Review

’Berlin’ is een van de grootste concertfilms: ’What a fééling!’

Jann Ruyters

Regie: Julian Schnabel. Met Lou Reed. In 3 filmtheaters.

Lou’s moeder zit in de zaal. Vriend en regisseur Julian Schnabel meldt het tevoren even aan het publiek in St Ann’s Warehouse in Brooklyn, New York. „Ik zou erg trots zijn op mijn zoon”, voegt hij er aan toe. Bepaald een gezellige confidentie die schuurt met de Man en de Gelegenheid, maar het werkt.

Samen met Lou’s moeder houden we onze adem in en gaan we zien en horen hoe alles wat Lou Reed’s album ’Berlin’ dertig jaar terug vertegenwoordigde – depressie, drugs & zelfmoord – niet aan de componist zelf kleeft. Die is niet depressief of dood. Lou Reed zingt en heeft zich verzoend met zijn moeder.

Bijna bescheiden oogt deze concertregistratie na de vele publiciteit rond de Dylan-biopic ’I’m Not There’ en Scorsese’s Stones-documentaire ’Shine A Light (volgende week in de bioscoop). Lou Reed reisde met zijn Berlin-film naar het Filmfestival van Toronto en liet zich daar ook interviewen, maar veel hadden die interviews niet om het lijf. Dat hoefde ook niet, want de muziek in deze film kan het met gemak alleen aan.

Het is zelfs jammer dat Emmanuelle Seigner (die overigens steeds meer op de jonge Debbie Harry lijkt) af en toe opdoemt in door dochter Lola Schnabel geregisseerde schimmige tussenstukjes. Seigner mag dan precies zo ogen als je je bij Caroline voorstelt (mooi, blond, rusteloos), het zijn daarom ook wat gratuite beelden. Liever kijk je naar de muzikanten: de stralende Steve Hunter, de introverte Reed; iedereen in opperste concentratie. ’What a fééling!’

In alle eenvoud schaart deze film zich gemakkelijk in de rij van grootse concertfilms, zoals ’Stop Making Sense’ van The Talking Heads. Het klaaglijke ’Berlin’ heeft in die eerste live uitvoering dertig jaar na dato alleen maar aan intensiteit gewonnen: de dikke lijnen en rimpels compenseren Reeds vlakkere stem.

De nuances in de muziek zijn schitterend. Wat toen ’Weltschmerz’ was, voelt nu als wijsheid en melancholie. Caroline is al dertig jaar dood, de Berlijnse muur staat niet meer, maar Lou Reed en zijn moeder leven nog.

Na de apotheose in ’Sad Song’ is er weinig te wensen over en dan moet toch het mooiste nog komen. De toegift blijkt ’Candy says’ gezongen door Antony van Antony and the Johnsons die al eerder met Lou Reed samen werkte (bij The Raven). Lou Reed valt in het refrein in. De vrouwelijke Antony was amper geboren toen Lou Reed dit nummer schreef, maar het is duidelijk dat hij het voor hem geschreven heeft. Alleen al voor deze toegift moet je naar deze film.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden