Belang van Documenta is afgenomen

Eens in de vijf jaar staat de suffige stad Kassel op zijn kop. In het verleden liep de plaatselijke bevolking drie maanden lang te hoop tegen alle moderne kunst die plotseling in de stad stond. Maar voor de komende Documenta wordt een aanzienlijk minder prikkelende stellingname verwacht. Een portret van de gastconservator, de Brits/Amerikaanse Nigeriaan Okwui Enwezor.

Cees Straus

Als volgende week zaterdag in het Duitse Kassel de elfde editie van de Documenta opengaat, is dat voor curator Okwui Enwezor een nieuwe, maar logische stap in het proces om duidelijk te maken waar het sinds het begin van de 21ste eeuw in de kunst omgaat.

Enwezor ziet de Documenta als een platform voor een groep van welgeteld 116 kunstenaars die werk maken dat al op vier eerdere platforms aan de orde werd gesteld. In Berlijn, New Delhi, op het Caribische eiland St.Lucia en in Lagos in zijn geboorteland Nigeria, zat Enwezor discussie-avonden en conferenties voor. Daar spraken kunstenaars en andere betrokkenen rond de Documenta vooral over de positie van de kunstenaar in de wereld. Het aanzien van de kunst wordt in zijn ogen niet langer meer gedomineerd door het Westen.

Enwezor, tegenwoordig als een nomade rondzwervend over de wereld maar van tijd tot tijd neerstrijkend in Chicago, New York en Londen, is zelf een Afrikaan die geleerd heeft dat de westerse kunst niet langer de prominente rol mag spelen die zij zichzelf tot nu toe altijd heeft toegedicht. Enwezor is van mening dat de 'oude' kunstwereld, dat wil zeggen de bestaande nationale kunstinstellingen in het Westen, allang is ingeruild voor informelere circuits. Die storen zich niet aan landsgrenzen en zijn veel meer voor een globale aanpak. Waar deze informele circuits functioneren, is de overheid grotendeels teruggetreden.

Daar zitten ook grote nadelen aan. Volgens Enwezor zijn informele instellingen met hun wereldwijde verspreiding uiterst kwetsbaar voor de situatie van alledag, die op zich al instabiel is. Een fenomeen als de Documenta dat in een halve eeuw tot een gevestigd instituut is uitgegroeid, kan ook nooit een representatief beeld geven van al die kunst die in deze instabiele tijd wordt gemaakt. Kassel is niet langer de trendsetter voor hedendaagse kunst.

Hoewel Enwezor nog niet de conclusie heeft getrokken dat de Documenta daarmee overbodig is geworden, vindt hij wel dat het belang dat aan deze elfde editie wordt gegeven, veel te groot is. Tegelijkertijd relativeert hij zijn eigen inbreng. ,,Het is niet meer mogelijk om één dominante keus van één persoon te laten zien. Wat ik wil laten zien is een groepsproces waarin de maatschappelijke situatie de toon zet en de kunstenaars aan het woord komen. Of ik het nu doe of een ander, de directeur van de Documenta 11 zou altijd rekening hebben moeten houden met de nieuwe verhoudingen binnen de postkoloniale context van vandaag'', liet hij onlangs weten.

Wie is deze man die het 'Museum van de honderd dagen' zoals de Documenta in Kassel ook wel wordt genoemd, mocht organiseren? Vooropgesteld natuurlijk dat Enwezor dit evenement niet in zijn eentje heeft samengesteld. Hij stelde een internationale groep van co-curatoren samen waarin Carlos Basualdo (Argentinië), Susanne Ghez (VS), Sarat Maharaj (Zuid-Afrika), Ute Meta Bauer (Duitsland), Octavia Zaya (Spanje) en Mark Nash (Groot-Brittannië) zitten. Zelf is Enwezor van Afrikaanse komaf. Hij werd in 1963 in Kalaba, Nigeria geboren als zoon van een aannemer. Die zond hem al op jonge leeftijd naar Engeland en liet hem vervolgens in de Verenigde Staten politieke wetenschappen en literatuur studeren. Nadien volgde Enwezor ook nog een opleiding in de kunstgeschiedenis. In 1989 maakte hij als gastconservator zijn eerste tentoonstelling. Acht jaar nadien werd hij gevraagd om de tweede Biennale van Johannesburg samen te stellen en een jaar later werd bekend dat hij voor de organisatie van de Documenta 11 in 2002 werd gezocht. Ondertussen bleef hij tentoonstellingen samenstellen (waar onder een overzicht van na-oorlogse kunst uit Afrika in Berlijn en een overzicht van Afrikaanse fotografie sinds 1940 in New York) en was conservator van het Museum van hedendaagse kunst in Chicago.

Dat alles zorgt er voor dat de nieuwe Documenta-directeur een heel andere achtergrond heeft dan zijn voorganger Catherine David. Deze oud-conservator uit de Parijse musea betoonde zich vijf jaar geleden in Kassel van een specifiek intellectuele zijde waarin de Europese kunst in samenhang met een idealistisch soort architectuur als toonzetter in de huidige samenleving kon worden beschouwd.

Gezien zijn achtergrond, die overigens minder 'Afrikaans' is dan je zou verwachten, is het verrassend om te zien waar dit keer Enwezor de accenten legt. Natuurlijk zitten daar Afrikaanse kunstenaars bij. Ze hebben veelal namen die in Europa nog lang niet zijn doorgebroken (zoals Enwezors landgenoot Olmuyiwa Olamide Osifuye), maar ook Afrikanen die buiten hun eigen werelddeel wonen (onder wie Meschac Gaba die vanuit Benin in Nederland kwam). Het aantal deelnemers van Afrikaanse origine is overigens betrekkelijk laag. Nóg exotischer landen als China, Vietnam en Thailand die tegenwoordig zo in trek zijn bij gastcuratoren, komen nauwelijks op Enwezors lijstje voor.

Opmerkelijker is het feit dat de kern van Enwezors keus uit een groep kunstenaars bestaat, die in de jaren zeventig van zich deden spreken met de destijds zo trendy conceptuele kunst. Conceptkunst is sindsdien niet meer uit de musea weg te denken geweest. Het werk echter van Hanne Darboven, de Nederlander Stanley Brouwn die nog in 1981 op de Biënnale van Venetië zijn internationale debuut maakte, Dieter Roth, Adrian Piper en On Kawara neemt tegenwoordig geen voorhoede-plaats meer in, gesteld dat het de taak van de Documenta is om juist het nieuwste van het nieuwste te laten zien. Sterker nog, de dood van enkele van deze namen in ogenschouw genomen, moet het zowat om een retrospectieve gaan.

Dat Enwezor bepaald een veilige smaak heeft, bewijst zijn keus voor 'oude rotten' wier werk boven elke vorm van kritiek verheven is. kan hij zich met oud-Cobra schilder Constant (1920) geen buil vallen. Dat geldt ook voor de deelname van de Belgische filmster Chantal Akerman (1950), voor Louise Bourgeois (1911), voor Jeff Wall die twintig jaar geleden al de relatie fotografie en beeldende kunst onderzocht, voor de Duitse beeldhouwer Isa Genzken (1948) en de Amerikaanse schilder Leon Golub (1922) die al eerder op de Documenta was te zien. Zij behoren al sinds mensenheugenis tot het vertrouwde circuit dat jaar in, jaar uit langs de grotere musea in Europa en Amerika toert.

Je zou verwachten dat Enwezor, daartoe gevraagd, deze kritiek zou pareren. Maar bij diverse gelegenheden heeft hij eerder mysterieus gereageerd op vragen omtrent zijn keuzes dan daar openhartig over gesproken. Over Dieter Roth bijvoorbeeld, die in 1998 overleed: ,,Van hem zijn er nog niet eerder getoonde werken te zien.'' En over zijn keuze voor Johan van der Keuken, die vorig jaar overleed, weet Enwezor niet meer te bedenken dat hij hem 'interessant' vindt. Met dergelijke statements bereikt Enwezor twee zaken: hij maakt het bezoek aan 'zijn' Documenta nog noodzakelijker en verhoogt er anderzijds de mystificaties over zijn eigen persoon mee. Dat laatste versterkt zonder meer de mening dat hij zichzelf geen sterrol toe dicht.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden