Review

Bezeten van geld, wilskracht, macht en liefde

Honore de Balzac, 'Vader Goriot', uitg. Veen, vert. en nawoord Hans van Pinxteren, f 39,90. De getekende karakters zoals die van Madame Vauquer en Vautrin verschenen in een van de eerste uitgaven van 'Pere Goriot'. 'De' biografie over Balzac, 'Promethee ou la vie de Balzac' van de hand van Andre Maurois, verscheen in 1965 bij Hachette.

LIESBETH KORTHALS ALTES

Gelukkig is nu een sprankelende vertaling verschenen van 'Pere Goriot' (1834), een van Balzacs meesterwerken, mooi verzorgd uitgegeven bij Veen en voorzien van een uitstekend nawoord van de vertaler Hans van Pinxteren. Wat mij betreft mag hij doorgaan, liefst met 'Les Illusions Perdues' ('Verloren illusies') en laten de uitgevers 'Het meisje met de gouden ogen' en vooral 'Huid van chagrijn' maar gauw herdrukken.

'Vader Goriot' gaat over hartstocht, ambitie en geld. Een rijkgeworden vermicellifabrikant laat zich kaalplukken door zijn twee dochters die hij aanbidt. De ene dochter is getrouwd met een bankier, de andere met een graaf. Maar of het nu de wereld van de 'nouveau riche' is of die van de aristocratie die met alle macht probeert de vroegere stand op te houden, geld is de hoogste macht, waaraan beide dochters zonder scrupules hun vader op offeren. Wat moet er van de wereld worden, "alles stort ineen als kinderen niet meer van hun vader houden!" roept de oude Goriot, "martelaar van het vaderschap" , op zijn sterfbed.

De geleidelijke aftakeling van vader Goriot wordt meedogenloos gadegeslagen door zijn medebewoners in het kosthuis van Madame Vauquer. Verontwaardigd ontdekt de jonge en ambitieuze Rastignac, vers uit de provincie, de weg die het eerst zo ronde kapitaaltje van de oude opgaat. Maar deze tragedie van de vaderliefde is voor hem een duidelijke leerschool. Wie geen geld heeft kan het succes wel vergeten, in de Parijse jungle waar de wet van de rijkste geldt. Nauwelijks heeft Rastignac de oude begraven (uiteraard was geen van de dochters aanwezig), of hij roept Parijs, dit eer en waarden verslindende monster, vanaf de begraafplaats Pere Lachaise toe: "Kom maar op!" , en gaat vervolgens dineren bij Goriots mooie dochter, wier adelijke gunsten hij goed kan gebruiken.

'Vader Goriot' is een typische Balzacroman. Het is een meesterlijk portret van de hartstocht: die van Goriot voor zijn dochters, die zijn liefde niet waard zijn. Zoals alle passies bij Balzac, is zijn liefde extreem en gaat hij eraan ten gronde. In onze tijd zouden we hem een fetichist noemen, zo innig koestert hij het minste zakdoekje of kledingstuk van zijn aanbeden dochters. En lichtelijk incestueus: hij biedt Rastignac zijn ene dochter aan, want als minnaar zou hij haar vast veel gelukkiger maken dan haar wettige echtgenoot, en hij, Vader Goriot, zal wel een liefdesnestje voor hen inrichten als hij maar vlak bij hun geluk mag slapen. Daarnaast bevat deze roman scherpe analyses van de manier waarop de economische realiteit inwerkt op het meest intieme gedrag van mensen, en schetsen van allerlei sociale milieus, geobserveerd in hun publieke verschijnen zowel als in hun intimiteit, en tot in hun taalgebruik.

Geld, wilskracht en liefde beheersten ook het leven van Balzac. Zijn vader stamde uit een arme boerenfamilie in de Auvergne. Slim als zijn vader was, leerde deze lezen en schrijven, werkte bij een notaris en trok al gauw naar Parijs, met niets meer dan zijn knapzak en ambitie. Hij schopte het tot jurist in de Raad van de koning en leefde als gegoede burger in Tours. De sociale mobiliteit die Balzac in zijn romans beschrijft kenden zijn familie en hijzelf van zeer nabij.

In Tours, in 1799, werd Honore geboren. Na hem kwamen nog zijn lievelingszusje Laure en Laurence, en een broer die toegedicht wordt aan een buitenechtelijke affaire van Madame de Balzac. Een groot deel van zijn schooltijd bracht hij door in een kostschool die werd gerund door twee ex-priesters met aparte opvattingen over opvoeding: hun leerlingen mochten in de jaren dat zij daar intern waren hun familie niet of nauwelijks zien. Volstrekt vermagerd, doodongelukkig en ziek werd Honore na zes jaar weer in het ouderlijk huis opgenomen, vol wrok jegens zijn moeder die hem zo in de steek had gelaten. Desondanks was het in het levendige, vrij onconventionele huis goed toeven, als we Balzacs biograaf Andre Maurois geloven.

Al vroeg was de jongen overtuigd van zijn genialiteit, een overtuiging die niet bepaald werd gedeeld door zijn meesters. In de treurige jaren op kostschool las hij alles wat hem onder ogen kwam. Schrijven wilde hij. Op aandrang van zijn ouders studeerde hij rechten en liep zelfs stage bij een notaris en een advokaat. Maar Balzac gruwde van het idee zijn leven lang als klerk of notaris te moeten doorbrengen, al had hij veel geleerd omtrent de menselijke natuur en de groezelige macht van het geld. Na soebatten mocht hij van zijn ouders proberen een beroemd schrijver te worden.

Het liberale voorstel hield in: een kamertje onder de hanebalken in een van de kleurrijkste wijken van Parijs, de Marais, een schamel maandgeld, en het verbod om zich te laten zien. Want het was voor een goed-burgerlijke familie niet 'comme il faut' om een nietsnut in Parijs te hebben rondhangen. Het werd een jammerlijke mislukking. Balzac moest en zou voor het theater schrijven, maar zijn stukken waren onspeelbaar. Met gekromde tenen luisterden familie en vrienden naar het resultaat. Toen gooide hij het maar over een andere boeg. Hij had wat handige jongens ontmoet, en samen schreven zij de ene pulproman na de andere die door het publiek als warme broodjes werden verorberd. Veel geld bracht dat ook niet op. Geen nood, dan werd hij zelf wel uitgever - dat bespaarde immers weer kosten - en zijn eigen drukker, en aandeelhouder van het tijdschrift dat hij ging drukken.

Maar ook dit plan werd een grote flop, met per saldo nog meer schulden dan ooit tevoren. Het leven in de jungle van de hoofdstad was moeilijk, en net als zijn jonge held Rastignac uit 'Vader Goriot' droomde Balzac van aanzien en luxe. En vooral ook van een lieve, mooie, moederlijke vrouw uit adellijke of tenminste deftige kringen, die hem wegwijs zouden maken in de liefde en in de maatschappij. En zie, zij woont vlakbij zijn ouders, aan het eind van de straat, deze Muze. Ze is een jaar ouder dan zijn eigen moeder, knap, hartstochtelijk en wijs. Tot aan haar dood zal Madame de Berny voor Balzac de stimulans en steun zijn waar hij zo behoefte aan heeft. Zij zal zijn manuscripten lezen met een liefdevolle maar kritische blik, hem adviseren, en . . . geld lenen.

Rond zijn dertigste komt dan eindelijk de doorbraak. Balzac publiceert 'Les Chouans', een historische roman. Kort daarop volgt 'La physiologie du mariage', een essay over de verhouding tussen man en vrouw, en over de tegennatuurlijkheid van het huwelijk. Andre Maurois vat de essentie van Balzacs essay aardig samen: er is weinig verband tussen de hartstochtelijke liefde en het voortplantingsinstinct, de meeste mannen bespelen de gevoelens van hun vrouw zoals orangoetangs viool spelen; dus kunnen zij niets anders verwachten dan 'geminotauriseerd' te worden: bedrogen door een betere musicus. Veel vrouwen zijn enthousiast: eindelijk iemand die diep in hun hart kijkt. Balzac geniet van de vele brieven van aanbidsters.

Op een dag heeft hij het: het geniale plan om van al zijn korte zedenschetsen, al zijn romans, geschreven of nog ongeboren, een gigantisch fresco te maken van het Frankrijk van zijn tijd. Een drieluik, met als eerste deel de 'Zedenschetsen' waarin levenssituaties, karakters van mannen en vrouwen, beroepen, maatschappelijke lagen naar het leven getekend zijn (zoals in 'Vader Goriot').

In het tweede deel, de 'Filosofische Studies', moeten de oorzaken van alle hartstochten aan bod komen, en de zin van het leven. Het derde deel, de 'Analytische Studies', zal gewijd zijn aan de principes die de maatschappij beheersen (zoals in 'Physiologie van het huwelijk'). In 1841 wordt dan het contract getekend voor 'La Comedie Humaine', genoemd naar Dantes 'Divina Comedia'.

Zo'n 137 romans of verhalen moet het omvatten: 85 door Balzac geschreven, de rest bleef hij schetsen. Zoals Walter Scott met zijn romans over Engeland, zou Balzac de geschiedenis van zijn eigen tijd vastleggen, iedere roman als een hoofdstuk van het geheel. Het oorspronkelijke van zijn plan was dat al die romans een eigen wereld moesten vormen, met zo'n tweeduizend personages. Dat procede was voor Balzac nog niet gebruikt - maar zou na hem ruime navolging vinden. Zo zou de lezer hun lotgevallen volgen zoals dat van echte mensen.

Meer nog dan voorbeelden uit de literatuur, zijn het invloeden uit de wetenschap en de filosofie die Balzac bij zijn gigantenproject genspireerd hebben. Alle wetenschappelijke pogingen van zijn tijd om structuur in de werkelijkheid te brengen fascineerden Balzac. Hij zou de maatschappelijke soorten in kaart brengen, zoals Buffon dat voor dieren en planten had gedaan of de Zwitserse filosoof Lavater voor de psychologische typen. Vandaar die talloze "hij was een van die naturen die . . ." , "zij behoorde tot die wezens die . . ." , waar vooral hedendaagse critici zich aan gestoord hebben, omdat zij uitdrukking zouden zijn van een verstarde psychologie.

Dat neemt niet weg dat, net als Rembrandts portretten, Balzacs typen onvergetelijk zijn. Ieder karakter wordt bij hem sterk uitvergroot. "Zelfs de concierges hebben iets geniaals. Al die zielen zitten tot aan hun tanden vol wilskracht" , aldus het treffende commentaar van Baudelaire. Zijn kenmerkende figuren zijn bezeten door een hartstocht - het verlangen naar geld, ambitie of liefde - en door wilskracht. En zijn typen zijn zelden eenduidig: de schraperige pensionhoudster Madame Vauquer is ook een vrouw van vlees en bloed, bepaald niet ongevoelig voor de brutale charme van de schurk Vautrin. Vautrin zelf, een van Balzacs boeiendste karakters, lijkt zijn auteur te fascineren met zijn cynische kijk op een wereld die niet beter verdient en zijn tegelijk ruwe en tedere genegenheid voor de jonge Rastignac die hij in het leven inwijdt.

Balzac is een meester in het observeren. Het vettige dressoir van het Pension Vauquer zal menigeen in het geheugen blijven, evenals de uitpuilende boezem van de bazin. De lange beschrijvingen, die menigeen in onze snelle tijd helaas geneigd zal zijn over te slaan, vormden voor hun schrijver juist een uiterst belangrijk middel om het karakter van zijn personages bloot te leggen: de omgeving bepaalt het karakter, net als een karakter zijn stempel op de omgeving drukt.

Maar het realisme waarmee Balzac wordt vereenzelvigd gaat gepaard met een visionaire blik: van de krachten die de maatschappij beheersen maakt hij mythische monsters. Hij verstaat de kunst om beelden te vinden met evident symbolische kracht: zoals 'La Peau de Chagrin', dat stukje leer dat weliswaar als talisman aan zijn bezitter alles schenkt wat hij wenst, maar bij elke wens een beetje krimpt. Als het ten slotte helemaal ineengeschrompeld is, na alle vervulde wensen, sterft zijn eigenaar.

Als geen ander heeft Balzac inderdaad zijn tijd in kaart gebracht, een tijd van wilde speculaties en politieke roerigheid. Frankrijk aarzelt tussen koning, keizer en Republiek, en de opkomende bourgeoisie probeert tussen de politieke omwentelingen door haar vaak nieuwe kapitaal veilig te stellen. Balzac zelf verlangt naar een sterke regering en zet zich in voor de restauratie van de monarchie, al was Napoleon, symbool van de wilskracht, zijn grote held. Net als de katholieke traditie zijn politieke tradities nodig om de chaos die het land dreigt te verscheuren, te beheersen. Hij zou graag een rol op het politieke toneel hebben gespeeld, maar ook daar is geld voor nodig. En misschien maakte hij op velen een wat wonderlijke indruk, met zijn opgedirkte uiterlijk en buitensporige temperament en levenswandel.

Net als zijn personages is Balzac bezeten van het verlangen naar aanzien, macht en geld. Want Balzac zag groots en leefde groots. Weinig schrijvers in die tijd ontvingen trouwens zoveel geld van hun uitgevers, maar hij had het honorarium van een boek al uitgegeven voordat het gedrukt was. Zo scherpzinnig, cynisch en handig als zijn schepsels konden zijn, zo naiefen onzakelijk was hun auteur in de werkelijkheid. Hij heeft zijn familie, die hem tot aan zijn dood toe financieel moest bijstaan, zijn vrienden en uitgevers tot wanhoop gedreven.

Achtervolgd door schuldeisers verkocht hij met verlies het ene huis om een volgend aan te schaffen onder een andere naam. Hij bouwde het ene lucratieve luchtkasteel na het andere: trok naar Sardinie om zilvermijnen te exploiteren, investeerde al zijn leningen in aandelen, met minder gevoel voor de conjunctuur dan zijn zelfgeschapen bankier Nucingen. Ondertussen gaf hij grootse festijnen, gekleed in zijn beroemde witte pij. Maar hij werkte als een paard. Dag en nacht, zoals de vroegere echtgenoot van George Sand, die bij Balzac zijn toevlucht had gezocht, kon getuigen. Midden in de nacht werd deze steevast opgetrommeld om drukproeven door te lezen of te luisteren naar alweer een volgende roman. Niet zelden was Balzac met verschillende werken tegelijk bezig, 's nachts schrijvend aan een nieuw werk en overdag een vorig corrigerend, op de hielen gezeten door uitgevers. Als je zo het verhaal van zijn leven leest, krijg je hetzelfde gevoel van een wanhopige race tegen de tijd als in 'La Peau de Chagrin'. Het geld is de mythische talisman die de oosterse luxe mogelijk maakt waar Balzac zich graag mee omringt. Maar het is ook een volstrekt ongrijpbare macht, die zich niet laat bezitten: het geld ontglipt Balzac, hij kan niet vasthouden, alleen maar uitgeven, net als zijn eigen tomeloze energie.

Midden in die periode van intense produktie ontvangt Balzac een brief uit Odessa, van een mysterieuze vreemdelinge. Zij blijkt de vrouw van een Poolse graaf. Wanneer Balzac later zijn penvriendin ontmoet, is het de grote liefde. Ze beloven elkaar te trouwen wanneer de al enigszins bejaarde Poolse graaf sterft. Maar dat duurt wel dertien jaar, waarin verschillende reizen samen worden ondernomen onder het niet al te streng toeziende oog van de echtgenoot. Wanneer de graaf gestorven is, aarzelt Madame Hanska, tot wanhoop van Balzac, om zich aan hem te binden. Boeiend vindt zij hem zeker, en liefhebbend. Zij vreest echter niet ten onrechte dat haar leven onrustig zal worden, en haar familiekapitaal wel gauw in het gat van zijn hand zal verdwijnen.

Maar Balzac wil zekerheid. Hij is op van die jarenlange ononderbroken inspanning, vijf uur slaap per nacht, levend op sterke koffie en in voortdurende financiele onrust. Hij zoekt zijn gravin op in haar buitenverblijf in de Uraine en koestert zich in deze wereld van liefde, weelde en voornaamheid. Maar hij weet dat de tijd dringt, dat de peau de chagrin dagelijks krimpt.

Bij zijn tweede bezoek aan zijn geliefde in het buitenverblijf, is Balzac ernstig ziek. Maar dan, na zestien jaar wachten, trouwen ze. Maurois beschrijft hoe op de terugweg door de sneeuw de bruid strompelt vanwege de reumatiek in de voeten; Balzac is halfdood. Wanneer hij eindelijk 'beter' genoeg is om haar mee naar Parijs te voeren, komen ze midden in de nacht aan bij het huis dat hij met zoveel liefde voor haar heeft ingericht. Maar helaas, de waanzinnig geworden oude knecht heeft alles kort en klein geslagen.

Enkele maanden later, in 1850, sterft Balzac. Op zijn sterfbed, zo wil de mare, riep hij Bianchon, de dokter die in de 'Comedie humaine' zo'n grote rol speelt. Toevallig loopt Victor Hugo, die andere titaan van de literatuur van die tijd, binnen op die laatste dag. Met gepast gevoel voor pathos zegt hij daarna tegen zijn vrienden: "Europa staat op het punt een van haar grote geesten te verliezen." En, schrijft Hugo, hij leek op l'Empereur, op Napoleon. Jammer dat Balzac dat zelf niet meer kon horen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden