Bij Balkenhol staat de blik op oneindig

KLEEF - De houten beelden van Stephan Balkenhol ogen op het eerste gezicht nogal simpel, maar roepen in al hun onaandoenlijkheid veel vragen op. Die lijken voort te komen uit een dualistische houding, die de beeldhouwer nodig heeft om zijn werk de vereiste spanning mee te geven. De mannelijke figuur die Balkenhol voortdurend laat opdraven, is uniform en dus anoniem gekleed, maar wekt ook de indruk als zeer persoonlijk zelfportret te fungeren. En de concrete taal waarin zijn beelden worden uitgevoerd, contrasteert met de conceptuele opvattingen die een subtiele maar niet mis te verstane rol spelen.

CEES STRAUS

Balkenhols beelden zijn te zien op een overzicht van zijn werk uit de jaren negentig in het onlangs fraai gerenoveerde Museum Kurhaus in Kleef, net even buiten de bebouwde kom van deze zo dichtbij gelegen Duitse stad. Het werk bevindt zich op beide verdiepingen van het historische gebouw. Dat betekent dat bij de inrichting rekening kon worden gehouden met een interactie van de beelden met de omliggende natuur. In het gebouw is namelijk sprake van een daglichtvoorziening. Balkenhol stelde zijn realistische mensfiguren'zodanig op dat ze soms de blik naar buiten wenden om de herfstpracht in het kuurpark in ogenschouw te nemen.

Uitzicht

Andermaal blijkt de architectonische ingreep van ontwerper Walter Nikkels prachtig te werken: het panoramische uitzicht op de heuvel die zich direct in de tuin van het museum verheft, blijkt in elk seizoen kijkgenot te verschaffen. Werd aanvankelijk gevreesd dat het uitzicht zou concurreren met de kunst die binnen wordt getoond, tot nu toe is dat niet bewaarheid geworden. Balkenhol maakte er bij de inrichting van zijn expositie goed gebruik van; het uitzicht vormt een fysiek onderdeel van zijn installaties.

De beelden van Stephan Balkenhol (hij werd in 1957 in het Hessische Fritzlar geboren, woont tegenwoordig in het Franse Lotharingen) weten al een poos te intrigeren. Zo'n tien jaar geleden kwam hij plotseling volop in de (internationale) belangstelling. Het was waarschijnlijk het gevolg van het feit dat hij binnen de regels van een beperkte taal een eigen geluid liet horen. Balkenhol - in Nederland signaleerde de Amsterdamse galerie Akinci hem als eerste, waarna Witte de With in Rotterdam volgde - maakt deel uit van de Duitse avant-garde van de jaren tachtig. Nadrukkelijk wil hij niet behoren tot Die Neue Wilden, al heeft hij met Baselitz en Immendorff gemeen dat het gebruik van hout centraal in hun driedimensionale werk staat. De Duitse Wilden vinden net als Balkenhol hun inspiratie in de kunstgeschiedenis, maar baseren zich daarbij vooral op de vooroorlogse expressionisten als Kirchner (die in hout werkte) en Barlach.

Balkenhol heeft niet zo veel op met de vroege Duitse beeldhouwers. Zijn standing figures verwijzen veel meer naar de beeldhouwkunst van de Antieken, zonder dat hij ze met naam en toenaam citeert. Balkenhol heeft de behoefte om zijn figuren te idealiseren, maar streeft daarbij vreemd genoeg geen schoonheidsideaal na. Terugkerend thema is de mannelijke figuur, naakt of gekleed in wit overhemd en zwarte pantalon, die met de blik op oneindig de wereld in kijkt. Hoezeer de kijker ook moeite doet, een mogelijkheid tot contact met deze man is er niet.

Daar streven Balkenhols figuren onderling trouwens ook niet naar. In een serie dicht op elkaar gezette beelden laat Balkenhol de man met een al even onaandoenlijke vrouw dansen. En hoewel ze zich heel dichtbij elkaar bevinden, is er onderling geen sprake van een goed gesprek, noch van uitwisseling van enigerlei gevoelens.

Klassiek is ook zijn omgang met de techniek, de formaten en het materiaal. Balkenhol is letterlijk een beeld-houwer. In hout wel te verstaan, want dat is het enige materiaal wat hij onder handen neemt. Hij hakt, zaagt en kerft zijn vormen uit waarbij altijd een sokkel behouden blijft. Alleen bij de reliëfs, die zich als platte schilderijen gedragen, blijft een basis uiteraard achterwege.

Grof gereedschap

Het hakken gebeurt met grof gereedschap, de handeling blijft zichtbaar, wordt niet weggepolijst. Zelfs onder een dekkend laagje verf blijft het hout nog de sporen van de bewerking dragen. Als noodzaak om niet al te perfect over te komen of om het realiteitsgehalte niet onbeperkt hoog op te voeren?

Hoewel Balkenhol de neiging vertoont om groot en monumentaal te werken, is het grootste deel van zijn oeuvre klein en overzichtelijk gehouden. In de 'architectuurschetsen' bijvoorbeeld gaat het om tafelmodellen van een mansfiguur die uitgroeit tot een bouwkunstig plan. Hij neemt plaats in iets dat aan een huis doet denken, omringt zich met zuilen of een portaal, transformeert zich tot een woning die als de eigenlijke tors fungeert. Zelden wordt het werk anekdotisch. Balkenhol is geen verteller, al schuwt hij het oproepen van associaties en suggesties zeker niet. Het ontbreken van anekdotische elementen is toe te schrijven aan zijn streven naar idealisering zonder daarbij esthetiek op de eerste rang te zetten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden