ColumnRob Schouten

Ben ik misschien een soort mentale transgender?

Als ik dit schrijf is het Blue Monday, de derde maandag van januari en dan hoor je neerslachtig te zijn, omdat het buiten grijs is en al je goede nieuwjaarsvoornemens zijn verdampt. Maar ik ben helemaal niet down, integendeel.

Ik denk aan vijfenveertig jaar terug, ik studeerde nog, aan de universiteit maar evengoed aan de School des Levens. Op een lichte, doorwaakte zomernacht raakte ik op het Amsterdamse Leidseplein in een urenlang gesprek met een baardige Amerikaan. Ik heb geen idee meer waar het allemaal over ging maar het zal, in psychiatrische termen, een kwestie van ‘overdracht’ en ‘projectieve identificatie’ zijn geweest, in elk geval beviel het ons zeer, en na afloop zei de Amerikaan mij dat ik hem aan ‘Steppenwolf’ deed denken. Prima, dacht ik, eenzaam door de steppen van deze wereld dolend, wat wil een mens nog meer?

Ik had het bijbehorende boek van Hermann Hesse toen nog niet gelezen, maar begon er niet veel later aan: ‘Er brandt dan in mij een wilde begeerte naar sterke gevoelens, naar sensaties, een afkeer van dit afgezaagde, vlakke genormaliseerde en gesteriliseerde leven, en een hevige begeerte ergens iets stuk te slaan, een warenhuis, een kathedraal of mijzelf.’ Dus zo iemand vond hij mij.

Jaren later, dit keer ergens ‘in media vitae’ trof ik op een poëziefestival een lezer die mij op grond van mijn gedichten een boeddha-natuur toeschreef. Weer wist ik niet precies wat hij bedoelde, maar ik vond het prima: kom maar op met je boeddha-natuur! Later las ik dat volgens sommige boeddhisten ieder levend wezen een boeddha-natuur heeft, tot Adolf Hitler en je hond aan toe, en dat het er maar vanaf hangt of die doorbreekt.

Ik neem aan dat de lezer vond dat die natuur bij mij enigszins doorgebroken was.

Er branden honderd zielen in mijn borst

Ik kom op al deze toeschrijvingen omdat ik zondagavond keek naar het programma ‘Ik kom niet uit Sri Lanka’, van omroep Human waar ik elk jaar twaalfeneenhalve euro aan overmaak, over het Srilankese meisje Dinja, dat zich helemaal niet Srilankees maar Nederlands voelt, niet op zoek gaat naar haar biologische moeder en de geuren van haar geboorteland niet verdraagt.

Wie zijn wij van buiten en van binnen? Ik ben een blanke Nederlandse man van protestants-christelijke huize, maar kennelijk ook een boeddhistische steppenwolf, en ik weet dat ik opgevoed ben door mijn ouders, maar evenzeer door Sartre en Nietzsche en Vestdijk en als ik om mij heen hoor dat wij Nederlanders ‘een volk van doorzetters’ zijn of ‘een volk van spaarders’, ‘een volk van stijve harken ‘, een volk van praters’, wat niet al, voel ik me helemaal niet Nederlands maar branden er honderd andere zielen in mijn borst.

Ben ik misschien een soort mentale transgender? Of is dit nu wat vroeger genoemd werd een wereldburger, niet groot geworden in een of ander vaderland, maar in de hele wereld? Dat wilden we vijftig jaar geleden wel, in die hippie-achtige tijd: de hele wereld!

Van dat vage grensoverschrijdende ideaal is niet veel terechtgekomen, constateerde ik op deze Blue Monday, maar toch glimlachte ik: wie weet komt het nog.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden