Review

Beeldende pracht

Het Filmfestival van Cannes opent vanavond met ’My Blueberry Nights’ van Hongkong-regisseur Wong Kar-wai. De verwachtingen zijn gespannen voor de eerste Engelstalige film van de Chinese meester.

Belinda van de Graaf

Het jarige festival had zich met ’My Blueberry Nights’ geen mooiere wereldpremière kunnen voorstellen. De Chinese regisseur Wong Kar-wai wordt in Cannes al een tijdje gevierd als een van de grootste cineasten. Ook als hij een keer geen film gereed had voor het festival, werd hij wel tot een van de hoofdgasten gebombardeerd. Zo was hij er een paar jaar geleden om een fascinerende masterclass te geven, iets wat dit jaar voor rekening komt van Martin Scorsese.

Vorig jaar nog was Wong Kar-wai voorzitter van de Gouden Palm-jury. Dit jaar opent hij het festival, en doet hij tegelijk mee aan de competitie. Zijn Chinese muze Maggie Cheung is een van de negen juryleden, naast onder anderen de Britse regisseur en juryvoorzitter Stephen Frears, de Franse acteur Michel Piccoli, de Afrikaanse filmmaker Abderrahmane Sissako en de Turkse schrijver en Nobelprijs-winnaar Orhan Pamuk.

De oude festivalpresident Gilles Jacob (76) die Wong Kar-wai’s debuutfilm ’As Tears Go By’ achttien jaar geleden al naar de Boulevard de la Croissette haalde, omschreef zijn werk vorig jaar als plastic splendour: beeldende pracht. Bewonderend sprak hij van ’nostalgische amoureuze emoties in de grote romantische traditie’. Waarschijnlijk doelde hij daarmee vooral op ’In The Mood For Love’, de van weemoed en verlangen vervulde liefdesgeschiedenis waarmee Wong Kar-wai zijn trouwe aanhang verrukte, en meteen een groter, westers publiek bereikte.

In een boeiende, kort geleden verschenen monografie over Wong Kar-wai duikelt filmhistoricus Stephen Teo opvallende paradoxen op in Wong Kar-wai’s oeuvre. Hij signaleert het lokale en tegelijkertijd globale karakter van zijn films. Hij wijst op de populistische (denk aan de vele popsterren die zijn films bevolken) en tegelijkertijd cerebrale insteek van zijn werk. Steeds is er die wonderlijke balans – of noem het spanning – tussen woord en beeld, droom en werkelijkheid, waardigheid en wanhoop.

En wat lijkt het Filmfestival van Cannes op zijn 60ste verjaardag dan opeens veel op de cinema van Wong Kar-wai. Hier geen strenge scheidslijn tussen ’hoge’ en ’lage’ cultuur. Geen aftroef-spelletjes tussen een toneel – en soapacteur, zoals in Theo van Goghs ’Interview’ en Steve Buscemi’s recente Amerikaanse remake van die film. Nee, het Filmfestival van Cannes durft evenals Wong Kar-wai populistisch én cerebraal te zijn, en weet de balans op eenzelfde manier te bewaken. Op het festivalaffiche – waarvoor Magnum-fotograaf Alex Majoli vorig jaar de kiekjes nam – zien we hoe de Malinese filmmaker Souleymane Cissé en Hollywood-actieheld Bruce Willis samen een gat in de lucht springen. En die lange Chinees met die zonnebril? Dat is Wong Kar-wai.

Het affiche laat zich vrij simpel lezen als een manifest. In Cannes is de sterstatus niet alleen voor acteurs, maar ook voor regisseurs. En ze komen niet alleen uit Europa en Amerika, maar ook uit Azië en Afrika (en Latijns-Amerika moeten we er maar even bij denken).

Een verjaardagsfeestje vier je met vrienden, liet artistiek directeur Thierry Frémaux al weten, en dus is het niet verwonderlijk dat we in het programma veel voormalige Gouden Palm-winnaars aantreffen: de gebroeders Joel en Ethan Coen, Emir Kusturica, Quentin Tarantino, Steven Soderbergh, Gus Van Sant, Michael Moore en niet te vergeten eregast Martin Scorsese. Het duizelt een beetje. En alsof dat nog niet genoeg is, schuiven er ook een Gouden Beer-winnaar uit Berlijn en een Gouden Leeuw-winnaar uit Venetië aan: de Duits-Turkse regisseur Fatih Akin met zijn nieuwe film ’Auf der anderen Seite’ en de Russische regisseur Andrei Zviaguintsev met ’The Banishment’. Dat is verdraaid veel cinematografisch vernuft bij elkaar. En dat is precies wat Cannes tot het mekka van de cinema maakt.

Natuurlijk herbergt Cannes ook een enorme markt, de grootste filmmarkt ter wereld waar 24 uur per dag – ook in de nachtelijke uurtjes – wordt gehandeld in films. Cannes is behalve markt, ook mythe, zonder meer. Denk alleen al aan de manier waarop dat plaatsje aan de Côte d’Azur in de verbeelding heeft post gevat als die zonnige idylle waar witte schepen in de haven liggen te fonkelen en goddelijke wezens – steeds weer lijkend op Brigitte Bardot in bikini – je vanaf het strand toelachen.

De nieuwste film van de New Yorkse regisseur Harmony Korine gaat deze week in Cannes in première, in het programma ’Un Certain Regard’. Alleen al op papier is het overweldigende, cinefiele fantastiek, gemaakt door een jonge regisseur die terug is van weggeweest, en die evenals Wong Kar-wai geen grenzen trekt tussen opera en pop.

’Mister Lonely’ vertelt het verhaal van een jonge Amerikaan die in Parijs als Michael Jackson-lookalike werkt. Hij wordt gespeeld door de voormalige Mexicaanse soapacteur Diego Luna, de ster van ’Y Tu Mamá También’. Op een dag ontmoet hij Marilyn Monroe, gespeeld door de Britse actrice Samantha Morton. Zij nodigt hem uit om naar een commune in Schotland te komen, waar ze samen met haar man, Charlie Chaplin, en haar dochter, Shirley Temple, woont.

Ook James Dean vertoeft hier, en vele anderen. De Amerikaanse jongen met het Michael Jackson-uiterlijk besluit mee te gaan, en komt dan op die wonderlijke plek terecht waar iedereen beroemd is, en niemand oud wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden