Review

Bart Schneemann ontpopt zich op zijn feestje als lyricus

ROTTERDAM - Gewoon zomaar gaf De Doelen in Rotterdam dit weekend carte blanche aan de veelzijdige hoboïst/dirigent Bart Schneemann. Met barokmuziek en toegankelijk hedendaags repertoire schiep Schneemann het zelfportret van een lyricus.

Anthony Fiumara

Het tweedaagse festival, waarin Schneemann optrad als hoboïst en als dirigent, was zaterdagavond het feestelijkst. Omdat er een première van een werk van Otto Ketting te horen was én Schneemann er zijn nieuwe cd 'It takes two' (Channel Classics) presenteerde.

Het was aangenaam dat de Jurriaanse Zaal vol zat, zeker ook omdat het programma voor die avond bestond uit muziek van de afgelopen honderd jaar. Een tegenvaller was de keuze van werken: naast de 'Langzamer Satz' van Anton Webern (best mooi) ook 'Simple Symphony', een vroeg werk van Benjamin Britten (ook aardig) en verder wat muziek van John Tavener en Arvo Pürt. Een laagdrempelige samenstelling die als geheel nogal rammelde, maar aansloot bij Schneemanns voorkeur voor ongecompliceerd lyrische muziek.

Rammelen deed ook strijkorkest I Fiamminghi, dat zijn naam van kaartenbak-ensemble helaas weer eens waar maakte. Vaste dirigent Rudolf Werthen was weliswaar vervangen door de bezielde Lev Markiz, maar dat mocht niet verhullen dat je naar een leesrepetitie zat te luisteren in plaats van een concert. Te veel ongelijke inzetten, slechte intonatie en onmuzikaal spel bedierven Schneemanns feestje een beetje.

Na Taveners vervelend monotone 'The Hidden Face', werkte Berio's 'Sequenza VII' voor hobo solo als een verademing. Schneemann nam veel risico's. Berio's repertoirestuk kreeg daardoor wel een spannend verloop, maar telde ook slordigheden, zoals tonen die niet aanspraken en fraseringen die in de lucht bleven hangen.

Beter op dreef was Schneemann in 'Architectural Cadences', het nieuwe hoboconcert dat Otto Ketting voor hem schreef. De componist ontleende de titel aan een schilderij van de Amerikaanse schilder Charles Sheeler, waarop abstracte gebouwen zijn afgebeeld die zich als abstracte fata-morgana's gekopieerd voortzetten in de lucht. Naarmate je langer naar het schilderij kijkt, vervagen de grenzen tussen voor- en achtergrond en tussen abstract en figuratief. Zo was het ook bij Ketting: de springerige hobo was in eindeloze cirkelingen steeds aan het woord boven traag verschuivende strijkersakkoorden. Het materiaal van solist en orkest vervloeide mooi door een wisselend scherpstellen op hobo en begeleiders.

Kettings ooit zo authentieke taal is sinds de jaren tachtig weker geworden. De charmante scherpe randjes in zijn idioom waren in 'Architectural Cadences' vervangen door een bijna sentimentele blik naar het verleden. De easy listening-tango van Piazolla die Schneemann als toegift speelde (op zijn nieuwe cd) detoneerde niet eens met Kettings nieuweling. Een teleurstellende gewaarwording.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden