Opinie

Bausch en Brazilië vormen een glossy kijkspel

Wie verre reizen maakt kan veel verhalen. In 1999 verbleven Pina Bausch en haar dansers van Wuppertal Tanztheater in Brazilië. Land en bewoners werden de bron van 'Agua', de dansopening van het Holland Festival, afgelopen weekend in theater Carré.

Hun 'Reisestuck' werd geen ziel omspittende excursie naar de wortels van wanhoop. Niet de economische, politieke ellende maar de overrompelende natuur van het achterland van de sloppenwijken leverden de stof voor een drie uur durende impressie over de Amazone als een verleidelijke vrouw. Ook de dansers moeten overweldigd zijn geraakt door fauna en flora, klimaat en het opflikkerende temperament.

Wat dansers voor Bausch zijn, is water voor Brazilië. Bausch laat die rol van de natuur in het theater fysiek voelen. Op een cirkelvormig beeldscherm, achterwand vullend, worden de schitterende natuuropnames van Peter Pabst eindeloos herhaald, een formule die dwingt om steeds andere details te ervaren en die de dansers in nietige insecten, exotische vogels of bloemen verandert. In de cadans van die repeterende beelden zit ook het interne ritme van de ruim bemeten inzooms op details waarin alle vrouwen en een enkele man hun solo krijgen. De mannen die de femmes fatales in hun wapperende taf laten snuffelen zijn geen onuitstaanbare macho's, anti-helden of voetbalfanaten. Bausch keek wel uit om zich ook door dat cliché te laten verleiden.

Ruim een uur lang deint de Braziliaanse Bauschiana voort, met hoog maar ook heerlijk National Geographic gehalte. Laat de geëxalteerde hysterie van Julie Shanahan maar voor wat het is, verlustig je liever in die meterslange, goudbruine benen van Regina Advento, de vlinderachtig vertederende Na Young Kim, de knalrood vlammende Christiana Morganti. Gesproken wordt er weinig. Des te meer wordt er gedanst, soms in flitsende uithalen, soms in zwoele vertraging, altijd in opzwepend ritme. Prachtig is vooral het effect van de op- en afkomsten in de onzichtbare spleten van de filmbeelden. Het ritme van de wuivende palmen, de broeierige rivier, waarin jonge meisjes als goudvissen opduiken, de kokhalsende flamingo's, de surfende vissers, slingerende aapjes, drummende dorpelingen: het opkloppen van de souflé, waarin tegelijkertijd van alles en niets gebeurt is een les in observatie.

Maar dan slaan de wetten van theater toe. De behoefte aan een dramatische kentering, een ritueel aanhalen van alle uitgezette lijnen laat op zich wachten. De spanning lost zich als vanzelf op, de souflé zakt in. Hoewel er soms een sprankje sarcasme oplaait, komen de frustraties niet verder dan slapeloosheid door het gekrijs van de jungle. Tot slot werkt het finale waterballet, waarin Bausch' kinderen elkaar uitgelaten ondersproeien, als een nasputterende nachtkaars. In deze glossy tropicana is van de vertrouwde rauwheid of een venijnig Duitse tragiek weinig over. De Bausch-dansers zijn danstechnisch virtuozer geworden, maar hun persoonlijkheden zetten minder aan tot identificatie. Het publiek tot in de nok van Carré reageert uitgelaten joelend en boe-roepend. Sfynx Bausch glimlacht, bleek als altijd, schijnbaar onaangedaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden