recensie

Biesheuvel schetst een ongehoord universum, duister en duivels maar ook fantastisch en kleurig

Oude en nieuwe verhalen uit het gekkenhuis van Maarten Biesheuvel, ingeleid door echtgenote Eva.

Dat literatuur en waanzin voortreffelijk samengaan weten we sinds de romantiek maar al te goed. De schrijver/dichter als profeet, als waanzinnige, de furor poeticus; de ontregelde, uit de bocht vliegende visonair, we zijn er allang aan gewend geraakt. 

In 2015 was ‘Waanzin’ het thema van de Boekenweek, zoals het komend jaar ‘De moeder de vrouw’ dat is en het vorig jaar de ‘Natuur’ dat was. Waanzin, het hoort er gewoon bij. Er zijn ook heel wat schrijvers in de Nederlandse literatuur (en in alle andere literaturen) die je waanzinnig zou kunnen noemen, die in inrichtingen hebben gezeten, wier werk getuigt van een bepaalde gekte. 

Jan Arends was er een uitgesproken voorbeeld van; zijn regel 
Misschien / kom ik morgen / bij u / met een bijl. // Maar / schrikt u niet / want ik / ben god is wat mij betreft een klassieker.

Ook Gerrit Achterberg, na de moord op zijn hospita opgezadeld met een levenslange tbs, had iets krankzinnigs, al lijken zijn gedichten soms de redelijkheid en ratio zelve. Niettemin beschouwde een psychiater van hem zijn werk ooit als Wortsalat, redeloos koeterwaals.

Vreemde creativiteit

In de jaren zestig en zeventig, toen de antipsychiatrie op het programma verscheen, en we leerden om de gekken van weleer eerder te beschouwen als slachtoffers van deze maatschappij, veranderde ook onze kijk op literatuur van psychiatrische patiënten. Nu kwam er meer aandacht voor de vreemde creativiteit van hun geest, hun excentrische wereldbeeld. 

Ik ben ervan overtuigd dat Maarten Biesheuvel, een van de bekendste en meestgelezen psychiatrische patiënten onder de Nederlandse schrijvers, van die ommekeer in ons denken heeft geprofiteerd. Zijn verhalen, zeker die in zijn eerste bundels (‘In de bovenkooi’, ‘Slechte mensen’ en ‘Het nut van de wereld’) gingen erin als koek, zozeer zelfs dat hij een soort circusnummer dreigde te worden. 

Lang niet al zijn verhalen hebben overigens die waanzinnige kant, hij schreef ook rustige, gewone vertellingen, al zit er altijd wel een vreemde twist in, zoals die over de mevrouw die over straat wandelt met haar hondje, dat door twee stratenmakers en passant onder het plaveisel wordt begraven. Bizarre fantasie maar niet per se krankzinnig.

In ‘Verhalen uit het gekkenhuis’ gaat het wel degelijk om verhalen van de waanzinnige Biesheuvel. Uitgeverij Brooklyn bundelde 24 oude en 10 nieuwe verhalen, ingeleid door Biesheuvels echtgenote Eva Biesheuvel en uitgeleid door zijn psychiater Andy Lameijn.

Hallucinaties

Lameijn, die hem lange jaren behandelde, ziet het werk overigens helemaal niet als Wortsalat maar beschrijft in zijn nawoord hoe creatief de geest van Biesheuvel werkt. Het zijn vaak kleine details die in zijn hoofd bijzondere betekenis krijgen waardoor zijn geest op hol slaat, een verschijnsel dat in de psychiatrie salience heet. Ook benoemt hij Biesheuvels horror vacui, zijn angst voor de betekenisloosheid van het heelal die inderdaad vaak in zijn verhalen terugkeert. 

De enorme stemmingswisselingen, typisch voor veel kunstenaars trouwens, brengt hij in verband met bipolariteit, iets wat vroeger manische depressiviteit heette, maar van dat woord wilde Biesheuvel zelf niks weten, hij noemt zichzelf bij voorkeur romantisch, ‘himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt’. Al met al schetst Lameijn zijn vriend en patiënt als iemand ‘die behoorlijk ontremde hypomane buien kan hebben. Redelijk goedaardig in zijn geval’.

Mij doen veel van Biesheuvels ‘waanzins’-verhalen denken aan hallucinaties, erge nachtmerries, tot in de meest krankzinnige details opgeschreven. Ze zijn bij alle gekte herkenbaar, maar dan als op de spits gedreven hyperfantasieën.

Neem het verhaal ‘De angstkunstenaar’ over, zoals Biesheuvel het zelf noemt, “de angst van het niet meer begrijpen, van het niets meer begrijpen, de angst de zwaartekracht haar geheim te ontfutselen, te snappen wat een bureaublad is, wat een speldeknop en wat wroeging, schuld en pijn. Is er wel iets, zijn wij niet allen gedroomd of misschien iemands herinnering?” 

Het is een besef dat iedereen wel kent maar niet zo consequent en manisch doorgedacht. De angstkunstenaar in kwestie vraagt zich af of zijn haren niet de uiteinden van griezelige gedachten zijn, of ze niet groeien uit korrels angst, en of die kale man daar misschien minder angsten kent. Ten slotte wordt hij onthoofd, dat wil zeggen bevrijd van zijn angsten.

Krankjorum associatief 

Zeker, het is waanzinnig maar tot op grote hoogte indenkbaar. Dat is het wonderlijke van Biesheuvels verhalen, ze zijn vreemd, krankjorum associatief, maar toch kun je ze volgen. Dat is ook een kwestie van structuur, meestal beginnen ze nog wel in een redelijke wereld, de hoofdpersoon zit ergens in gezelschap, met zijn vrouw Eva of bij vrienden of (on)bekenden of is onderweg ergens naartoe, maar na een tijdje ontspoort het in zijn hoofd.

En het is een kwestie van stijl, Biesheuvel beschrijft alles zo eenvoudig, vanzelfsprekend dat je zijn wonderlijke, angstaanjagende heelal voor lief neemt. Het is in zekere zin ook een voorbeeld van zijn eerlijkheid. 

Verder valt niet te ontkennen dat de angsten die hij beschrijft voor de lezer enorm humoristisch kunnen zijn. Zijn verhalen zijn vaak niet na te vertellen, ze springen van de hak op tak, ontsporen hevig, maar wie het leest, volgt ze desondanks.

Koeien

In ‘Angst’ fietst hij in de buurt van Zoeterwoude als hij zich opeens realiseert dat het hier vroeger zee was, dan ziet hij koeien die hem een schuldig gevoel geven dat hij vlees eet, hij begint bang te poepen en te denken: Besta ik wel? Als er twee pony’s komen kijken lispelt hij vadite retro ponii, dan wordt hij door vriendelijke mensen thuisgebracht. Bij Eva en zijn buurman, een arts die hij omhelst: “Joep... existentiële angst, het is weer zover.”

Arnon Grunberg heeft in een essay eens gewaarschuwd tegen een eendimensionale lezing van Biesheuvels verhalen. Ik denk dat hij gelijk heeft, ik denk dat je gewoon mee moet gaan in zijn veelvormige waanzin, die zowel tragisch als komisch is, zowel authentiek als literair gevormd. Dan zie je een ongehoord universum, duister en duivels maar ook fantastisch en kleurig. Eigenlijk net zoals in de gewone wereld maar dan vele malen avontuurlijker en in zekere zin ook rijker.

Oordeel

Een ongehoord universum: duister en duivels, fantasierijk, kleurig.

J.M.A. Biesheuvel
Verhalen uit het gekkenhuis
Brooklyn; 310 blz. € 19,95

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden