’Bernardus was een hele knappe kerel’

’Bernardus Bucho Aytta van Swichum leefde vijf eeuwen geleden, hij was de invloedrijkste Fries in zijn tijd. Maar hij heeft altijd in de schaduw gestaan van zijn neef en oomzegger Viglius van Aytta, over deze beroemde Friese rechtsgeleerde zijn al twee kloeke delen geschreven, en er komt nog een derde, bij elkaar een complete biografie. Over oom Bernardus daarentegen bestond nog helemaal geen literatuur, historici hebben hem altijd links laten liggen. In die leemte voorziet dit boekje.

Het is begonnen met een lezing. Twee jaar geleden was er een congres over Viglius, mij is toen gevraagd iets te vertellen over Bernardus. Ik raakte zeer geboeid door deze man, met zijn ongewone levensgeschiedenis. De man is zeker een biografie waard.

Bernardus was een hele knappe kerel: hij was geleerd pastoor, geletterd jurist, en de allereerste Friese politicus die carrière in Den Haag maakte. Maar toch past hij niet goed in de Friese eregalerij. Hij was namelijk een anti-held, hij werkte voor vreemde vorsten.

Bernardus trad in dienst van de hertog van Saksen, een Duitse vorst die zeggenschap over Friesland had gekregen. Terwijl Friesland tot in de late Middeleeuwen altijd zelfbesturend was geweest, dat was de befaamde Friese vrijheid. Nee, een collaborateur zou ik hem niet willen noemen, dat is een te groot woord. Maar populair was Bernardus zeker niet, dat word je als Fries ook niet als je naar Den Haag verhuist en als je de bevolking opzadelt met een extra belasting. Ook ik loop niet over van sympathie voor hem, maar om nou te zeggen: die man deugt niet, want hij heeft de Friese vrijheid om zeep geholpen, dat gaat me veel te ver.

Met het schrijven van het boek ben ik ongeveer en jaar bezig geweest , naast m’n andere werk op de universiteit, maar al veel langer heb ik gegevens verzameld. Ik heb niet echt tot de zielenroerselen van Bernardus kunnen doordringen: het materiaal in de archieven houdt niet over. Er is weinig persoonlijks van hem bewaard gebleven, geen dagboek bijvoorbeeld. Was hij een opportunist die alleen maar carrière wilde maken en goed geld verdienen? Of was hij een man van principes die met overtuiging zijn werk deed? Ik kan dat niet uitmaken.

Mijn vorige boek ging over een bijna-tijdgenoot, een NSB-burgemeester in Friesland. Daarvoor heb ik ook met mensen uit zijn omgeving gesproken, zoals zijn dochter, en ook met een dochter van een tegenstander. Dat werkte verhelderend. Bij dit boek was dat natuurlijk onmogelijk. Toch denk ik dat ik al met al voldoende gegevens over Bernardus naar boven heb gehaald om hem te kunnen begrijpen en over hem een boek te kunnen schrijven, zonder al te grote gaten.

Ik heb het geschreven voor vakgenoten, maar ook voor gewone lezers. En voor het onderwijs. Net als Nederland heeft ook Friesland zijn canon, één van de 41 vensters is ingeruimd voor Viglius van Aytta en zijn oom Bernardus. Wat betreft die laatste figuur is het dus de omgekeerde wereld: eerst in de canon opgenomen, en vervolgens pas een boek.

Lang heb ik getwijfeld in welke taal ik het zou schrijven, Nederlands of Fries. Ik schrijf graag in het Fries, en Bernardus schreef brieven in die taal, maar ik heb toch voor het Nederlands gekozen. Want de man is ook voor de Nederlandse geschiedenis niet van onaanzienlijk belang geweest. Een Friese vertaling is commercieel nu niet meer interessant. Friezen kunnen immers Nederlands lezen en hebben het boek dus al gekocht, als ze tenminste in het onderwerp geïnteresseerd zijn.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden