FilmrecensieBerlin Alexanderplatz

‘Berlin Alexanderplatz’ in een nieuw jasje is niet al te kies

Nils Verkooijen als transvrouw Berta in ‘Berlin Alexanderplatz’.

Berlin Alexanderplatz
Regie: Burhan Qurbani
Met: Welket Bungué, Albrecht Schuch en Jella Haase
★★★☆☆ 

Je moet maar durven: een wereldberoemde Duitse roman naar je hand zetten, en ook nog eens de meesterlijke verfilming ervan naar de kroon steken. Maar het is, zo lijkt het, eigenlijk wel een goed idee van Burhan Qurbani, een Duitse regisseur van Afghaanse afkomst, om Alfred Döblins grotestadskroniek 'Berlin Alexanderplatz' (1929) naar onze tijd te verplaatsen. Franz Biberkopf is niet langer een kleine Duitse crimineel en ex-gevangene in het Berlijn van de jaren twintig, zoals Rainer Werner Fassbinder hem vastlegde in zijn roemruchte, rauw-realistische, vijftien uur durende televisieserie uit 1980. Nee, Franz heet nu Francis, en is een Afrikaanse vluchteling.

In de aangrijpende openingsbeelden zien we hoe hij ternauwernood de vlucht uit het West-Afrikaanse Guinee-Bissau overleeft. Aangespoeld in hedendaags Berlijn, zonder papieren, wacht hem een stapelbed in een opvangcentrum. Francis wil het goede doen, een fatsoenlijk leven leiden, zoals hij in het vervolg van het verhaal blijft herhalen, als een mantra. Maar het is, als je niks hebt, moeilijk weerstand bieden aan de kleine ronselaars rond het opvangcentrum.

Francis laat zich inpakken door Reinhold die drugsdealers werft. Reinhold geeft hem een dak boven zijn hoofd, een baantje als kok en trekt hem langzaam de onderwereld in. Zoals in Döblins roman en in Fassbinders trouwe verfilming gaat het ook hier lange tijd om de relatie tussen de twee mannen die niet kunnen toegeven dat ze om elkaar geven. De schurk en de naïeveling vormen een verbond. Toch weet de film niet goed aannemelijk te maken wat Francis, die op een gegeven Franz wordt gedoopt, ziet in de gluiperige, oversekste psychopaat die Reinhold in wezen is. Waarom hij hem trouw blijft. Waarom hij steeds weer naar hem terugkeert.

Op een gegeven moment ben je het flikkerende neonlicht echt beu

Het heeft ermee te maken dat Albrecht Schuch de slechterik nogal in de overdrive speelt, met een uitgeteerd lichaam en een zuigende stem. Een hoopje mens dat zelfs het allerliefste in Francis' leven kapot maakt: Mieze, de prostituee met de meisjesstem.

En zo zijn er wel meer dingen die wat overstuurd ogen. De film valt nogal eens terug op een videoclip-achtige esthetiek. Misschien om aan te geven dat het om een grotestadsportret gaat, maar op een gegeven moment ben je het flikkerende neonlicht echt beu.

Ook zou je het niet kies kunnen noemen om het verhaal van de vluchteling te associëren met het verhaal van de crimineel, wat met deze verfilming van Döblins roman eigenlijk gebeurt. De makers bevestigen zo het cliché dat vluchtelingen in kringen van hoeren, pooiers, dieven en dealers verkeren. Het is een valkuil die de makers niet gezien lijken te hebben. Misschien is het toch niet zo eenvoudig om een verhaal over het Berlijn van de jaren twintig over te hevelen naar 2020.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden