Review

Bart Jan Spruyt kiest in Carl Schmitt een niet onweersproken denker als geestelijk vader.

Het is in alle publiciteit over Jan Wolkers en het boekenweekthema 'Geschiedenis' haast niet opgemerkt, maar het Christelijke Boek had óók een boekenweek. Met als geschenk een novelle van Adrian Verbree. En een essay van Bart Jan Spruyt, directeur van de Edmund Burke Stichting en politieke vriend van Geert Wilders, over geschiedenis en politiek. Al liggen de genres nogal uit elkaar, tussen novelle en essay loopt een rode draad. Het is de draad van de apocalyps, de eindtijd.

Jan Greven

Verbree laat zijn novelle eindigen in de eindtijdelijke ondergang van de wereld, met de mensheid wachtend op het Oordeel. Spruyt schrijft dat zijn politieke denken draait om de 'katechon', de tegenhouder. Een begrip uit de apocalyptiek dat terug gaat op de apostel Paulus. Paulus schreef aan de christelijke gemeente in Thessalonica, dat we leven in de tijd van de 'tegenhouder'. Die 'tegenhouder' verhindert de komst van de 'wetteloze mens'. De komst van die laatste, aldus Paulus, luidt het begin in van de eindtijd. Maar zover is het nog niet. Voorlopig gaat de geschiedenis nog door. Dankzij 'degene die tegenhoudt', waarvan overigens nooit duidelijk is geworden wie of wat Paulus daarmee bedoelde.

Spruyt dankt zijn zicht op de 'tegenhouder' aan de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt. Zacht gezegd, geen onweersproken denker. Schmitt trad in 1933 toe tot de NSDAP, werd in datzelfde jaar voorzitter van de Vereniging van Nationaal-Socialistische Juristen en verdedigde in 1934 de moord op de SA na de Röhm-putsch als 'de hoogste vorm van administratieve gerechtigheid'. In 1936 komt er een einde aan zijn nazi-carrière omdat de SS vraagtekens zet bij de oprechtheid van zijn antisemitisme.

Geen lichtend voorbeeld zou je zeggen. Toch is deze Schmitt op het ogenblik de inspirator van zowel links als rechts. Zo is Schmitts geest terug te vinden in Empire, het intellectuele manifest van de antiglobalisten (het begrip empire speelt trouwens ook een centrale rol in de Accra-verklaring van de Warc, de Wereldbond van hervormde en gereformeerde kerken). Maar ook voor conservatieven als Spruyt is Schmitt een geestelijke vader.

Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren.

Ik heb Spruyts essay gelezen na Verbree. Zijn goed geschreven novelle verhaalt hoe plotseling het mysterieuze woord Est verschijnt op de deur van een aantal huizen in een dorp. Waarom op sommige wel en op andere niet? Pas vlak voor de uitbarsting wordt dat duidelijk. Est staat alleen op de huizen van de christenen. Zij worden gespaard. De anderen vergaan. Gelukkig kruipt de over zijn geloof twijfelende hoofdpersoon net op tijd in het autootje van zijn wel gelovige vriendin. Met op de kofferbak, gelukkig, het reddende woord Est. Schapen en bokken, christenen en niet-christenen.

Verbree schrijft vanuit een geestelijke wereld die leeft van die tegenstelling. Spruyt komt uit hetzelfde milieu. Is het een wonder dat hij gefascineerd is door Carl Schmitt, de denker van de tegenstelling die de politiek ziet als een permanente strijd op leven en dood? Je bent vriend of je bent vijand.

Liberale, 'verlichte' denkers kennen geen apocalyptiek. Hun idealen wenken in de toekomst en zijn tegelijk opgaven. Ze zijn steeds op weg. Coöperatief, zoekend, zonder iemand uit te sluiten.

Voor denkers in tegenstellingen van enkel 'voor' en 'tegen', is de apocalyps een aantrekkelijke optie. Als uiteindelijke afrekening legitimeert de apocalyps al hun daarop vooruitlopende aardse afrekeningen.

Ik zei het al, met Schmitt zou ik oppassen. De nazi's waren nogal gek op hem. En niet ten onrechte. Net als de nazi's zag hij eerst de groep, en daarna pas het individu. Het individu kon best sympathiek zijn en toch lid van de groep de vijand. Of, zoals bij Verbree, degene die verloren gaat.

Denkend vanuit Schmitts schema van vriend en vijand zijn voor Spruyt de extremistische moslims de vijand. Met daarbij inbegrepen de moslims die sympathie voor hen hebben. Voor Schmitt en zeker voor de nazi's die zijn werk zo graag lazen, was de vijand niet de moslim, maar de Jood. Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. Dan maar geen apocalyps.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden