Review

'Bestaat de liefde in Parijs?'

Het zal in Frankrijk wel anders liggen, maar bij ons is Honoré de Balzac (1799 - 1850) hooguit een naam. We weten misschien dat hij in korte tijd een kolossaal oeuvre van honderd met elkaar samenhangende romans en novellen heeft geschreven: een ten slotte onvoltooid gebleven project waaraan hij de overkoepelende titel 'La comédie humaine' gaf. Het moet die overstelpende hoeveelheid zijn geweest, die hem, in tegenstelling tot zuiniger schrijvers als Stendhal en Flaubert, in de vergetelheid heeft doen geraken.

Het is altijd goed om zo'n reus, die zijn eigen cliché is geworden, onder het stof vandaan te halen en hem onbevooroordeeld te lezen. De kloeke roman 'Nicht Bette', die Balzac in 1846 als feuilleton in een Parijse krant publiceerde en die nu voor het eerst in het Nederlands is vertaald door Hans van Pinxteren, gaf me daartoe de gelegenheid. Vooral ook omdat de vertaler heeft gemeend de roman zoveel mogelijk in gangbaar Nederlands, dicht tegen de spreektaal aan, te moeten vertalen, aangezien Balzac op een breed lezerspubliek mikte. Pathetische passages, die bij een letterlijke vertaling gedateerd zouden aandoen, heeft hij daarom versoberd.

Een zin zou letterlijk vertaald als volgt luiden: ,,Ik kan wachten op de dood, gehuld in de onbezoedelde sluiers van mijn zuiverheid als echtgenote, in de rouwsluier van mijn verkwijnd geluk.' Van Pinxteren maakt er, zonder de betekenis van de zin op dat moment geweld aan te doen, dit van: ,,Ik kan de dood met een gerust hart tegemoet zien, als een echtgenote die haar trouw heeft bewaard en die treurt om haar verloren geluk.' Deze stilistische actualisering had Balzac blijkbaar nodig. Het nieuwe verfje doet zijn werk uitstekend, want 'Nicht Bette' is meeslepende, bijkans verslavende lectuur.

De roman speelt zich af tussen 1838 en 1846, een periode waarin in Frankrijk de adel het aflegt tegen de gegoede burgerij, die nu macht en rijkdom verwerft. Deze maatschappelijke omwenteling wordt gedemonstreerd aan het lot van baron Hulot, ooit onder Napoleon een gevierd man, maar nu door omstandigheden in fatale problemen geraakt. Nicht Bette, de ongetrouwde zus van zijn vrouw, fungeert als de spin in het web, waarin de baron reddeloos gevangen zit. Zij doet zich voor als de goedheid zelve, maar in werkelijkheid roddelt en liegt en intrigeert zij aan een stuk door. Zij is een heuse wraakgodin, jaloers op haar zuster die, van boerse afkomst, zich door haar huwelijk tot barones heeft opgewerkt.

Hoewel nicht Bette allerminst de hoofdfiguur van deze roman is, is zij wel de sturende factor. De scharnierpunten in het verhaal komen altijd voor haar rekening, zij regisseert het verloop van dit familiedrama. Haar mannelijke evenknie als het op wraak aankomt is de parvenu Crevel, die de baron en zijn familie op alle mogelijke manieren dwarszit, omdat de baron hem vroeger een maîtresse heeft afgepakt. De verwikkelingen met vrouwen vormen trouwens het hoofdbestanddeel van het verhaal. De baron gaat in feite te gronde aan mevrouw Marneffe, een jeugdige courtisane, ,,de burgerlijke uitgave van mevrouw de Merteuil' uit 'Les liaisons dangereuses', die hem inpalmt en zich aan hem verrijkt.

Vrijwel op elke bladzij van de roman is sprake van geld. De verhoudingen tussen de mensen staan in het teken van schuld, leningen, lijfrentes, afbetalingen, bruidsschatten, toelages. De maîtresse van de baron wil voor haar diensten het onderste uit de kan en ook haar man speelt het spelletje mee om er beter van te worden. Het schaakspel dat in de roman met mensen gespeeld wordt, is een financiële strijd op leven en dood. Het kwaad oftewel nicht Bette heeft de touwtjes in handen, de deugd oftewel haar zuster blijft op het goede vertrouwen, maar komt telkens tot de laatste, voor haar dodelijke, bladzij bedrogen uit.

,,Bestaat de liefde in Parijs?' vraagt iemand zich af. En een ander zegt dan ironisch: ,,Jullie praten over dingen waar je totaal geen verstand van hebt. Heeft ook maar iemand van jullie genoeg van een vrouw gehouden, en dan nog wel van een vrouw die hem onwaardig was, om voor haar zijn kapitaal en dat van zijn kinderen erdoor te jagen, zijn toekomst over de balk en zijn glorieuze verleden te grabbel te gooien, de gevangenis te riskeren door de Staat te bestelen, zijn oom en zijn broer de dood in te jagen, en zich zo door haar te laten verblinden dat hij niet de afgrond zag waar ze hem tenslotte voor de grap heeft ingeduwd?'

Hiermee wordt gedoeld op baron Hulot en mevrouw Marneffe. Deze laatste is een onvoorstelbaar sluwe manipulante, een verlengstuk van nicht Bette, die lange tijd onder haar woont. De courtisane heeft op het laatst zelfs vier minnaars tegelijkertijd, die zij allemaal aan het lijntje weet te houden en met beloftes voor de toekomst paait. Daarnaast heeft zij ook nog een man, met wie zij kan dreigen als de zaken niet naar haar zin verlopen. Met hem speelt zij onder één hoedje. Als zij op een zeker moment zwanger is geraakt weet ze de baron en Crevel (die uit wraak haar minnaar is geworden) beiden van hun vaderschap te overtuigen. Daar moet natuurlijk veel geld tegenover staan en Crevel kan dat opbrengen, de baron niet en hij wordt als oud vuil aan de straat gezet.

De wereld van deze roman is bevolkt met slechte karakters die elkaar poeslief en elegant ten val willen brengen. Hun gedragingen zijn bedriegelijk en leugenachtig, ze zijn altijd op eigen voordeel uit, alles wat ze zeggen maakt deel uit van hun machtsspel. De woorden van nicht Bette geven precies weer hoe de mensen met elkaar omgaan: ,,Je moet de mensen in de maatschappij zien als gereedschap dat je opneemt, gebruikt en weer weglegt al naar het je van dienst kan zijn.'

Balzac heeft niet alleen zijn personages breeduit getekend, ook in de talloze voortreffelijke dialogen, hij heeft daarnaast veel aandacht besteed aan de decors, waarin zij hun menselijke komedie opvoeren. Straten en wijken van Parijs beschrijft hij, interieurs van verschillende stand, veel couleur locale waar de feuilletonlezers van destijds al evenzeer van gesmuld zullen hebben als wij nu doen, die er de historische situatie beter door leren kennen.

Het verloop van de roman heeft iets onomkeerbaars: het gaat steeds een stukje verder in de richting van de afgrond. Die uitgesponnen neergang culmineert in een vlucht in de anonimiteit, de baron duikt onder voor zijn schuldeisers en voor het gerecht. In de laatste fase van het verhaal duikt hij, oud en vermagerd, weer op en lijkt alles goed te komen, een onverdraaglijk idee voor nicht Bette, die zich ,,eindelijk verslagen' voelt ,,na een langdurige strijd waarin zij zoveel overwinningen had behaald'. Ze sterft aan de longtering, deze inslechte intrigante. Haar handlangster, mevrouw Maneffe, was al eerder om het leven gebracht. Maar het kwaad blijkt niet bedwongen en zit in de natuur van de baron zelf, die eenmaal thuis, zijn overspelige aard niet kan bedwingen en het aanlegt met de nieuwe dienstbode.

In de hele 'Menselijke komedie' van Balzac lopen ruim tweeduizend karakters rond. De personele bezetting van 'Nicht Bette' vormt dus maar een klein groepje spelers op dit reusachtige schouwtoneel. Een onvergetelijk groepje, dat wel, in de fuik van een ontregelde maatschappij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden