drift eindeloos veel tests gedaan. Het is fantastisch doordacht allemaal, en straks met de juiste belichting en een gaasdoek in de toneelopening ziet het eruit alsof Ego een magisch eigen leven leidt.”

De grote vraag bij de mythe van Orpheus, en dus bij alle daarop gebaseerde opera’s is: waarom negeert Orpheus het gebod van Pluto en kijkt hij op de weg naar boven toch om? Daarmee zijn geliefde opnieuw de dood insturend.

“Orpheus is iemand die altijd terugkijkt. Het zit in zijn natuur. Hij is alleen maar bezig met zijn verleden, zelfs op zijn trouwdag. Daar is hij té gelukkig en creëert hij zijn woorden met Euridice als inspiratiebron. In het moment gelukkig zijn, dat lukt hem niet. Hij bloeit als dichter en zanger op bij pijn en verdriet, heeft zijn verleden en herinneringen ­nodig om de kunstenaar te zijn die hij is.

“Dus als hij op de weg vanuit de onderwereld naar boven tegen het gebod in toch omkijkt, dan kijkt hij eigenlijk naar zijn bagage, naar zijn rugzak. Hij gaat met zijn geliefde de toekomst in, en realiseert zich tot zijn schrik dat hij zijn verleden moet achterlaten als hij met haar een gelukkige toekomst ingaat.

Een zacht wuivend koraal zonder eigen wil

“Orpheus kan eigenlijk alleen maar iets bereiken via zijn kunstenaarschap. Met zijn geliefde als zijn muze. Hij was het gelukkigst toen hij nog naar haar verlangde. In de opera verliest hij zich in zijn kunstenaarschap en de emoties die hij daarvoor nodig heeft: melancholie vooral. Het is opvallend dat Orpheus in de opera eigenlijk nooit met iemand spreekt. De groep dansers en zangers op het toneel is als een organisme, een zacht wuivend koraal zonder eigen wil. Er komt pas iemand uit tevoorschijn als Orpheus dat bedenkt. Zij vertegenwoordigen zijn gevoelswereld. 

“Ik zie Orpheus als een megalomane magiër. De uitgebreide versieringen die hij in zijn aria ‘Possente spirto’ zingt, klinken als de schalmei van een slangenbezweerder. Ik hoor Arabische invloeden. Door die virtuoze versieringen in zijn zang voelt Orpheus zich ook als God, iemand die bomen en stenen kan laten bewegen.

“Als zijn vader Apollo hem aan het eind komt halen krijg ik sterke associaties met Jezus Christus. Hij staat daar bijna als aan het kruis genageld en vraagt: ‘Hemelse vader, leg mij uw wil op’. De herders rondom hem zouden apostelen kunnen zijn. En dan is er natuurlijk nog de hele thematiek van het opstaan uit de dood.

“Niet eerder regisseerde ik een Monteverdi-opera. In eerste instantie vond ik het erg fragmentarisch. Ik heb regelmatig gedacht: hoe krijg ik dit organisch aan elkaar? Nu weet ik beter. Het is ongelofelijk vloeiend en juist dat vloeiende hebben we in deze enscenering benadrukt. Met Ego is dat gelukt. Muziek, dans, zang, design en mode – kunstvormen die hier onmerkbaar in elkaar overvloeien. En dat in de allereerste grote opera uit de geschiedenis. Mooier kan het haast niet.”

‘L’Orfeo’ van Monteverdi door de Nederlandse Reisopera gaat zaterdag 25 januari in Enschede in première. Daarna negen voorstellingen door het land. www.reisopera.nl

Lees ook: 

‘Il matrimonio segreto’ is een vlotte en aanstekelijke springplank voor jong talent

Gelukkig is de productie, vlot en aanstekelijk geregisseerd door Monique Wagemakers, weer even uit de opslag gehaald. En opnieuw wordt die gebruikt als springplank voor jong talent. Een echte avondvullende voorstelling met alles erop en eraan, op het grote podium van Nationale Opera & Ballet. En dan ook nog met het onovertroffen ­Orkest van de 18de Eeuw in de bak. Er zijn mindere springplanken denkbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden