Beethoven

Beethoven heeft de piccolo geëmancipeerd

Beeld Suzan Hijink

Beethoven liet symfonie-orkesten revolutionair anders klinken. Musici vertellen hoe hij de grens van hun instru­menten opzocht. Vandaag: Vincent Cortvrint.

Voor een piccolospeler is de Vijfde symfonie van Beethoven vooral een stuk om stil te zitten. Pas in het vierde deel, de finale, moet hij/zij in actie ­komen. Die actie is het wachten meer dan waard, zegt Vincent Cortvrint, piccolospeler in het ­Koninklijk Concertgebouworkest.

“En dat wachten zelf trouwens ook. Want tijdens dat nietsdoen ontdek ik zoveel nieuwe details in die symfonie, hoe vaak ik hem ook heb gespeeld of gehoord.

“En elke goede dirigent heeft er bovendien weer iets anders over te zeggen. In het derde deel voel je dat de spanning langzaam opbouwt. Dat is elke keer weer zo mooi en opwindend. Je hebt de hele tijd door dat Beethoven van die c-klein toonsoort af wil, en dat het C-groot eraan zit te komen. Je weet dat het komt, en toch is het steeds opnieuw spannend en verrassend. Als het dan zover is, breekt werkelijk de hemel open en valt het zonlicht verblindend naar binnen. Beethoven voegt precies op dat moment heel geraffineerd aan de bovenkant van de orkestklank een nieuwe kleur toe: die van de piccolo.

“Het is niet alleen een vernieuwende passage, het is bovendien de allereerste keer dat Beethoven de piccolo gebruikt in het symfonie­orkest. Voor die tijd lieten Rameau, Haydn en Mozart de piccolo ook al weleens meespelen, maar bij hen was het meer als effect, en nooit in een symfonie. Beethoven heeft de piccolo als het ware geëmancipeerd en aan het instrumentarium van het symfonieorkest toegevoegd. De piccolo geeft in die finale van de Vijfde een zilveren randje aan de strijkers en dat opgewekte, stralende fluitgeluid past perfect bij het C-groot. De klank van de piccolo is van nature positief.

“Het is nog niet zo makkelijk om die passages in de Vijfde symfonie goed te spelen. Je moet veel kracht zetten om hoorbaar te blijven. Beethoven gebruikt het middenregister van de piccolo en niet, zoals je misschien zou verwachten, het allerhoogste register.

“Ik heb weleens op een piccolo uit Beethovens tijd gespeeld. Ramp­zalig. Het mondgat is heel klein en qua intonatie is het lastig. Ik vind het knap dat men tegenwoordig op kopieën daarvan zo goed en zuiver kan spelen.

“Na de Vijfde symfonie gebruikt Beethoven de piccolo op een opvallende manier aan het slot van de ‘Egmont’-ouverture, in de Zesde en de Negende symfonie. In de Zesde heb je haast niks te spelen. Slechts een beetje wind in het vierde deel. Een noot of twintig, tijdens het onweer. Weinig noten, maar toch ook moeilijk om te spelen. Beethoven gebruikt hier opnieuw niet het hoogste register en dus moet je hard blazen om hoorbaar te blijven. Sommige dirigenten vroegen me weleens om daar een octaaf hoger te spelen. Dan klinkt het inderdaad stralender, maar het staat niet in de partituur.

“Het einde van de Negende symfonie is pas echt moeilijk. Daar rekt Beethoven de grenzen van het instrument behoorlijk op. Je leidt daar de fuga en jij moet met jouw spel energie aan het orkest geven. Andere blazers zijn altijd met z’n tweeën, maar als piccolospeler ben je alleen. Dan moet je echt wel naar lucht happen in dit fragment.

“Als je als piccolospeler auditie moet doen voor een plek in het ­orkest, dan wordt juist dit Beet­hoven-fragment vaak gevraagd als proefspel. Als je dat kunt, ben je echt goed.

“In het laatste deel, met dat ­beroemde slotkoor, schrijft Beethoven ineens een mars. Alsof er een heel pijperskorps komt binnenmarcheren. Het ritme is vreemd, een mars in 6/8ste maat. Het gevoel is binair, maar het gaat in drieën. Dan moet het ook nog superzacht beginnen, opbouwend naar een climax. Ik heb nog de fantasie om een keer buiten de zaal te beginnen met die mars, en dan de trap af komen lopen. Wat een effect zou dat hebben.”

Lees ook:

Wat als Beethoven onze moderne pauken gekend had? ‘Hij zou helemaal gek geworden zijn’

Deze serie over Beethoven en zijn instrumenten móet beginnen met de pauk. Omdat hij daar zo verrassend voor schreef. Maarten van der Valk, paukenist van het Orkest van de 18de Eeuw, is het daar helemaal mee eens. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden