Opinie

Belgische toestanden in Wedekinds 'Franciska'

AMSTERDAM - 'Wedekind zou heel tevreden met ons zijn', verklaarde Marcel Otten gisteren in deze krant. Met 'ons' doelde hij op zichzelf als vertaler, op Luk Perceval als regisseur en Hans Van Dam als dramaturg, die gedrieën het vrijwel vergeten stuk 'Franciska' uit 1911 van Frank Wedekind op de schop namen. En hoe: de schrijver zou, wellicht blozend maar ook grijnzend zijn goedkeuring hebben gehecht aan de draak met zijn erectie van anderhalve meter of aan de konten-parade van de bewerkers, maar hij zou ook even stevig in de recente geschiedenis van Belgenland hebben moeten duiken om zijn oorspronkelijke plot in het stuk te herkennen.

Hans Oranje

Het Speelhuis uit Antwerpen speelt de voorstelling samen met een orkestbak vol musici van de Beethoven Academie. Dat maakt deze 'Franciska' tot flamboyant muziektheater, waarin de acteurs heel wat levensliederen ten gehore brengen: 'Wij laten onze rokjes zwaaien, en leven in een belgenmop'. Componist Marc Verhaegen citeert met groot plezier de schlager- en operette-muziek uit Wedekinds tijd. Eigenlijk is de hele voorstelling een over elkaar heen buitelende reeks van toneelcitaten van grand guignol tot de meest sprookjesachtige scènes.

Lyrisch

Hoewel na elk van de twee pauzes er meer stoelen om mij heen onbezet bleven, hadden de volhouders van deze vier uur durende voorstelling beslist gelijk. In het derde deel tracteert Perceval ons op een onwezenlijk lyrische scène waarin Francisca (Ariane Van Vliet) met haar meester Désiré Desart (Koen van Kaam), bloot als een baby in haar schoot gevlijd, in de maan ligt die als een boot door de nacht zeilt. Decorontwerpster Katrin Brack licht het paar met een flonkerende sterrenhemel bij: het is zó'n kitsch, en zó mooi.

Grand guignol wordt uitbundig uitgespeeld in het daarop volgend tafereel: het stuk in het stuk over de mythe van Theseus en Helena. Een onzin-mythe natuurlijk, want de twee hebben nooit iets met elkaar te maken gehad, maar het Faustverhaal van 'Francisca', waarin de hoofdpersoon voor twee jaar man mag zijn op voorwaarde dat ze daarna voor altijd de slavin van Desart zal zijn, wordt zo wel meteen doorgekoppeld aan de 'Midzomernachtdroom' van Shakespeare.

Poedelbad

Bas Teeken, die de rol van Rudy Lolbroek speelt die weer de rol van Theseus speelt, en Franciska die de rol van Helena speelt, nemen poedelnaakt een poedelbad in een tobbe, Desart voegt zich als boetepriester met gesel en doornenkroon bij hen, waarna Stefan Perceval als journalist van een Belgische krant verslag komt maken en al aangeeft wat niet door de censuur komt. Kortom: zo'n scène heeft veel weg van een machine die op hol slaat. Overal beginnen nieuwe radertjes mee te lopen, en alles flitst voorbij: Augusta, Dutroux, noem een schandaal in België of het kruist de voorstelling.

Het stuk eindigt in een verraderlijke anti-climax. Francisca leeft als bewust ongehuwde moeder vredig met haar zoontje op een boerenhoeve. Haar minnaars, ook Desart, worden afgewezen, al hebben ze wel allemaal dankzij Franciska een aanslag voor de alimentatie van het kind gekregen. De knellende banden van het huwelijk, het eigenlijke thema van Wedekinds stuk, lijken definitief gebroken. Ballonnen in alle kleurtjes van de snoepdoos dwarrelen door de lucht. Een schilder komt op, Theofiel geheten. Kwezelachtig rijmelend verklaart hij Franciska gelukkig te willen maken. Maar of dat lukken zal, wordt ons niet verteld: 'Gods goedheid laat zich alleen beleven', zijn haar laatste woorden.

Deze voorstelling is obsceen en geestig tegelijk, platvloers én scherp, afstotelijk én prachtig. Eigenlijk het mooiste toneel dat je kunt wensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden