Bariton Thomas Oliemans

Interview Thomas Oliemans

Bariton Thomas Oliemans wil vooral avontuur in het Delft Chamber Music Festival

Bariton Thomas Oliemans Beeld Marco Borggreve

Nee, vocaler is het programma van het Delft Chamber Music Festival dit jaar niet geworden, bezweert bariton Thomas Oliemans. Ondanks het thema van dit jaar: ‘Orpheus’, de mythische zanger die alles en iedereen kon ontroeren. 

Oliemans houdt zelf erg van instrumentale kamermuziek, begon ooit als violist, en denkt dat het DNA van het Delftse festival – zo mooi opgebouwd door violistes Isabelle van Keulen en Liza Ferschtman – ook in 2019 volop herkenbaar zal zijn. “Ik vind het soms echt een verademing als er nou eens niet door muziek heen wordt gezongen”, zegt de zanger met zelfspot.

De vraag om het befaamde festival voor één jaar te organiseren kwam onverwacht. “Ik heb echt nog nooit over zoiets nagedacht”, zegt Oliemans. “Ik ben al blij als ik de engagementen die ik als zanger in mijn agenda heb staan, allemaal kan laten slagen. Je hebt in die drukte niet zomaar twee maanden vrij om een festival te organiseren.” Dat laatste moge blijken uit het feit dat het interview telefonisch plaatsvindt, omdat Oliemans nog in Aix-en-Provence zit voor voorstellingen van Kurt Weills ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ in de regie van Ivo van Hove. Daarin zingt hij met de van hem bekende schwung de rol van Bill. Pas vlak voor het begin van het festival in Delft is Oliemans terug in Nederland. Vanuit de Provence moeten allerlei zaken worden geregeld via computer en telefoon. In de vrije ochtenden wordt dan druk gerepeteerd op nieuwe en oude composities die Oliemans in Delft gaat uitvoeren.

“Het verzoek om Delft te organiseren prikkelde me meteen op een goede manier. Kan ik dit, wil ik dit? Ik draai regelmatig in grote organisaties mee, zoals bij De Nationale Opera, bij operagezelschappen in Europa en nu hier bij het Festival d’Aix, maar dan bekijk je alles van een afstand, indirect. Je bent niet meer dan een radertje in het geheel. Nu zit ik middenin allerlei praktische en organisatorische zaken. Hoeveel tijd moet je inruimen voor een pianotrio van Ravel bijvoorbeeld, wat voor licht willen we daarbij, hoe is de balans met de andere muziek tijdens dat concert? En dat laatste moet je dan bekijken vanuit het oogpunt van de musici, maar ook vanuit dat van het publiek. Hoeveel kunnen musici aan, hoeveel verdragen de toehoorders? In Delft moet het programma van één dag – steeds een middag- en een avondconcert – kloppen, maar ook het aanbod in een weekeinde wil je laten harmoniseren. En zelfs over de hele week bezien moet het gebodene zich goed tot elkaar verhouden.

Een optreden op het Delft Chamber Music Festival. Beeld Fred Leeflang

“Ik merk dat dit soort praktische zaken en problemen me echt interesseert en dat al die processen die erbij horen me goed liggen. Ik hou wel van het puzzelen op een mooi programma. Je kunt overtuigd zijn van een bepaald stuk, maar hoe ga je het vorm geven? Je wilt niet alleen maar makkelijke kost als Vivaldi’s ‘Vier Jaargetijden’, er moet ook en vooral avontuur zijn. Idealiter staan de oortjes van de bezoekers in Delft voortdurend op steeltjes. We onderzoeken de figuur van Orpheus, die zijn Eurydice opnieuw verliest, omdat hij naar haar omkijkt in de onderwereld. Maar hij kon natuurlijk niet niet omkijken. Wat is omkijken in het algemeen? Is nostalgie, terugkijken naar het verleden, iets fataals?

“Het Orpheus-thema was er eigenlijk meteen, geen idee hoe ik erop gekomen ben. Misschien had ik vlak ervoor iets gehoord dat met het thema te maken had, maar ik weet het echt niet meer. Orpheus kwam instinctief op, en ik wist dat je met zo’n thema heel goed tien dagen kunt vullen. Direct had ik daarmee een plek voor ‘Notturno’ van Othmar Schoeck. Het is een compositie voor strijkkwartet en bariton uit 1933 en ik ben al jaren gek op dit werk. Ik heb het ook al een paar keer uitgevoerd. Er zijn in de muziekliteratuur slechts een handvol stukken, waarbij je als zanger het obsessieve gevoel krijgt dat je die per se moet uitvoeren. Dit stuk van Schoeck is er daar een van.”

“Ik heb me wel altijd afgevraagd of Schoecks Notturno met een ander kader nog beter zou aankomen. Dus los van de klassieke opstelling strijkkwartet in een halve cirkel met de zanger ervóór. In Delft komt nu een geënsceneerde versie die ik samen met dramaturg Klaus Bertisch heb gemaakt. We maken het meer iets om niet alleen naar te luisteren, maar ook om naar te kijken. En we spelen daarbij naar de Orpheus-mythe toe en vragen ons af wat er met Orpheus gebeurt ná zijn terugkomst uit de onderwereld.

Cora Burggraaf (r.) en Heather Ware op het Delft Chamber Music Festival. Beeld Ronald Knapp

“Om Notturno meer sprekend te maken, gebruiken we natuurfoto’s van Ruben Terlou, die voor de VPRO de documentaires over China maakte. En we voegen tekstfragmenten toe, die soms overlappen met de muziek. Net als Orpheus verloor ook Schoeck een grote geliefde, en voor Notturno zette hij gedichten van Nikolaus Lenau op muziek. Lenau is letterlijk gek van verdriet geworden door een gebroken hart.”

Het is een traditie in Delft dat een compositie-opdracht wordt verstrekt. Dit jaar ging die naar bas-bariton Robert Holl, ooit de leraar van Oliemans, die hem vroeg om een stuk te maken voor dezelfde bezetting als die van Schoeck.

“Er is nóg een ander prachtig stuk voor bariton en strijkkwartet, en dat is ‘Dover Beach’ van Samuel Barber. Maar Barber kon om allerlei redenen niet samen met Schoeck en dus heb ik Holl gevraagd een nieuw stuk te maken. Die heeft al aardig wat gecomponeerd, en ik ken zijn muziek goed. Holl had nog niet eerder in opdracht gecomponeerd. Dat legde wel een druk op hem. Maar hij leverde met ‘Ex tenebris mundi’ een mooi stuk af op gedichten van Roland Holst. Ik ben het nu aan het instuderen. Holl heeft het goed op de tekst geschreven.

Het Delft Chamber Music Festival. Beeld Ronald Knapp

“En verder ben ik erg blij dat we een hommage brengen aan Harry Bannink. Ik vind zijn muziek geweldig, ben er mee opgegroeid. Hij is nu twintig jaar dood, hij zou dit jaar 90 zijn geworden. Wijnand van Klaveren heeft een ouverture gecomponerd, gebruik makend van Banninks muzikale thema’s. Daarna zing ik wat liedjes van hem en klinken stukken van Mompou, Scarlatti en Poulenc, muziek waar Bannink erg van hield. In het contact met musici van naam en faam heb ik gemerkt dat het festival in al die jaren een naam heeft gekregen. Je noemt ‘Delft’ en ze zeggen meteen: ‘Ik kom’.”

Delft Chamber Music Festival van 25 juli t/m 4 augustus. De voorstelling ‘Notturno, Orpheus ná de onderwereld’ is twee keer te zien op 27 juli, de hommage aan Harry Bannink is op 28 juli en Oliemans zingt voor het eerst samen met pianist Hannes Minnaar op 3 augustus (Fauré) en op 4 augustus (Brahms).

Voor het volledige programma zie www.delftmusicfestival.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden