Review

Bij Balzac is hebzucht een bijna biologische kracht

Naast een goddelijke bestaat er ook een menselijke komedie en de schepper daarvan heet Balzac. In zijn korte leven, hij werd in 1799 geboren en stierf in 1850, heeft hij een kolossale waaier van meer dan negentig romans geschreven die hij als delen beschouwde van 'De menselijke komedie'. Die overkoepelende titel mag beslist ironisch worden opgevat, want hoewel Balzac grote humoristische kwaliteiten bezat, is zijn voorstelling van het menselijk bestaan ontluisterend en eerder tragisch of tragikomisch.

T. VAN DEEL

Niet alle delen van deze grootse onderneming hebben dezelfde reputatie, er zijn uitschieters en daartoe behoren zeker de twee laatste romans die Balzac schreef: 'Nicht Bette' en 'Neef Pons'. Ze vormen samen het tweeluik 'Arme familie', maar kunnen zonder enig probleem als geheel op zichzelf staande geschiedenissen gelezen worden. De eerste roman is vorig jaar in een mooie vertaling van Hans van Pinxteren uitgebracht, de tweede verscheen zojuist in een voortreffelijke vertaling van Theo Kars.

Balzac is een schrijver om verslaafd aan te raken. Hij was, zoals gebruikelijk in zijn tijd, een feuilletonnist en dat betekende dat hij voortdurend de aandacht van zijn lezers gespannen moest houden. Het betekent ook dat hij zich allerlei uitweidingen en zijsporen kan veroorloven, die niet in direct verband met de hoofdlijn van het verhaal staan, maar wel aantrekkelijk, boeiend en interessant zijn. Balzac roept echt een wereld op, zijn personages zijn psychologisch misschien wat zwart-wit getekend, maar in sociaal en maatschappelijk opzicht weet hij ze te plaatsen als geen ander. Ook het decor, het Parijs van de veertiger jaren, krijgt veel aandacht. Het verbaast me niet dat zijn boeken wel als 'studies' zijn beschouwd: ze analyseren het menselijk leven aan de hand van speciale gevallen, nicht Bette of neef Pons, en de uitkomst is weinig verheffend voor de menselijke soort.

In 'Neef Pons' draait alles om geld en eigenbelang. Huwelijken kunnen alleen maar gesloten worden, als daar een passende bruidsschat bij komt. De ene dienst roept de andere dienst op; voor wat, hoort wat. Iedereen is uit op fortuin, op een plaats hoger op de maatschappelijke ladder. Balzac is superieur in het scherp formuleren van de beweegredenen van mensen: ,,Dergelijke mensen zijn fatsoenlijk zolang zich geen situatie voordoet die hen in staat stelt zich te verrijken'. Ook de vergelijkingen die hij gebruikt komen vaak uit de financiële sfeer: ,,Men berustte overal in zijn aanwezigheid, op de manier waarop men zich neerlegt bij een accijns die wordt geheven'. Of: ,,Vaak levert een niet-gehonoreerde liefde rente op -als een niet-uitbetaalde wissel van een solvente debiteur'.

Pons is musicus, hij kleedt zich in een voorbije mode, besteedt weinig geld, is vrijgezel en gaat bij voorkeur dineren bij machtige families, niet vanwege hun aanzien, maar omdat daar lekker te eten valt. In de tijd waarin de roman speelt, halverwege de jaren veertig, leeft Pons samen met de Duitse pianist Schmucke en worden beide heren verzorgd door de vrouw van de conciërge van het huis. Pons is gebrouilleerd geraakt met zijn familie. De opmaat van de roman bestrijkt tweehonderd bladzijden, waarin de slangenkuil van Pons omgeving uitputtend beschreven wordt. Hebzucht, eigenbelang, roddel, intriges, machtsmisbruik -alles is al vele malen gepasseerd, de schaamteloze zelfverrijking van de Parijse maffia, de hooggeplaatste burgerij, is met veel gevoel voor humor en satire aan de kaak gesteld, zonder gemoraliseer overigens.

Halverwege neemt de schrijver het woord: ,,Nu begint het drama, of zo u wilt: de gruwelijke komedie van de dood van een vrijgezel die door de onafwendbare loop der omstandigheden was overgeleverd aan de hebzucht van de op gewin beluste personen die zich om zijn bed schaarden. In dit geval ging het om mensen die gesteund werden door de nietsontziende hartstocht van een maniakale schilderijenverzamelaar, door de baatzuchtigheid van de weledelgestrenge Fraisier, die u rillingen zal bezorgen als u hem in zijn rol bezig ziet, en door de goudkoorts van een Auvergnaat, die tot alles in staat was, zelfs een misdaad, om aan een werkkapitaal te komen. Het eerste deel van onze geschiedenis kan men zien als een soort voorspel bij deze operette, waarin overigens alle personages zullen opkomen die wij tot nu toe op de planken hebben gezien'.

Als Pons dreigt te overlijden, heeft de mare dat hij schatrijk is zich al ruim verspreid. De schilderijenverzameling, die hij altijd voor iedereen verborgen heeft gehouden en die door zijn vriend Schmucke onbelangrijk wordt gevonden, blijkt misschien wel een miljoen francs waard te zijn. Als een troep hyena's lopen verschillende personen om deze mogelijke buit heen. Het is soms nauwelijks te verdragen welke middelen men te baat neemt om zich op voorhand van de erfenis te verzekeren. De vrouw van de conciërge is de kwade genius, maar talloze anderen doen in dat opzicht niet voor haar onder. Iedereen wil munt slaan uit deze toekomstige dode.

Misschien de allerergste is de jurist Fraisier, hij 'deed door zijn kille kalmte denken aan een slang die zich heeft opgericht. Hij had zijn smalle hoofd vooruitgestoken en stond in de houding waarin schilders Mefistofeles afbeelden'. Het is een van de vele beeldende beschrijvingen, die Balzac geeft in zijn 'Menselijke komedie', 'deze omvangrijke, met vele bijzonderheden doorregen geschiedenis, die een volledig beeld wil geven van de Franse samenleving in de negentiende eeuw', zoals hij zelf schrijft in 'Neef Pons'.

Verschillende beroepen komen aan de orde, zoals die van dokter, jurist, schouwburgdirecteur, kunstverzamelaar, waarzegster, conciërge. Ze spelen natuurlijk hun rol in het drama van Pons, maar wat deze beroepen voorstellen komt tegelijkertijd heel goed uit de verf. Balzac is een realist, met een enorme psychologische en sociologische intuïtie. De hebzucht, die in 'Neef Pons' overheerst, is een bijna biologische kracht, die het wint van de goedheid zelve, de 'rechtschapen man' Pons.

Balzac had een scherp oog voor de overwinning van het kwaad, voor het egoïstische geïntrigeer en de brute, maar geslepen uitgeoefende macht. Zijn dialogen liegen er niet om, ze tonen de mensen in bikkelharde onderhandelingssituaties. Het is dikwijls totale oorlog in deze gesprekken, hoewel ze ogenschijnlijk heel beleefd gevoerd worden. Huiveringwekkend, dat is misschien wel het beste woord voor deze magistrale roman.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden