Interview Elizabeth Day

Bestsellerschrijver Elizabeth Day: Brexit heeft één lichtpuntje

Elizabeth Day

De Engelse Elizabeth Day, auteur van de bestseller ‘Het feest’, groeide op in Noord-Ierland. ‘Ik snapte niet dat ik er niet bij hoorde.’

De eerste keer dat ik Elizabeth Day ontmoet is in augustus 2018, ten huize van haar Londense uitgever. We krijgen een kamer met gemakkelijke leunstoelen en worden voorzien van liters thee. Day moet er nog een beetje aan wennen. Van gewoon journalist is ze met haar vierde roman ‘Het feest’ ineens succesauteur geworden.

In haar onlangs in het Nederlands verschenen, en ook hier in de bestsellerlijsten opklimmende roman fileert Day de Britse maatschappij, aldus de New York Times. De Irish Times noemde het boek een donkere satire die beschrijft hoe ‘Engelse bullebakken aan de macht komen’. In ‘Het feest’ raakt arbeiderszoon Martin Gilmour op de middelbare school bevriend met de aristocratische Ben Fitzmaurice. Hun band houdt 25 jaar stand – ondanks de almaar heviger wringende klassenverschillen. Op Bens uitbundig gevierde veertigste verjaardag barst de bom alsnog.

Day’s spannende roman maakt curieuze Britse afkomstkwesties pijnlijk voorstelbaar, ook voor Nederlandse lezers.

Als ik Elizabeth Day deze zomer een tweede keer spreek is haar land een regering en bijna een brexit verder. Het Verenigd Koninkrijk wordt nu geleid door Alexander Boris de Pfeffel Johnson en zijn van passende stambomen voorziene kompanen. ‘Het feest’ is behalve een pageturner zo ook steeds actueler geworden. “Hoe geprivilegieerd we ook zijn, we zijn er altijd mee bezig om in een nog betere categorie terecht te komen”, zegt Day. “Ook in de 21ste eeuw willen Britten altijd hogerop. Meer macht verwerven. Erbij horen. Koste wat kost.”

‘The Party’ heeft in het Engels allerlei betekenissen. In het Nederlands is dat met ‘Het feest’ niet zo. Duidt dat al op een andere samenleving?

“Ik denk het wel, ja. Groot-Brittannië is nog altijd een klassenmaatschappij. Natuurlijk is er meer sociale mobiliteit dan een halve of hele eeuw geleden, maar de Britten blijven altijd bezig met waar je vandaan komt, en met de tekens die daar mogelijk op wijzen.”

“Party staat niet alleen voor ‘feestje’, maar voor allerlei vormen van sociaal samenzijn, met gelijkgestemden of juist tegenstanders. Daarnaast is er die andere betekenis van politieke partij. Je positie in die verschillende soorten groepen wordt bepaald door je milieu, je stamboom.”

“Dat bizarre fenomeen wilde ik graag onderzoeken in een roman, in dit geval over twee mannen die ogenschijnlijk dezelfde kansen krijgen in hun leven. Een ervan komt uit de elite, de ander niet. Hun vriendschap zal dus nooit gelijkwaardig zijn.”

U gaat geregeld naar Los Angeles om te schrijven. Helpt die afstand tot uw eigen land?

“Het plaatst alles in een ander perspectief. In Amerika gaat het niet om afkomst maar om succes, vooral financieel. Dat maakt het land in mijn ogen platter, maar het heeft ook voordelen. Mensen zijn er veel toegankelijker. Als journalist kan ik in de Verenigde Staten heel eenvoudig iemand te spreken krijgen die ik nodig heb, terwijl ik in Engeland omstandig door allerlei lagen van senioriteit heen moet, voor ik die ene persoon bereik.”

Zelf bent u opgegroeid in Noord-Ierland. Maakt dat u ook nog ‘anders’?

“Het was wel interessant om daar op te groeien als Brit. Mijn schooltijd was niet zo leuk. Ik voelde me in Belfast nooit echt thuis, maar snapte niet helemaal waarom niet. Mijn kleren waren verkeerd, mijn accent was te Engels – en dat lijkt concreet, maar ondertussen gaat het over iets anders, iets onderhuids. Destijds dacht ik: wacht maar, er komt een dag dat ik jullie laat zien dat je het mis had. En inderdaad, mensen zijn inmiddels trots dat ik bij hen in de klas zat. Daar ben ik dan toch een beetje gniffelend over, stom hè? Maar toen we naar Worcestershire verhuisden werd ik tot mijn eigen verbazing wel onmiddellijk geaccepteerd door mijn leeftijdgenoten. Ik had de juiste stem, de juiste achtergrond. Ik had al die tijd geen idee gehad dat het zo werkte.”

Is die blindheid een vorm van zelfbescherming?

“Vermoedelijk wel. In ‘Het feest’ geef ik mijn hoofdpersoon Martin Gilmour ook oogkleppen. Ergens voelt hij wel dat hij er op school en in zijn loopbaan niet werkelijk bij hoort, en al helemaal niet past in de upper class waarmee Ben zich omringt. Hij koppelt dat los van hun persoonlijke band. Hij wil niet zien dat zijn liefde voor Ben niet wederzijds is, en nooit werkelijk is geweest.”

In het boek gaat hun relatie steeds meer wringen. Bijzonder is dat eigenlijk niemand van de personages een ondubbelzinnig prettig karakter heeft. Is dat een bewuste keus?

“Het is meer andersom: ik geloof niet in ondubbelzinnig ónaangename karakters. Ik heb mensen die ik liefheb vreemde, of ronduit verschrikkelijke dingen zien doen, als ze onder druk staan. En andersom gebeurt dat ook.”

“Wel valt het me op dat juist vrouwelijke auteurs worden gestimuleerd om personages te scheppen die, zoals het cliché wil, we all love and keep close to our hearts. Bij Martin Amis of Jonathan Frantzen doet niemand moeilijk over een naar personage, maar bij vrouwen is dat anders.”

In hoeverre zijn uw vertellers, zoals Martin zelf, maar ook zijn argwanende vrouw Lucy, betrouwbaar?

“Niet. Maar dat betekent niet dat ze onbetrouwbaar zijn. Ze vertellen over hun werkelijkheid – en die zien ze niet zo scherp. Ze draaien zichzelf allerlei raderen voor ogen. Ik las ergens dat het boek meer een whydonnit is dan een whodunnit. Mijn hoofdpersonen, vooral Martin, steken er veel energie in om zichzelf zo gunstig mogelijk aan de wereld te presenteren, en aan zichzelf. Daardoor doorzien ze de werkelijkheid pas echt als het te laat is. Als lezer ga je samen met de personages op zoek naar het waarom.”

‘Het feest’ gaat over privilege. Zit daar een grens aan?

“Ik denk van niet. Interessant aan de Britse aristocratie is dat die in de 21ste eeuw geen echte macht meer heeft. Beslissingen worden niet meer genomen alleen op basis van je titel, maar op basis van geld en politieke macht. Ben heeft de stamboom, het geld, het beroepsmatige succes, en nog altijd wil hij hogerop: de politiek in. Zijn voorrechten maken hem arrogant, ze geven hem het idee dat er nog meer gunsten te verwerven zijn. Dat hij daar aanspraak op kan maken. Ik denk niet dat dat ergens stopt.

“Ik zie dat ook bij veel Engelse machthebbers. Zeker als ze nooit ergens voor hebben hoeven strijden. Onder Cameron, de tijd waarin ‘Het feest’ speelt, hadden we een kabinet van voornamelijk witte, in Oxford en Cambridge opgeleide mannen, die hun hele leven in die bubbel hebben gezeten – en zich dat niet realiseren.’

“Met de nieuwe leider Boris Johnson, die naar Eton en Oxford ging, en met de dreigende no deal-brexit denk ik dat ‘Het feest’ alleen maar actueler is geworden. Overigens geloof ik ook dat er een goede kant is aan die rampzalige uitkomst van het brexit-referendum. Eindelijk wordt er gepraat over sociale ongelijkheid. Politici worden gedwongen in te zien hoe het leven is voor gewone mensen, in de rest van het land. Dat levert vaak ongemakkelijke, agressieve debatten op, maar er wordt tenminste gepraat – de enige manier om vooruitgang te boeken.”

Martin wordt gedreven door zijn verlangen om erbij te horen. Is de brexit iets vergelijkbaars: een streven naar eenheid, juist door ergens anders radicaal níet bij te willen horen?

“Ik zou de vergelijking graag doortrekken. Ik zie in de hele wereld een groeiend gevoel van ongeluk, wanhoop en vervreemding. Bij ons leek de brexit voor veel mensen een antwoord. Hun woede had zich beter op de door henzelf gekozen politici kunnen richten, op sociale ongelijkheid, maar toen was er dat referendum, waar je iets in mocht uitdrukken, en dat is gebeurd. Het verlaten van de EU is de kapstok voor een heel divers onbehagen.”

Een ander thema is de idealisering van de ander. Martin doet het bij zijn vriend Ben. Lucy doet het bij Martin.

“Toen ik ‘Het feest’ schreef was ik net gescheiden, en dat had ik totaal niet zien aankomen. Ik was altijd bezig iedereen tevreden te stellen. Toen mijn huwelijk strandde, moest ik in mijn eentje verder in het besef dat ik niet door iedereen leuk gevonden word. Dat dat niet kan. Dat is heel bevrijdend. Maar mijn hoofdpersonen zijn nog niet zover. Ze willen niet, en dat is menselijk, dat hun liefde ‘gewoon maar iets’ was.

“Momenteel vind ik vriendschap het belangrijkst. In mijn boeken heb ik nog nooit geschreven over een vriendschap zonder dubbele agenda. Ik ben geïnteresseerd in de spanning tussen wat gezegd en wat verzwegen wordt. Dat kun je het best onderzoeken door een relatie op papier te zetten die een beetje in het slop zit.”

U maakt nu een podcast ‘How to fail’, waarin u mensen interviewt over de dingen die mis zijn gegaan in hun leven. Zou u liever Martin als gast hebben of Ben?

“Haha. Als maker zou ik liever Ben als gast hebben, die is een betere gesprekspartner. Martin zou erg ongemakkelijk zijn: korte, afgemeten antwoorden geven, mij de hele tijd proberen te kleineren, om zijn eigen onzekerheden te maskeren. Ik wil weten wat we van onze zogenaamde mislukkingen ­leren. Hoe ze misschien zelfs leiden tot succes. Maar daar moet je maar net voor open staan.” 

Lees ook:

Ze is weduwe en woedend: Lisa Appignanesi schrijft over de rauwste rouw

De Britse auteur Lisa Appignanesi verloor haar man, en schreef een boek over rouw, vooral over een onderbelicht aspect daarvan: woede. Die emotie ziet zij ook terug in de brexit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden