BoekrecensieMaar eerst vind ik een monster

Bedtijd. Ja, maar eerst ving ik een monster

Kees de Boer maakt van voorlezen een slim en fantasierijk avontuur.

Nu De Nationale Voorleesdagen (t/m 1 februari) in volle gang zijn, geven we het niet graag toe, maar na een vermoeiende dag en met een vrije avond in het verschiet, raffelt bijna elke ouder het bed­tijdverhaaltje weleens af. Over zo’n ouder (of andere voorlezer) en een kind dat een meester is in rekken, gaat dit geestige, vindingrijke prentenboek van het duo dat bekend is van ‘Agent en Boef’.

“Dit is een kort verhaal”, begint de onzichtbare volwassene. “Waarom is het kort?”, rea­geert het kind in cursieve letters – hem zien we op zijn bed zitten in een kamer die getuigt van een grote liefde voor monsters en het buitenaardse. “Omdat het bedtijd is”, gaat de ou­der verder. “Het verhaal gaat over jou. Jij ging slapen. En toen was het verhaaltje alweer uit.” Maar dat was buiten de kleuterfantasie gerekend: “Ja, maar eerst ving ik een monster (…) Kijk maar.”

Omdat er nergens ‘zegt papa/mama’ staat en de jongen naamloos blijft, treedt er een wonderlijk effect op: als voorlezer kom je vanzelfsprekend in de rol van de ouder terecht en het kind naast je smelt samen met het jochie in het boek. Het leest bijna als een geïllustreerd toneelscript, dat daardoor wel enige inspanning van de voorlezer vraagt: wie wat zegt, moet blijken uit je intonatie, een theatraal stemmetje of een eigen toelichting.

Beeld Trouw

Wat de jongen verzint, verbeeldt Kees de Boer op een flitsende manier die niet zou misstaan in een superheldenstrip. De kleuter staat in pyjama bovenop het dak van zijn huis en bindt monsters met één of juist vijf ogen, griezelige tanden en reptielachtige lijven aan de schoorsteen vast. Dankzij het vrolijke kleurgebruik en hun onnozele blikken ogen de monsters niet té eng. En wie goed oplet, ziet het grootste beest ook als onschuldige knuffel in de slaapkamer zitten.

De onzichtbare ouder probeert steeds snel een punt achter de verzinsels te zetten, maar telkens komen er nieuwe avonturen bij tot de jongen abrupt stopt. ‘Einde’ staat er op de volgende bladzijde, en daarna worden de schutbladen uit het begin van het boek herhaald, alsof het verhaal echt uit is. “Maar dat is geen léúk einde!”, protesteert de ouder, waarna het kind toch nog even doorgaat. Het eind van het liedje blijkt bovendien – heel slim – eigenlijk weer het begin.

Oordeel: geestig, inventief, flitsend prentenboek.

Tjibbe Veldkamp
Maar eerst vind ik een monster
Ill. Kees de Boer Lemniscaat; 28 blz. € 14,95
Vanaf 4 jaar

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden