Review

Beroemd historicus berekende rente aan zijn vrienden

Adam Sisman: A. J. P. Taylor - A Biography. Sinclair-Stevenson, Londen (imp. Nilsson & Lamm); geb., geïll., 468 blz. Fl. 65,55.

JAAP DE BERG

Voor media die hem goed betaalden, was de bekendste Engelse historicus van deze eeuw een ideale medewerker. Alan John Percivale Taylor (25 maart 1906 - 7 september 1990) schreef eenvoudig en prikkelend en was bereid overal commentaar op te geven. Hij zeurde zelden over veranderingen in zijn kopij. Als recensent schrok hij er niet voor terug om, indien de eerlijkheid dit gebood, boeken van vrienden, collega's en leerlingen te kraken. Werk van vijanden prees hij, soms. En hij werkte, desgewenst, bliksemsnel. Hoe snel, ondervond ook de BBC, toen hij eens een serie radiocauserieën verzorgde. De tekst, was hem verteld, moest een half uur tevoren worden ingeleverd. Inderdaad verscheen Taylor dertig minuten vóór de uitzending - om zijn tekst te schrijven.

Zijn meest saillante media-prestaties leverde hij in tv-studio's. In de jaren vijftig en zestig gaf hij voor de BBC en ITV tientallen, door miljoenen bekeken, colleges over de Russische Revolutie, de Eerste en de Tweede Wereloorlog en andere dieptepunten in de moderne geschiedenis. Hij deed dit live, zonder aantekeningen of andere hulpmiddelen. Het geheim - suggereert zijn biograaf Adam Sisman - school niet zozeer in Taylors formidabele geheugen als wel in zijn vermogen om in hele alinea's te denken, en niet, zoals de meesten, in zinsdelen of zinnen.

Zijn bezigheden in de media verhoogden Taylors reputatie te Oxford, zijn universitaire thuisbasis, niet. Voor te velen van zijn vakgenoten gold 'journalistiek' als een synomiem van 'onwetenschappelijk', een opvatting waarin afgunst hen zal hebben gesterkt. Ook zijn gevarieerde huwelijksleven belemmerde de benoeming tot hoogleraar waarvoor zijn wetenschappelijke werk hem royaal kwalificeerde.

Voor liefhebbers van een geschiedschrijving die zwaar op de sociale wetenschappen leunt en haar bevindingen meedeelt in het bijbehorende jargon, zijn Taylors boeken geen tractatie. Zijn stijl is altijd helder, doorgaans onderhoudend, vaak laconiek. De bevolking van zijn boeken bestaat vooral uit staatslieden, politici, diplomaten en generaals. Uitsluitend vanuit hun gezichtspunt bespreekt hij in 'The Struggle for Mastery in Europe' (1954) - onder vakgenoten zijn meest bewonderde geschrift - de zeven decennia die voorafgingen aan de Eerste Wereldoorlog.

Zelf vond hij 'The Troublemakers' (1957) - over Engelse politieke dwarsliggers in vooral de negentiende eeuw - zijn mooiste boek. Het meeste opzien - en veel misverstand - baarde hij, in 1961, met 'The Origins of the Second World War'. Taylor ontwikkelde de theorie dat de oorlog niet door Hitler was beraamd maar voortkwam uit - niet alleen Duitse - blunders en vergissingen. Menigeen verbond er de ongewettigde conclusie aan dat de schrijver Hitlers misdaden goedpraatte. Tot de hoogtepunten van zijn oeuvre reken ik ook 'The First World War - An Illustrated History' (1963), kort, krachtig en vernietigend, tevens bruikbaar als leerstof voor de cursus 'Hoe schrijf ik een giftig foto-bijschrift?'; en 'English History 1914 - 1945' (1965), waarin hoge heren nu eens niet voortdurend het zicht op het gewone volk benemen.

'Een ouderwetse vertellende historicus zonder analytische gaven' noemde Taylor zich in een zeldzame opwelling van bescheidenheid. De kenschets doet geen recht aan zijn vermogen om scherpe inzichten trefzeker te verwoorden. Van de neiging, zijn opvattingen wereldbeschouwelijk te funderen, ondervond hij alleen hinder in zijn beginperiode - toen hij, zoals vele Engelse intellectuelen in de jaren dertig - flirtte met het communisme. “Ik probeerde marxist te zijn”, herinnerde hij zich in zijn autobiografie, “maar het gezond verstand bleef interrumperen”.

Desondanks verwachtte hij vrijwel zijn leven lang veel heil van Rusland (en, ook lang na de Tweede Wereldoorlog, opmerkelijk weinig van Duitsland, dat in zijn ogen een permanent gevaar voor de Eurpese vrede vormde). Maar communisten of fellow-travellers naar de mond te praten, was hem een gruwel. Op een door Moskou belegd congres van Europese intellectuelen vergastte hij in 1948 de verbijsterde organisatoren op een toespraak waarin hij hun kretologie over 'Amerikaans fascisme' aan de kaak stelde, autoritair optreden van zowel Wall Street als het Kremlin hekelde en opriep tot intellectuele eerlijkheid, waarheidsliefde en tolerantie. Niettemin bleven vele Britten hem beschouwen als een rode rakker, vooral na 1958, toen hij mede aan de wieg stond van de Campaign for Nuclear Disarmament, die hij jarenlang als veelgevraagd spreker gaande hield. Het was vermoedelijk de enige politieke actie waarin hij voor honderd procent geloofde.

Wie deze fascinerende historicus ook als mens wil bewonderen, zal veel van Sismans biografie moeten overslaan, in het bijzonder de passages over Taylors gierigheid, haatdragendheid en egoïsme. Als hij vrienden geld leende, berekende hij rente. Zijn leermeester Namier vergaf hij nooit dat deze hem - naar hij dacht - niet had aanbevolen voor een professoraat in Oxford. Taylor wilde hem niet meer zien, ook niet toen Namier hem vanaf zijn sterfbed om een laatste ontmoeting vroeg.

Zelfzucht was een van zijn minst innemende karaktertrekken, zoals vooral zijn echtgenotes - drie in getal - moeten hebben ervaren. Zijn eerste vrouw deed hierin trouwens niet voor hem onder; ze verraste hem herhaaldelijk met emotionele capitulaties voor jongere mannen, onder wie de uiterst onbeschofte aartsbietser Dylan Thomas. Niettemin bleef Taylor tot haar dood toe aan zijn eerste vrouw gebonden; zijn volgende echtgenotes namen er genoegen mee, dat hij haar veelvuldig opzocht. Pas toen ze gestorven was, in 1980, brak er voor de derde mevrouw Taylor - de zeventien jaar jongere Hongaarse historica Eva Haraszti - een periode van ongestoord huwelijksgeluk aan. Het zou kort van duur zijn. In 1983 openbaarden zich bij de 77jarige historicus de eerste tekenen van de ziekte van Parkinson, die ook zijn geest aantastte. Zijn laatste jaren sleet hij in een verpleegtehuis.

Sisman is om zijn biografie in Engeland hoog geroemd. Een deel van die lof komt aan zijn hoofdpersoon toe, want die schreef de meest sprankelende passages. Sisman ontleende ze aan diens autobiografie uit 1983, 'A Personal History'. Taylor had zelf 'An Uninteresting Story' als titel voorgesteld, maar in zoveel valse bescheidenheid zag de uitgever geen brood.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden