null

InterviewBart Chabot

Bart Chabot: Mijn ouders hadden geen kinderen moeten krijgen, ze konden er totaal niet mee omgaan

Beeld Jildiz Kaptein

Sinds Bart Chabot in 2018 het ziekenhuis belandde heeft hij haast om het verhaal van zijn jeugd te vertellen. Hartritme, deel twee van zijn trilogie, verscheen net. ‘Ik ben een prof, ik ga niet zitten janken boven mijn eigen proza.’

Toen Bart Chabot er eenmaal voor was gaan zitten om zijn autobiografie te schrijven, kwam er een golf aan herinneringen aan zijn jonge volwassenheid. Zojuist verscheen het tweede deel van wat een trilogie moet worden: Hartritme. “Ik heb nog heel wat te vertellen.”

Op het omslag van Hartritme staat ‘roman’. Toch leest uw boek nadrukkelijk als een autobiografie. Vanwaar die term?

“Het boek is sterk autobiografisch, maar met verschuivingen. Zoals je bij tennis effect geeft aan een bal, zo heb ik elementen toegevoegd om het verhaal reliëf te geven. In de opening, waarin de ik-persoon met zijn hond aan de wandel is, richting de Waalsdorpervlakte waar schimmen uit het verleden rondspoken, schrijf ik: ‘Je kan ze een hand geven, desgewenst’. Kan natuurlijk niet, maar in mijn wereld, de romanruimte, wel. Laten we het een autobiografische roman noemen.”

Met een kop cappuccino zit Bart Chabot in een lege hotelbar in centrum Den Haag. De drukke prater presenteerde een jaar geleden Mijn vaders hand, een boek waarin hij zijn jeugd schetst. Als jongetje-met-een-gebruiksaanwijzing groeide hij op in Den Haag met een vader en moeder die grote moeite lijken te hebben met het ouderschap. Iedere misstap van het kind gaat gepaard met geschreeuw en fysiek geweld.

Bart Chabot (Den Haag, 1954) is dichter, schrijver en podiumpoëet. In het theater was hij te zien met onder meer Jules Deelder, Remco Campert, Martin Bril en Ronald Giphart. In 2007 ontving hij de Johnny van Doorn-prijs voor zijn voordrachtskunst. Over muzikant en schilder Herman Brood schreef hij een vierdelige biografie. Bij het televisiepubliek kreeg hij bekendheid als succesvol deelnemer en tekstschrijver van het Groot dictee, en als slimste Nederlander in De slimste mens. Chabot woont met zijn vrouw Yolanda in Den Haag, samen hebben ze vier zonen.

Ook in het eerste deel speelt fantasie een belangrijke rol: de jonge Bart ziet in de kerk grafstenen bewegen. Hoe werkt dat bij u?

“In Mijn vaders hand is het de fantasie die de ik-figuur redt. Als kind merkte ik dat ik kon ontsnappen aan de spruitjesrealiteit van thuis en school door me af te sluiten. In mijn hoofd kon ik alle kanten op. Dit tweede boek gaat over een volwassene die als het ware supersensitief is, een heel intense beleving van de werkelijkheid heeft. Ook in mijn poëzie komen doden uit het graf. In de realiteit van 1+1 is dat geen houdbaar gegeven, dat begrijp ik wel, maar dat boeit me niet.”

Vond u in fantasie de veiligheid die u thuis niet voelde?

“Ja, ik kon mijn eigen wereld in, een land van onbegrensde mogelijkheden, daar vertoef ik graag. Die vrijheid heb ik tegemoet geschreven. Ik zal een voorbeeld geven. Op weg hiernaartoe stelde ik me ons gesprek voor, mét daarbij de planten van dit hotel in de vensterbank. Dan bedenk ik: de planten keken nergens van op, want ze hadden al het een en ander gehoord. Dat heb ik even opgeschreven. Zulke gedachten beschouw ik als buitengemeen waardevol en vruchtbaar. Dromen, wat anderen ‘s nachts doen, gaat bij mij 24/7 door.”

Wat was de reden dat u uw eigen leven wilde documenteren?

“Het begon met De Bezige Bij, waar de directrice en mijn redacteuren zeiden: jij hebt toch wel een ongebruikelijke jeugd gehad, daar willen we meer over horen. Ik zag daar niks in. Mijn jeugd, die had ik achter me gelaten, de banden met mijn ouders en familie had ik verbroken. Dat was mijn oplossing.

Toen ik, begin twintig, bevriend raakte met mensen als Herman Brood zagen mijn ouders hun idee bevestigd: ik was opgegroeid voor galg en rad. Ik belde mijn moeder en vroeg of ze op televisie mijn optreden in Carré, tijdens een voordrachtsavond onder leiding van Freek de Jonge, had gezien. Ze zei: ‘Wij zitten hier in een keurig hotel, je snapt toch wel dat we hier niet naar jou gaan zitten kijken?’ Altijd moest ik me verantwoorden, zonder te weten wat mijn wandaden waren. Ik wilde niet de rest van mijn leven voor de kantonrechter staan.

‘Toen Yolanda was bevallen, was de wereld was veranderd. De huizen dansten, weet je wel? Ik was tot wasdom gekomen.’ Beeld Jildiz Kaptein
‘Toen Yolanda was bevallen, was de wereld was veranderd. De huizen dansten, weet je wel? Ik was tot wasdom gekomen.’Beeld Jildiz Kaptein

“Toen werd ik ziek, in 2018. Naar het ziekenhuis, met bloedvergiftiging, antibiotica werkte niet. De situatie was zorgwekkend, ik voelde mezelf wegdrijven. Toen dacht ik: alle verhalen die ik had willen vertellen, heb ik nog niet verteld. Ik begon met een lijstje herinneringen en zo ging er een soort ventiel open. Een jaar later lag er een boek van ruim vierhonderd pagina’s.”

Mijn vaders hand is een reeks curieuze, vermakelijke en pijnlijke anekdotes: als kind werkte u zichzelf voortdurend in de nesten, uw ouders reageerden fel. Voor wie schreef u de verhalen?

“In eerste instantie voor mezelf en mijn zonen. Het interessante was dat ik een lawine aan brieven en emails kreeg van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt: huiselijk geweld. Schrikbarend hoeveel het losmaakte, hoeveel er schuilgaat achter voordeuren.”

Haalde het schrijven veel oude pijn naar boven?

“Ik ben een prof, ik ga niet zitten janken boven mijn eigen proza.”

Na een traumatische jeugd kreeg u zelf vier kinderen. Was u nooit bang dat de geschiedenis zich zou herhalen?

“Ik wilde graag kinderen, en veel kinderen. Nooit heb ik gedacht dat ik ook zo’n vader zou worden, ik zit anders in elkaar. Toen Sebas als eerste werd geboren, vond ik het meteen te gek. Yolanda was in het ziekenhuis bevallen, ik ging naar huis en de wereld was veranderd, de huizen dansten, weet je wel? Ik was tot wasdom gekomen.”

Uw ouders zullen er toch ook vol optimisme aan zijn begonnen.

“Dat was anders. Mijn ouders kwamen uit de oorlog, leefden volgens een traditioneel rollenpatroon, in een tijd dat de pastoor langskwam om te vragen of je het bij twee kinderen liet. Ik denk dat mijn ouders geen kinderen hadden moeten krijgen, ze konden er totaal niet mee omgaan. Mijn vader was een carrièreman en hij kreeg een zoon die niet wilde deugen en zich tegen conventies verzette. Met terugwerkende kracht heb ik wel bewondering gekregen voor dat kind, dat het allemaal overleefde. Best een prestatie.”

Toch beschrijft u in Hartritme duistere momenten, waarop het leven u bijna lijkt te ontglippen.

“Hoofdstuk negen: een lege pagina. Bijna een jaar lang kwam ik niet op straat, dag en nacht liepen in elkaar over. Ik stelde mijn bestaansrecht ter discussie. Punk sprak me aan, new wave ook. Toen kwam het bericht dat Ian Curtis, de zanger van Joy Division, zich aan de vooravond van hun Amerikaanse tournee had opgehangen. Als iemand met zo’n goede band, getrouwd en met een kind, het niet volhield, hoe moest ik het dan zien te redden?”

Muziek hielp, zegt Chabot. De ongeremde rebellie van Sex Pistols, die hij in Londen zag spelen. Een begripvolle hospita die een moederrol op zich nam, ook. En de jonge Chabot maakte kennis met extraverte mensen met wie hij zich kon vereenzelvigen, die hem op sleeptouw namen en exuberante gedachten juist toejuichten. Vriendschappen met drie mannen zorgden voor inspiratie en aanmoediging. De eerste was Herman Brood.

“Herman leerde ik kennen voor zijn doorbraak. Nooit eerder had ik iemand ontmoet die zo in een eigen universum leefde. Gingen we naar het Stedelijk Museum dat net was verbouwd, zei Herman: het mooiste schilderij zou ontstaan als je met een bijl hier een gat van twee bij drie in de muur uithakt. Uitzicht op straat, op de werkelijkheid. Herman had een enorme speelsheid en energie, het was altijd: wat gaan we doen?

‘Door alle televisieoptredens had ik een beetje het imago van leuk gekkie gekregen.’ Beeld Jildiz Kaptein
‘Door alle televisieoptredens had ik een beetje het imago van leuk gekkie gekregen.’Beeld Jildiz Kaptein

“Met Jules Deelder ging ik on the road. Hij was de wegbereider in de podiumpoëzie, met zijn staccato manier van spreken. Van hem leerde ik optreden. In jongerencentra van Almelo tot Zaltbommel, voor een paar jongeren die aan hun brommers zaten te klooien. ‘Gedichten? Pleur op!’ Met Jules ontdekte ik hoe je publiek misschien toch mee kunt krijgen.

“Door alle televisieoptredens had ik een beetje het imago van leuk gekkie gekregen. Martin Bril prikte erdoorheen: wanneer ga jij nou eens aan de slag met je talent? Het kan niet zo zijn dat je de geschiedenis ingaat als de biograaf van Herman Brood, dat is te mager. Ik wil jóu horen.”

Het drietal is hem ontvallen. In Hartritme komt hun dood, elk op een eigen manier, langs. Die momenten markeren zijn volwassenwording. Van ontreddering bij het overlijden van Brood, tot een klopje op de kist van Deelder: kom, aan de overkant gaan we de boel op stelten zetten!

Komt de dood dichterbij?

“Ik heb geleerd: time is running out. Deze boeken zijn in heel korte tijd tot stand gekomen, ik heb geen tijd te verliezen. Ik voel me goed, maar merk ook dat mijn kracht afneemt. En ik heb nog heel wat te vertellen.”

Wat bijvoorbeeld?

“In mijn universum is de dood niet het einde, maar een grens. Die kun je over, heen en ook terug. Daar gaat deel drie over.”

Uw ouders drongen u tamelijk dwingend hun katholieke geloof op. Grijpt u terug op de religie waarmee uw leven begon?

“Tegen de jongens heb ik altijd gezegd: Sinterklaas bestaat, die komt ieder jaar boven water. God niet. God, Allah, je hoort nooit iets van die luitjes, het is eenrichtingsverkeer. Gods grondpersoneel heeft in de loop der tijd nogal wat verziekt, kom bij mij niet aan met hel en vagevuur, straf en beloning. Wat mij in religie aanspreekt is dat men geen genoegen neemt met 1+1=2. Het raadsel. De magie. Het mysterie. Hoe maakt iemand grote kunst? Wat men vroeger in kerken voelde, kun je vergelijken met de vervoering die je bij een goed concert kunt ervaren: uit je bol bij U2 of Nick Cave. Gelouterd kom je naar buiten. De magie, het wonder, de droom, die moet je niet laten kanaliseren door een pastoor, imam of rabbijn. Als er al iets van een god is, dan zit die in jezelf.”

Bent u de vader die u zelf had willen hebben?

“Mijn oudste zoon kwam op een dag thuis van school: pap, wat doe jij eigenlijk? In de klas hadden ze het gehad over beroepen van ouders en hij had gezegd: mijn vader is dichter. Toen was er een peilloos diepe stilte gevallen. Sinterklaasgedichten? Nee, het hele jaar door. Rijmen ze wel? Nee. Dat kon natuurlijk niks zijn. Vanaf dat moment heb ik de kinderen meegenomen naar mijn werk, achter de schermen. Zo zagen ze mijn bestaan. Van die creatieve wereld hebben ze alle vier iets meegekregen. Over hun vader zijn de jongens liefdevol en lovend. Bij hen kan ik geen kwaad doen, nee.”

null Beeld

Bart Chabot
Hartritme
De Bezige Bij; 432 blz. € 24,99

Lees ook:
Douglas Stuart over de onvoorwaardelijke liefde van een zoon voor zijn alcoholische moeder: ‘Ook bij mij thuis woedde er voortdurend een storm’

Modeontwerper in ruste en literaire laatbloeier ­Douglas Stuart won voor zijn debuutroman ­Shuggie Bain de Man Booker Prize. Over een zwaar alcoholistische moeder en haar zoontje Shuggie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden