Review

Berucht en beroemd in één klap

Terreur komt voort uit ideologisch danwel religieus fanatisme, dacht de Britse historicus Burleigh altijd. Tot hij ontdekte dat bommenleggers van toen en nu in de eerste plaats uit zijn op bloed, en op roem.

Rond 356 voor Chr. leefde er een jonge Griek, Herostratos genaamd, die zo graag beroemd wilde worden dat hij de tempel van Artemis in Efeze in brand stak. Dit wonder van de Oudheid brandde tot de grond toe af, en Herostratos werd ter dood veroordeeld. Maar die straf was nog niet genoeg: ook Herostratos’ naam moest voorgoed worden verdelgd. Niemand mocht hem meer vermelden. Juist daardoor verkreeg deze terrorist-avant-la-lettre de eeuwige roem waarnaar hij streefde: het Herostratos-syndroom werd naar hem vernoemd. Het houdt in dat iemand uit een hartstochtelijk verlangen om boven de massa’s uit te stijgen, om geschiedenis te schrijven, bereid is de meest gruwelijke daden te verrichten.

Beroemd worden met bloed en woede: blood and rage heet Michael Burleighs beschrijving van anderhalve eeuw terrorisme, en de titel vat het boek goed samen.

Burleighs boek is het derde deel van een reeks over de drieslag politiek-geweld-religie, waarvan ’Aardse machten’ en ’Heilige doelen’ de eerste twee waren. In die eerste twee boeken deed de Britse historicus meesterlijk uit de doeken wat de rol van religie en kerk in de geschiedenis was, en hoe doordrenkt ook de seculiere politieke regimes in het Europa van de twintigste eeuw van religieuze voorstellingen waren.

Aanvankelijk wilde Burleigh met dit laatste deel over terroristische bewegingen aantonen dat religie tegenwoordig weer helemaal terug is in de politiek. „De komst van de radicale islam is een rood stoplicht voor degenen die de loop van de geschiedenis beschouwen als een progressieve mars in de richting van een universeel aanvaard liberalisme. Dat heeft dus niet zo gewerkt, en nu zitten we met samenlevingen die zichzelf als seculier en liberaal zien, en ineens met mensen moeten omgaan die nog steeds hele sterke religieuze gevoelens hebben.”

Toch is Burleighs punt niet dat hij terrorisme als uitvloeisel van religie wil neerzetten. Integendeel, tijdens zijn onderzoek naar terrorisme kwam hij juist tot een radicaal tegengestelde conclusie. Hoezeer terroristen zichzelf ook als voorvechters voor een rechtvaardiger wereld, als ’verlossers’ van een volk of als avant-garde van onderdrukte massa’s presenteren, Burleigh legt ze langs de lat van de zinsnede uit het Evangelie van Matteüs: „Bij hun vruchten zult gij ze kennen”. Wat willen terroristen? Ideologie is niet onbelangrijk, maar het is volgens Burleigh slechts de ’detonator die een reeds bestaande chemische mix tot ontploffing brengt’.

Terroristen blazen gebouwen en auto’s op, en doden mensen vanwege hun zucht naar ’15 minutes of fame’. Dat is de rode draad die hij vanaf het midden van de negentiende eeuw dwars door alle terroristische campagnes heen ontwaart. Of het nu de Ierse Fenians, de Russische nihilisten, de Europese anarchisten, de gedekoloniseerde ’vrijheidsstrijders’ in de Palestijnse gebieden of Algerije, de links-revolutionaire ’schuldbewuste witte jongeren’ of de huidige islamistische terroristen zijn: het gaat ze erom zoveel mogelijk schade aan te richten. Die dorst naar bloed, wraak en roem is datgene wat hen bindt. „We kunnen eindeloos over de misdaden van het Westen, van de VS discussiëren, in Afghanistan en Irak, maar we moeten niet vergeten waar het om gaat. De terroristen zijn het probleem.”

Burleigh gaat zelfs nog een stap verder: terrorisme is een life style. Terroristen omarmen de cultus van de dood, van het vernietigen en opblazen, en komen daar nauwelijks meer van los. Met de ene groep kun je nog wat meer onderhandelen dan met de andere, maar de bottom line is dat terroristen uiteindelijk vooral op chaos en criminaliteit uit zijn. Mede-oprichter van de Rote Armee Fraktion Andreas Baader was een crimineel en een dandy, die het liefst in dure auto’s rondreed en met zijn revolver zwaaide. De Marokkaan Jamal Ahmidan, één van de jihadistische daders achter de aanslag van maart 2003 in Madrid, was een voortvluchtig moordenaar en hasjdealer met een sexy vriendinnetje. En zo volgen er nog honderden voorbeelden.

Volgens Burleigh zou de westerse wereld dan ook nog meer de nadruk moeten leggen op dit vertoon van nihilistisch en crimineel gedrag. In plaats van de ’grondoorzaken’ te achterhalen of serieus op de ideologische standpunten van terroristen in te gaan, zouden wetenschappers, politici en journalisten hun criminele gedrag vaker nauwkeurig aan de kaak moeten stellen. Dat zou een wezenlijk deel van de terroristische propaganda en verkapte sympathieën bij hun achterban ondermijnen.

Burleigh snijdt met dit nihilisme-als-life style programma een belangrijk punt aan. Inderdaad wordt in oppervlakkige media-analyses van het verschijnsel terrorisme te snel de sprong gemaakt van ideologie of religie naar geweld. Maar wie te lang stil staat bij de inhoudelijke argumenten die terroristen meestal pas achteraf ter rechtvaardiging van hun daden aanhalen, ziet over het hoofd dat zij per definitie eenlingen zijn die niet of nauwelijks over een achterban beschikken. Anders hadden ze de weg van het geweld niet hoeven te kiezen, maar waren ze er ook via de politieke kanalen gekomen. Te veel aandacht voor hun boodschap is daarom een overschatting van de extreme minderheidspositie van de terrorist.

Desondanks is Burleighs rode draad nogal dun om de bijna vijfhonderd bladzijden tellende, zeer uiteenlopende opsommingen van bloed en geweld bijeen te houden. Zijn cynisme en zijlingse uithalen jegens het ’liberale establishment’, dat volgens hem terroristen te weinig als criminelen en te veel als serieuze vertegenwoordigers van onderdrukte minderheden beschouwt, werken op den duur ergernis. Om nog maar te zwijgen over het gebrek aan nuance dat Burleigh soms ten toon spreidt. Hij veegt bijvoorbeeld Rudi Dutschke en Antonio Negri (ideologen van de studentenbeweging in de jaren zestig en zeventig) op één hoop met de daadwerkelijke revolutionaire terroristen. Een overzichtswerk hoort niet in de stijl van een politieke column geschreven te worden.

De eindeloze litanie van terroristische misdaden wordt niet alleen weinig meeslepend beschreven, ze staat ook nog eens haaks op Burleighs stelling. Als terroristen niet meer dan criminelen zijn, wier ultieme doel het zaaien van angst en chaos is, waarom moet er dan zo uitvoerig bij hun daden stil worden gestaan? Nieuwe feiten of dieper gravende analyses die zulke omvattende aandacht rechtvaardigen, heeft Burleigh evenmin. Met zijn fascinatie voor de bloederige resultaten van het terroristisch geweld bevestigt hij zo vooral de overtuigingskracht van het Herostratos-syndroom: terrorisme loont, je krijgt er zelfs aandacht mee van de wetenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden