Review

Bestrijder van bijgeloof en heksenwaan

De zeventiende-eeuwse Friese dominee Balthasar Bekker hielp Nederland en Duitsland af van het geloof in duivel, demonen en heksen. Bovendien was hij een wegbereider van de theologische Verlichting in Duitsland. Annemarie Hinten-Nooijen promoveerde op zijn werk ’De Betoverde Weereld’.

Cokky van Limpt

In zijn geboorteplaats, het Noord-Friese Metslawier, wordt Balthasar Bekker (1634-1698) nog altijd gekend en geëerd als bestrijder van bijgeloof en heksenwaan. Dat verraste Annemarie Hinten-Nooijen, toen zij, in het kader van haar promotieonderzoek naar de invloed van deze verlichte dominee, een bezoek bracht aan het dorp.

Een facelift van Metslawier in 2002 bleek bekroond met de onthulling van een metalen borstbeeld van Bekker. Ook de aanvoerroute naar het pleintje met het beeld is naar de zeventiende-eeuwse predikant vernoemd: Balthasar Bekkerstrjitte. Van haar zus en twee vriendinnen krijgt Hinten-Nooijen voor haar promotie een replica van het borstbeeld van Bekker cadeau; kunstenaar Hans Jouta had de mal nog liggen.

Een andere tastbare herinnering aan het werk van Bekker zijn de twee munten, een bronzen en een zilveren, die geslagen zijn in 1698, vlak na Bekkers dood. Een portret van Bekker – markante kop met uitzonderlijk lange neus – siert de ene kant van de bronzen munt, op de andere kant staat een afbeelding van ’de waarheid’ en ’de duivel’, met daaromheen de tekst: ’Qui facile credit, facile decipitur’ (’Wie gemakkelijk gelooft, wordt gemakkelijk bedrogen’).

Hinten-Nooijen wist dat een van de twee munten in het bezit is van een muntenhandel in Bussum. „Ze hebben daar een ruimte onder de grond, vol met antieke bronzen, gouden en zilveren penningen. Ik heb ze gevraagd of ze een foto wilden maken van de munt van Bekker. Ze reageerden heel enthousiast, want ze wisten niets van deze munt af, hadden geen idee welke geschiedenis erachter zat. Ik heb ze nu een exemplaar van mijn proefschrift gestuurd.”

Het leuke van onderzoek, vindt Hinten-Nooijen, is dat je onderwerp tot leven komt. „Wanneer ik zo’n munt in mijn hand heb, gaat het verhaal erachter spreken. Je kruipt helemaal in een tijd, waarin bepaalde vragen leefden. In Bekkers geval waren dat vragen over het kwaad, de duivel, over geloof en wetenschap en geloof en bijgeloof. Deze vragen zijn nog steeds actueel, maar wil je daar verstandig over kunnen nadenken, dan moet je terug in de tijd, achterhalen hoe daarmee in het verleden is omgegaan.”

Onderwerp van haar dissertatie, waarop ze vorige maand in Nijmegen promoveerde, is Balthasar Bekkers boek ’De Betoverde Weereld’ (1691-1693) en vooral de Duitse reacties daarop. Het ruim 800 pagina’s tellende boek is tweemaal vertaald in het Duits, in 1693 en 1781/82. Ook verscheen het in het Engels en Frans en gedeelten ervan in het Italiaans. Bekker had het bewust niet in het Latijn geschreven, de taal van zijn vakbroeders, maar in het Nederlands, zegt Hinten-Nooijen, om zijn ideeën onder een breder publiek kenbaar te maken. Met zijn boek heeft Bekker volgens de onderzoekster in Nederland nagenoeg een einde gemaakt aan het geloof in de macht van de duivel en demonen over de mens.

Maar vooral in Duitsland was zijn invloed uitzonderlijk groot. Dankzij zijn ’Betoverde Weereld’ kwam er in de achttiende eeuw ook in Duitsland een einde aan de heksenvervolgingen: de laatste aanklacht wegens hekserij vond daar plaats in 1775. In het veel progressiever intellectuele klimaat van de Nederlandse Republiek was het laatste proces al in 1608 geweest. Maar zonder Bekker had het in Duitsland waarschijnlijk nog langer geduurd, denkt Hinten-Nooijen.

Balthasar Bekker studeerde theologie en filosofie, in Franeker en Groningen, maar was in de eerste plaats predikant. „Als dominee werd hij vaak geconfronteerd met beschuldigingen van hekserij en met gevallen van vermeende bezetenheid. Hij zag hoe diep geworteld het geloof in de duivel nog was, hoe zijn collega’s voortdurend de duivel erbij haalden en hoe angstig de mensen waren, met hun gebrekkige kennis van wetenschap en natuurverschijnselen.”

Zijn motieven om in ’De Betoverde Weereld’ een einde te willen maken aan geloof in duivel en demonen, waren daarom vooral pastoraal van aard, zegt Hinten Nooijen. Zijn filosofische benadering kwam op de tweede plaats, maar hij had de filosofie wel nodig om de duivel ’uit te drijven’.

In Bekkers tijd kwam Descartes op – een ’gevaar’ voor de theologie, gebonden als die was aan het kerkelijk leergezag. „Bekker was gefascineerd door Descartes”, vertelt Hinten-Nooijen. „Hij schreef een werkje over hem, om aan te tonen dat diens filosofie niet zo gevaarlijk was als de theologen vreesden. Hij keek kritisch welke elementen hij kon gebruiken, en die haalde hij eruit.”

Belangrijk in verband met het ontzenuwen van het bijgeloof was de vraag of de duivel überhaupt in staat is op een mens in te werken. Descartes zei: in de wereld bestaan twee substanties, het denken (de ziel) en de uitgebreidheid (de materie). Beide zijn strikt van elkaar gescheiden. Geest is geen materie en lichaam is totaal onderscheiden van geest. Hinten-Nooijen: „In de mens komen het denken (res cogitans) en de uitgebreidheid (res extensa) bijeen, als ziel en lichaam. Wij ervaren onszelf als mensen met een geest én een lichaam, die op elkaar inwerken: als ik iets wil oppakken, gaat mijn arm al automatisch naar beneden. Dat probleem probeerde Descartes op te lossen door de pijnappelklier in de mens aan te wijzen als een mogelijke plek van de verbinding tussen geest en lichaam. Bekker bouwde op Descartes’ ideeën verder. Ook al ervaren wij in onszelf inwerking van de geest op het lichaam, de duivel, zei Bekker, is een geest zónder lichaam en daarom mogen we er absoluut niet zomaar van uit gaan dat de duivel op het lichaam van de mens kan inwerken. Bekker sloot die mogelijkheid volledig uit.”

Bekker gebruikte deze cartesiaanse opvatting in zijn theologie. Hij ging ervan uit dat de duivel, een gevallen engel, wél invloed heeft gehad op de zondeval maar daarna naar de hel is verdoemd en sindsdien niet meer werkt op de aarde. Er waren in zijn tijd ook theologen die geloofden dat de duivel weliswaar in de hel zit, maar nog wél kan werken op aarde. Jezus dreef immers demonen uit en werd verleid door de duivel, dus de duivel was er toen nog. ün er waren theologen, artsen en filosofen die ervan uitgingen dat de duivel via de fantasie, die als onderdeel van de menselijke geest gekoppeld was aan het lichaam, het lichaam van de mens zou kunnen beïnvloeden. De theologie heeft zich volgens Hinten-Nooijen nooit zo duidelijk uitgesproken over de precieze inwerking van de duivel, maar er was in Bekkers tijd zoveel ophef over, dat hij in zijn boek een extra hoofdstuk wijdde aan de kwestie lichaam en geest in samenhang met de werking van boze geesten.

Het probleem van de aanwezigheid van de duivel en demonen in bijbelpassages ging Bekker behalve met filosofische inzichten ook te lijf met de nieuwe filologische opvattingen van zestiende-eeuwse humanisten als Hugo de Groot en Erasmus. Die keken onder meer kritisch naar wanneer een tekst geschreven was en door wie en voor wie. Bekker nam die aanpak over en gaf daarmee mede een aanzet tot de ontwikkeling van de historisch-kritische methode van bijbelexegese.

In het Nieuwe Testament staat een passage over Jezus die op een plaats komt waar iemand bezeten is van de duivel (Lucas 8:26-35). Hij zegt ’demon ga weg’ en beveelt de demonen bezit te nemen van de kudde zwijnen, die vervolgens de afgrond instorten en in een meer verdrinken. Welke betekenis gaf Bekker met zijn moderne filologische en filosofische inzichten nu aan zo’n passage? Hinten-Nooijen: „Hij vroeg zich af in welke tijd de tekst geschreven was, in welke tijd Jezus leefde en voor welk publiek hij stond. En concludeerde dat dit mensen waren, die nog bekeerd moesten worden. Jezus als moraalleraar was zich bewust van zijn publiek. Als men dacht dat iemand bezeten was, dan paste hij zich aan aan zijn publiek, terwijl hijzelf wel beter wist. En hij genas de mensen ook, geloofde Bekker. Ze waren dan wel niet bezeten van demonen of de duivel, geestelijk ziek waren ze wel degelijk. Anders dan Spinoza, die wonderen uitsloot, geloofde Balthasar Bekker wél in wonderbaarlijke genezingen.”

Bekker wilde volgens Hinten-Nooijen de Reformatie afmaken en zette met zijn ideeën een nieuwe hervorming in, om tot een zuivere vorm van christendom te komen. De Republiek der Verenigde Nederlanden beleefde zijn Gouden Eeuw, was open en tolerant en de Nederlandse protestanten stonden open voor nieuwe invloeden. In deze unieke sfeer kon Bekker met zijn Betoverde Weereld gemakkelijk furore maken, wat overigens niet wegneemt dat hij vanwege zijn opvattingen over bijgeloof in 1692 uit zijn ambt werd gezet.

Duitsland was toen nog stukken conservatiever. „Het Duitse taalgebied bestond in die tijd nog uit meer dan driehonderd staatjes, met elk een eigen religie, die werd bepaald door de vorst. Het zuiden van Duitsland was overwegend rooms-katholiek, andere gebieden waren overwegend evangelisch-luthers, en sommige zelfs gereformeerd. In Duisburg stond een gereformeerde universiteit. De geleerden uit Duisburg gingen studeren in Leiden en Utrecht en namen de nieuwe inzichten mee terug naar Duitsland. Aanvankelijk waren de Duitse reacties negatief. Vooral de lutherse orthodoxie, bang dat de nieuwe filosofie het gezag van de Bijbel zou ondermijnen, schold Bekker uit voor atheïst en spinozist.

„Pas in de tweede helft van de achttiende eeuw zetten de nieuwe ontwikkelingen ook in Duitsland door, en willen de theologen daar het verlichte christendom tot stand brengen dat Bekker voor ogen stond. In Duitsland is de Verlichting door en door religieus: vanuit het christendom wilden de Duitse protestanten recht doen aan moderne invloeden én vasthouden aan het geloof. Als ik de balans opmaakt, kom ik tot de conclusie”, zegt Hinten-Nooijen, „dat Bekkers invloed in het Duitse taalgebied uiteindelijk veel groter is geweest dan in zijn vaderland. De Aufklürung met Moses Mendelssohn en Immanuel Kant in de achttiende eeuw bouwt voort op Nederlanders zoals Bekker.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden